Levinus KLAASEN (1947, Nederland)

Er is vandaag geen grote (oud)renner jarig en daarom moet ik een keus maken. Een B-keus met alle respect. Dick Dekker of Andrew McQuad zou ik kunnen kiezen omdat ze familie zijn van, maar dan schrijf je toch weer meer over Erik of over de voorzitter van de UCI. Marc Siemons is een optie, maar dan kom je toch weer bij het bordeel van zijn ouders uit. Jo Vrancken en Adrie Wouters zijn geen renners geweest waar je uit de losse pols meer dan honderd woorden over neerpent en Bruno Mealli is misschien wel de beste van de jarigen van vandaag geweest, maar ik weet niks van die man behalve zijn uitslagen. Wat moet je dan als eenvoudige wielerblogger. Dan kies je voor Livin. Niemand zal hem een groot coureur noemen en hij zelf nog het minst. Maar Livin Klaasen, geboren Nederlander maar woonachtig in België, heeft een eigen website, hij heeft een boek geschreven en hij publiceerde op zijn site een mooie column over doping. Een onderwerp dat hem na aan het hart ligt en hij heeft er een heldere kijk op. Hij vertelt vrijmoedig over de praktijken in het huidige peloton en daar wordt je niet vrolijk van. Wat niet wil zeggen dat je die site niet moet bezoeken, want dat moet je wel. Je blijft er zeker een kwartier hangen. Het is net Big Brother, het leven van Livin met zijn gezin van binnenuit en met hobby’s en al. En als je naar dat kwartier doorsurft of teruggaat naar deze weblog dan denk je vast: aardige man! De foto is afkomstig van http://www.livinklaasen.net/

Geplaatst door Fred van Slogteren, 20 november 2006 0:00

© Hans Middelveld

Vandaag deze fraaie affiche uit 1956, waarmee de Grote Prijs van Amsterdam werd aangekondigd. Ik zal er wel bij geweest zijn, want ik bezocht in die tijd ieder baanprogramma in het stadion. Die Grote Prijs was oorspronkelijk bedoeld voor sprinters, later werd er ook één voor stayers ingesteld en het is ook voorgekomen dat een stayer werd gekoppeld aan een sprinter. Ze reden dan elk afzonderlijk hun wedstrijd, kregen daar punten voor en bij elkaar opgeteld maakten die het verschil tussen winst en verlies. In 1956 was er kennelijk een Grote Prijs te verdienen voor zowel de sprinters als de stayers. Bij de sprinters stonden echt de beste ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 19 november 2006 10:00

Richard VIRENQUE (1969, Frankrijk)

Op 6 juli 2005 stond ik in het Franse stadje Montargis in een perstentje op zo’n vijftig meter voorbij de finish, waar een uur later de vijfde etappe van de Tour zou finishen. Het was winderig en regenachtig en de wind rukte aan het tentje. Er stond een monitor en ik was in het gezelschap van een Franse fotograaf en een massieve man met een Latijns uiterlijk. Op het scherm zagen we een uitlooppoging van de Hongaar Bodrogi. De Latino pakte zijn mobiel, hield dat ongeveer vijf centimeter voor zijn mond en barstte los in een luide spraakwaterval, waaruit ik alleen de naam Botero kon opmaken. Schreeuwend, gesticulerend spoot hij zijn totale vocabulaire richting Bogota, terwijl er op het scherm niets anders te zien was dan een eenzame renner in het groene shirt van Crédit Agricole. De man beëindigde zijn verslag, ging zitten en doezelde direct weg. Toen kwam Richard Virenque lopend langs en nu raakte de Fransman uiterst opgewonden. “Richaaaare, Richaaaare”, sprak hij in vervoering alsof Miss France naakt en op hoge hakjes langs tripte. Ook het dichtopeengepakte publiek achter de dranghekken roerde zich en Virenque deelde overal handtekeningen uit. Als altijd onberispelijk gekleed en gekapt. Hij onderging de over hem uitgestrooide hulde hovaardig, knikte, lachte, zwaaide, ging met iedereen op de foto, gaf kushandjes terug en schreed als een ware zonnekoning verder. Hij had ook ongezien langsachter kunnen lopen, zoals Pedro Delgado deed, maar hij verkoos de belangstelling. Een merkwaardig fenomeen die Virenque. Enerzijds een mooie aanvallende wielrenner en aan de andere kant een bedrieger, die pas twee jaar na dato voor de rechter toegaf dat hij na de Tour de dôpage gelogen had. En het publiek? Ach, doping is een hobby van de officials en de pers. Geen mens die zich er verder druk om maakt. Raar maar waar. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 19 november 2006 0:00

Bobby JULICH (1971, Verenigde Staten)

Zijn vader was tri-atleet en dus moest er dagelijks getraind worden. Zoon Bobby ging op de fiets mee. Dat zwemmen vond hij niks, hardlopen zag hij al helemaal niet zitten, maar het fietsen beviel hem wel. Op al die trainingstochten kon hij zich identificeren met Greg LeMond, zijn idool die in die jaren Europa liet kennis maken met het Amerikaanse wielrennen en vooral met de mentaliteit van sportende yanks en de cultuur die daarbij hoort. Bobby vond het allemaal geweldig en hij werd wielrenner. Hij ontdekte dat hij redelijk kon klimmen en het in ritten tegen het horloge tegen de beste tijdrijders kon opnemen. In 1992 werd hij op 21-jarige leeftijd beroepsrenner en vier jaar later stond hij op het erepodium van de Tour de France. Derde achter Bjarne Riis en Jan Ullrich. Was er een nieuwe Amerikaanse Tourwinnaar opgestaan? Niet helemaal, want de renner uit Colorado miste de regelmaat en de constante van een groot ronderenner. Hij kreeg een gevoelige lik mee van de dopingperikelen rond zijn ploeg Cofidis, maar ook bij Crédit Agricole en T-Mobile kon hij zijn vorm van 1996 niet meer vinden. Net op het moment dat iedereen dacht dat zijn carrière verzand was, kwam andermaal Bjarne Riis op zijn pad. Ditmaal niet als renner, maar als teammanager van CSC, het Deense wonderteam dat toch anders is dan anderen. Julich was inmiddels 33 jaar en hij dacht al aan afscheid, maar hij liet zich door Riis overtuigen dat hem nog mooie dingen te wachten zouden staan in het rood/zwart van de Deense formatie. En zo werd 2005 zijn topjaar met overwinningen in Parijs-Nice en de Eneco Tour Benelux. Een 17e plaats in de Tour bevestigde nog eens dat hij weer helemaal back in business was. Hij genoot er van, maar kon toch niet verhinderen dat het dit jaar een heel stuk minder was. Hij won de proloog van Parijs-Nice en hij won met zeven andere CSC’ers de ProTour ploegentijdrit in Eindhoven en dat was het wel zo’n beetje. Een val in de 7e etappe zorgde er voor dat hij in de Tour van dit jaar Parijs niet haalde. (Foto: © Philip van der Ploeg)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 18 november 2006 0:00

© Otto Beaujon

“Flandria is één van de meest roemruchte namen uit het Belgische wielrennen. De naam is het Latijnse woord voor Vlaanderen en in het Waals is het Flandres. De geschiedenis van het bedrijf gaat terug tot 1825, het jaar waarin grondlegger Alex Claeys de dochter van een smid trouwde en met het geld van zijn schoonvader een ijzergieterij begon. De ‘Werkhuizen Claeys’ in Zedelgem bij Brugge brachten robuuste tractoren, zware diesels en kleine tweetaktmotoren voort, alsmede kachels, potten en pannen, maaidorsers, gereedschap en fietsen. De eerste Claeys fietsen dateren van 1896 met de merknaam ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 17 november 2006 10:00

Lucien MICHARD (1903, overleden 31.10.1985, Frankrijk)

In de Tour de France zien we al sinds de tweede wereldoorlog het beeld van coureurs die een aantal jaren lang met harde hand het Tourcircus domineren. Bobet, de Franse kampioen uit de jaren vijftig, werd opgevolgd door Anquetil, die door Merckx, Merckx door Hinault, vervolgens kwam LeMond, daarna Indurain en tenslotte Armstrong. In de wereld van de beroepssprinters is iets dergelijks te zien. Onze landgenoot Piet Moeskops werd in de jaren twintig vijf keer wereldkampioen. Hij werd vanwege het ouder worden van zijn troon gestoten door de Fransman Lucien Michard, de vandaag 103 jaar geleden in de buurt van Parijs geboren Fransman. Michard werd vier keer (van 1927 tot en met 1930) wereldkampioen, nadat hij al twee wereldtitels en Olympisch goud had veroverd bij de amateurs. Daarna kwam de periode Jef ‘Poeske’ Scherens die maar liefst zeven maal wereldkampioen werd. Eigenlijk had Michard ook in 1931 wereldkampioen moeten zijn. Dat jaar werd het WK in Kopenhagen verreden en de Fransman bereikte moeiteloos de finale. Zijn tegenstander Willy Falck Hansen reed een thuiswedstrijd en de jury zou hem wel even een handje helpen. Michard won de eerste rit en de Deen de tweede. Er was dus een beslissende derde rit nodig. Die ‘belle’ werd nipt maar duidelijk waarneembaar gewonnen door Michard. Diens arm ging dan ook in een triomfgebaar omhoog, waarna hij tot zijn verbijstering moest horen dat Falck Hansen winnaar was en dus de nieuwe wereldkampioen. Michard diende uiteraard direct een protest in, maar dat werd door de jury afgewezen. Hij zocht het hogerop en ging in cassatie bij de UCI met foto’s die zijn ondubbelzinnige gelijk bewezen. De internationale wielerbond velde een salomonsoordeel door te stellen dat de uitslag niet zou worden herroepen, maar dat Michard wel het voorrecht kreeg om het gehele jaar te rijden in een shirt met twee wereldbollen op de rug (zie foto). Falck Hansen reed in 1932 dus in de regenboogtrui en Michard bewees dat jaar in zijn unieke bollenshirt in meerdere rechtstreekse duels dat hij toch de echte wereldkampioen was. En toen kwam Scherens om Lulu naar de vergetelheid te sprinten.

Geplaatst door Fred van Slogteren, 17 november 2006 0:00

IL ROMANZO DEL GIRO D’ITALIA

door Gian Maria Dossena

“Zoals er zo veel fotoboeken over de Tour de France bestaan, zo zijn er natuurlijk ook fotoboeken over de Ronde van Italië. Zoals dit in 1985 verschenen werk, waaraan elke liefhebber van het cyclisme veel plezier zal beleven. Het staat namelijk barstensvol foto’s uit de gehele geschiedenis van de Giro, die in dit boek uiteraard ophoudt in 1985. De teksten zijn heel summier en in het Italiaans, maar de foto’s vertellen het verhaal op een zeer boeiende wijze. Er zijn er tientallen die ik nooit eerder gezien heb. Het eindigt dus met Hinault in 1985 en het begint in 1907 met een foto van de toenmalige cracks ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 16 november 2006 10:00

© Henk Theuns

”Hennie Marinus was in de jaren vijftig een kwikzilverachtig rennertje dat zowel op de weg als op de baan goed uit de voeten kon. De Amsterdammer werd als amateur twee keer tweede in het wegkampioenschap bij de amateurs. Dat was in 1958 en ’59 en in dat laatste jaar werd hij ook kampioen van Nederland in het prachtige nummer 50 km. zonder gangmaking op de baan. Daar heeft hij deze trui aan overgehouden, althans ik heb hem overgehouden. Vanwege zijn kleine gestalte en zijn aanvallende manier van rijden werd de zoon van een vishandelaar uit de Amsterdamse Jordaan razend populair op het stadion en zijn verdere successen behaalde hij dan ook hoofdzakelijk op de piste. Hij werd een veelgevraagde ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 15 november 2006 10:00

Leo van VLIET (1955, Nederland)

Als amateur was hij een kanjer die in de Amstel Bier-ploeg van Herman Krott werd voorbereid op een supercarrière bij de profs. Herman bracht hem binnen bij Miko-Mercier, de Franse ploeg waar Zoetemelk kopman was. Zijn eerste profwedstrijd was de Ster van Bessèges en hij won de eerste rit en werd tweede in de eindstand. Een mooie binnenkomer die dat jaar geen echt vervolg kreeg. In 1979 transfereerde hij naar Raleigh en hij werd een van de steunpilaren van de bende van Post. Hij won zijn wedstrijden, maar zijn belofte maakte hij niet waar. Zijn talenten offerde hij aan de ware eruptie van ploegsuccessen, waarin niet hij maar Raas en Knetemann de tenoren waren. Hij schikte zich moeiteloos, maar was in 1983 tot tranen toe geroerd en als een kind zo blij toen hij eindelijk een echt grote wedstrijd – Gent-Wevelgem – won. Op dezelfde dag speelde de veelbesproken breuk tussen Post en Raas zich af en Leo ging met de Zeeuw mee naar Kwamtum. Hij reed nog een paar jaar zonder opzienbarende prestaties en stopte toen vrij plotseling. Hij kon het vak van beroepsrenner mentaal niet meer opbrengen, was zijn excuus en hij dook met al zijn energie in het familiebedrijf. De broers Van Vliet maakten er een wereldtent van en verkochten het vervolgens aan een Amerikaanse multinational op het gebied van recycling. Leo en zijn broers fietsten zich regelrecht de Quote binnen. Te jong om niks te doen ging Leo in zaken. Hij organiseert evenementen en hij is al weer een fiks aantal jaren de grote baas van de Amstel Gold Race. Hij is de enige man die in zijn huis een café heeft laten aanleggen met volledige tapvergunning, maar die zelf geen druppel drinkt. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 15 november 2006 0:00

© Peter Ravensbergen

“Een naam die klinkt als een klok. Tourmalet is een van de merken uit een serie van zeven van de Britse fietsenfabrikant Saracen. De andere merken zijn: Tour, Aravis, Morzine, Sestriere, Aubisque en Galibier. Het zijn natuurlijk niet de eerste fietsen die naar beroemde cols zijn vernoemd. De Tourmalet in de Pyreneeën wordt al sinds 1910 opgenomen in de Tour en is de meest beklommen berg in de ronde. Hij hoort dan ook bij de Tour zoals de Eiffeltoren bij Parijs. Jacques Goddet, de oud-Tourdirecteur wordt geëerd met een monument op de Tourmalet, hetgeen in de lokale taal zoiets betekend als ‘slechte weg’. Op de ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 14 november 2006 10:00

« Vorige 1 2 3 4 5 6 Volgende »