Aad de GRAAF (1939, overleden 21.07.1995, Nederland)

Deze Rotterdammer was een van de pupillen in de baanopleiding van Arie van Vliet, toen hij in 1958 als sprinter doorbrak. Hij werd direct vierde bij het NK. In de zes jaar die volgden werd hij drie keer kampioen van Nederland en drie keer tweede achter respectievelijk Mees Gerritsen en twee maal Piet van der Touw. Bij het WK bracht hij het niet verder dan twee maal een plaats in de kwartfinales, maar daar dient bij gezegd te worden dat Aad een kleine handicap had. Hij was vrijwel doof aan één oor. Dat is iets waar een normaal mens prima mee kan leven, maar wat voor een sprinter een groot gemis is. Een sprinter – zo heeft Jan Derksen me eens verteld – moet eigenlijk over twee paar ogen beschikken en over een uitstekend gehoor. Je moet aan het suizen van de bandjes kunnen horen waar je tegenstander zit. Elk geluidje, hoe gering ook, is van belang en daardoor had Aad de Graaf een ernstige handicap, want met zijn intrinsieke snelheid en zijn tactisch inzicht was niets mis. In 1965 werd hij prof en hij verkeerde twee jaar in de beroepsrangen. De belangstelling voor het eliteonderdeel van de wielersport was zwaar tanende en er was bovendien de concurrentie van mannen als Sercu, Beghetto, Gaiardoni en Baensch. Bovendien kreeg hij in die tijd last van blessures, onder andere een polsbreuk die hem behoorlijk parten heeft gespeeld. Toch heeft Aad een mooie carrière gerealiseerd met vier Nederlandse kampioenschappen, twee deelnames aan de Olympische Spelen (1964, vierde op de tandem met Piet van der Touw) en overwinningen in de Grote Prijzen van Berlijn en Manchester. Hij was een zachtaardige, rustige jongen die iedereen altijd vriendelijk tegemoet trad en hij had dan ook geen vijanden op het stadion, waar dagelijks door de Nederlandse baanelite getraind werd. Met zijn Jenny kreeg hij twee kinderen en hij begon een groentegroothandel met de horeca als doelgroep. Hij maakte er een mooi bedrijf van en ook het fietsen werd bijgehouden. Hij deed elk jaar mee aan het WK voor veteranen in Oostenrijk. Zoon Marcel herinnert het zich als een mooi leven, waar in 1995 door een hartinfarct veel te vroeg een eind aan kwam.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 22 oktober 2006 0:00

Vanavond is de zesde en laatste avond van de Zesdaagse van Amsterdam. Het Zwitserse duo Risi-Marvulli staat aan de leiding, maar zijn nog lang niet zeker van de zege. In dezelfde ronde zijn ook de koppels Keisse-Villa en Bartko-Beikirch nog kansrijk. Ook het Nederlandse koppel Stam-Schep is nog niet uitgeschakeld, evenmin als de Spanjaarden Llaneras en Galves. Beide koppels hebben één ronde achterstand en dat is op dat kleine baantje in Sloten geen onoverkomelijke hindernis. Het is al de hele week spannend met aan het eind van elke dag nieuwe leiders.
Ik was dinsdagavond een paar uur bij het evenement en het was weer uiterst gezellig op het middenterrein. De tribunes zaten vol en daar zitten de echte liefhebbers. Mensen met inzicht in het gekrioel van de koppelkoers en de andere vaste zesdaagseonderdelen. En natuurlijk de prachtige heats van zes topsprinters met Theo Bos als publiekslieveling. Op het middenterrein is de wedstrijd veel moeilijker te volgen door alle spijs en drank die genuttigd moet worden. Maar daar wordt tevens uitgebreid genetwerkt en zelfs zaken gedaan. En het is natuurlijk een ontmoetingsplaats voor de old boys van de wielersport. Alte Kameraden, altijd gezellig. Leuke gesprekjes gevoerd met Joop Middelink jr., Bertus Raats, Jos Krott, Chris Schröder (monument van de voetbalclub AFC en de sociëteit Olympisch Stadion), Yurryt van de Vooren van sportgeschiedenis.nl, Jan Zomer natuurlijk en Peter Ouwerkerk, druk bezig met een jubileumboek ter gelegenheid van de 25e Rotterdamse zesdaagse, die begin januari zijn beslag zal krijgen. De zesdaagse is een evenement dat nooit verloren mag gaan, want het is topsport. Na ieder onderdeel knipte Peter Schoonen zijn plaatjes en aan de zijlijn zagen Frank Boelé en Patrick Sercu dat het goed was. Volgend jaar ga ik er zeker weer een avondje heen.

Geplaatst door Fred van Slogteren, 21 oktober 2006 11:27

Fred DE BRUYNE (1930, overleden 04.02.1994, België)

Fredje, zoals hij liefkozend door zijn vele supporters werd genoemd, heeft het als coureur niet op een schotelke gekregen. Integendeel, want zijn jeugdjaren waren weinig benijdenswaardig en het ging in zijn wielercarrière ook niet altijd van een leien dakje. Toch werd hij de man van vier succesvolle carrières. Hij was wielrenner, radioreporter, ploegleider en PR-functionaris. En dan vergeet ik nog zijn prestaties als auteur van wielerboeken. Ik bezit een flinterdun boekje van zijn hand over Peter Post. Het kwam uit toen Post nog actief wielrenner was en ik was er destijds niet kapot van. Van zijn in 1978 verschenen autobiografie ‚De memoires van Fred De Bruyne’ heb ik meer genoten. Een meeslepend boek, uitstekend geschreven en rijk geïllustreerd. Mijn enige punt van kritiek is de grafische afwerking. Het is zo slecht gebonden dat je bij het omslaan van de bladzijdes steeds de losse pagina in de hand houdt en het boek na lezing een verzameling is geworden van 120 blaadjes in een geel omslag. Maar dat doet aan de prestatie van Fredje als auteur niets af. Hij is geboren en getogen in Berlare in Oost-Vlaanderen als enig kind van een echtpaar dat een café uitbaatte. De oorlog loopt als een rode draad door zijn jeugdjaren. Om niet als dwangarbeider naar Duitsland te worden gestuurd werd De Bruyne senior behalve kastelein ook veldwachter. Een eerzaam beroep, maar niet in oorlogstijd. Bij nacht en ontij werd hij door de Duitsers uit zijn bed gehaald om hen naar een adres te brengen waar mogelijk verzetsstrijders verborgen zaten. Dat werd door de bevolking van Berlare terecht als collaboratie gezien en vader De Bruyne werd uitgekotst, evenals zijn vrouw en zoontje. Die periode heeft het karakter van Fredje gevormd en hij werd coureur. Een topper vooral in de klassiekers. Het seizoen 1956 werd zijn hoogtepunt met overwinningen in Parijs-Nice, Milaan-San Remo, Luik-Bastenaken-Luik en de wereldbeker. Ik beveel het boek alsnog van harte aan als het nog te koop is. Ook al lijkt het op de Ronde van Lombardije met al die vallende bladeren.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 21 oktober 2006 0:00

© Otto Beaujon

“Gary Fisher was één van de mannen van het eerste uur van het mountainbiken. Gary is nu 58 jaar en nog steeds een meer dan behoorlijke fietser. Op zijn zestiende werd hij van school gestuurd vanwege lang haar, blowen, flower-power, enzovoort. Hij zat er niet mee en toen ging deze op-en-top Californiër met vrienden op het schiereiland Marin County ‘mountainbiken’. Die bekendste van die vrienden waren Joe Breeze, Tom Ritchey, Mike Sinyard: jongens die alle vier later bekende mountainbikebouwers zijn geworden, van respectievelijk de merken ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 20 oktober 2006 10:00

Lucien VAN IMPE (1946, België)

Lucien is een alleraardigste man die het beroep uitoefent van oud-Tourwinnaar, net als Jan Janssen. Om de haverklap worden ze gevraagd om ergens op te draven om dan voor een zaaltje nog eens te vertellen over hun heldendaden van weleer. Ze doen dat met het grootste plezier omdat ze van mening zijn dan iets terug te doen voor de sport, waaraan ze alles te danken hebben. Van Impe is ook vaak te gast in allerlei TV-programma’s en ik denk dan wel eens dat die belangstelling misschien wel groter is dan tijdens zijn carrière. Lucien is een slachtoffer van het Merckxisme. Zou hij nu actief zijn, dan werd er een sterke ploeg om hem heen gebouwd om hem op het vlakke uit de wind te houden, want in het hooggebergte had hij niemand nodig. Dan danste hij als een vederlicht klimwonder de cols op, want hij is een van de grootste klimmers uit de Tourgeschiedenis. Maar in zijn tijd werd er geen sterke ploeg om hem heen gebouwd, want alle aandacht ging jarenlang uit naar Merckx, het fenomeen. Het was de Franse ploegleider Cyrille Guimard die hem in 1976 naar zijn Gitane-ploeg haalde en hem naar de Tourzege begeleidde. Eigenlijk was Joop Zoetemelk dat jaar de sterkste, want die won drie bergritten, maar Jopie maakte een ernstige inschattingfout toen hij Van Impe liet gaan omdat hij van mening was dat het nog veel te ver was en de Belg het toch niet zou redden. Maar Lucien kreeg hulp van onverwachte zijde. Luis Ocaña nam de kleine man op sleeptouw en bracht hem bij de kopgroep. Zo verloor Joop meer dan vier minuten en de Tour. Er heeft altijd een bepaalde spanning bestaan tussen Zoetemelk en Van Impe en dat is bij beiden nog steeds merkbaar. Ik heb Lucien eens geïnterviewd in zijn mooie villa. Na een uurtje praten maakte hij een eind aan het gesprek, want hij moest ergens over zijn zeven bergprijzen komen vertellen. Zijn vrouw Rita legde een stapeltje bolletjestruien voor hem neer om mee te nemen. Smetteloos wit met felrode bollen. Daar ging-ie voor de zoveelste keer, vol enthousiasme de Tourwinnaar van 1976. Hij wordt vandaag zestig. (Foto: © T&T Tekst & Traffic)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 20 oktober 2006 0:00

ALLES OF NIETS

door Hagen Bossdorf

“Dit boek is in 2004 geschreven en het verscheen in de tweede helft van dat jaar, nadat Ullrich na wat mindere tijden een goede comeback in de Tour had gemaakt. Hij reed toen in die Bianchi-ploeg waar Jacques Hanegraaf volgens mij iets mee van doen had en die ploeg had prachtige shirts met die aparte groene kleur die net zo bij Bianchi hoort als de namen van Fausto Coppi en Felice Gimondi. Het is in het Nederlands vertaald en bij Het Spectrum verschenen. Het is 238 pagina’s dik en het is eigenlijk een soort monoloog door de auteur opgetekend uit de mond van Jan Ullrich. De schrijver heeft het verhaal in ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 19 oktober 2006 10:00

Jaap EDEN (1873, overleden 02.02.1925, Nederland)

Deze in Groningen geboren, maar in het Haarlemse opgegroeide sportman geldt als de aartsvader van de Nederlandse sportbeoefening. Hij was zowel schaatser als wielrenner en in beide takken van sport werd hij wereldkampioen. Zijn faam was daarna zo groot dat hij als wielrenner een zeer lucratief profcontract mocht tekenen en zich daarmee een jaarkomen verwierf van een halve ton in guldens. Dat was omstreeks 1900 en dat bedrag zou nu in de buurt van een miljoen euro of meer liggen, schat ik. Jaap Eden was dus een van de eerste grootverdieners in de sport en hij heeft toen al aangetoond dat dat niet altijd leidt tot nog betere prestaties. A la Ronaldo heeft hij eigenlijk nooit meer iets van belang gepresteerd en mede door zijn frivole levenswandel zakte hij weg uit de belangstelling. Na zijn loopbaan probeerde hij in Rotterdam nog een fietsenwinkel van de grond te krijgen en daarna was hij nog even vrachtwagenchauffeur, maar hij verprutste alles waaraan hij begon. De grote sportman van weleer kwam in een inrichting terecht waar hij op 51-jarige leeftijd is overleden.
Hoewel zijn prestaties enkele jaren lang groot waren, lijkt het me vreemd dat we deze man als de vader van onze Nederlandse sportbeleving zien. Dat dat zo is, leid ik onder andere af aan het feit dat de jaarlijkse onderscheidingen voor de beste sportman en sportvrouw, jarenlang zijn beeltenis in brons zijn geweest, uitgereikt aan mensen die er wel alles aan hebben gedaan om de top te bereiken en daar ook een aantal jaren te blijven. Van mij hoeft het symbool Jaap Eden natuurlijk niet te worden afgebroken, maar er zijn andere sporters geweest die de kwalificatie aartsvader van de Nederlandse sport eerder was toegekomen en dan denk ik wat het cyclisme betreft bijvoorbeeld aan Mathieu Cordang. Maar daar kom ik op diens geboortedag, 6 december, wel op terug.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 19 oktober 2006 0:00

Trouwe bezoekers van deze weblog weten dat ik een zwak heb voor Thomas Rabou, het frèle klimtalent uit Schijndel dat al enkele jaren probeert bij een grote ploeg binnen te komen. Hoewel hij het bij de Marco Polo-formatie van Gudo Kramer erg naar zijn zin had en daar enkele prachtige prestaties neerzette, is hij ongetwijfeld dolgelukkig met de verbintenis met het Rabobank continental team, waar hij onder de vakbekwame handen van Nico Verhoeven verder ontwikkeld zal worden. Ik ben niet zo voorspellerig, maar ik durf het aan te stellen dat Thomas het bij Rabo ver kan brengen. Zeker omdat zijn talent – hij is ook een uitstekend tijdrijder – gepaard gaat met ambitie en eerzucht.
Thomas, van harte gelukgewenst en ik blijf je verrichtingen volgen.

Geplaatst door Fred van Slogteren, 18 oktober 2006 15:36

© Henk Theuns

“Dit truitje droeg Francesco Moser – voor de goede orde de man rechts – in 1987. Hij was toen in zijn nadagen want het was zijn vijftiende seizoen als beroepsrenner. Een fantastische carrière waarin hij zo’n beetje alles heeft bereikt wat er te bereiken was. Als jongste van vier fietsende broers (Aldo, Enzo, Diego en Francesco) heeft Checco het het verst geschopt. Hij was renner in een periode toen de Italianen moeilijk hun land waren uit te krijgen. Zij prefereerden de vele Italiaanse semi-klassiekers met een prettig temperatuurtje boven het echte werk in de modder en de stront van ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 18 oktober 2006 10:00

Lucien (Petit Breton) MAZAN (1882, overleden 20.12.1917, Frankrijk)

De laatste decennia is de wielersport in alle lagen van de bevolking geaccepteerd, maar er is een tijd geweest dat wielrenner worden in de publieke opinie gelijk stond aan je onder dieven- en moordenaarsvolk begeven. Horlogmaker Mazan, vanuit Bretagne naar Buenos Aires geëmigreerd, vond het dan ook maar niks dat zijn zoon Lucien belangstelling toonde voor een sport waar uitsluitend schorem aan meedeed. Niet dat het toenmalig beroep van zijn zoon zoveel beter was, want de jonge Mazan was tangodanser van beroep en ook artiesten behoorden in de publieke opinie tot het uitschot. Maar een tangodanser in Argentinië kon er nog net mee door. Lucien keerde terug naar zijn geboorteland en om zijn vader te misleiden nam hij de schuilnaam ‚Breton’ aan, waarmee hij zich voor wedstrijden inschreef. Toen er al een renner van die naam bleek te bestaan, maakte hij er Petit Breton van en die naam werd heel beroemd in de beginjaren van de twintigste eeuw. Het was dus geen bijnaam, want die luidde uiteraard l’Argentin. Hij won in Europa ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 18 oktober 2006 0:00

« Vorige 1 2 3 4 5 6 7 Volgende »