Fabio CASARTELLI (1970, overleden 18.07.1995, Italië)

Op 18 juli 1995 vond Fabio Casartelli de dood na een zware valpartij in de afdaling van de Portet d’Aspet. Ik weet nog precies waar ik was toen ik het vreselijke nieuws hoorde. Wie was Fabio Casartelli? De Olympisch kampioen van Barcelona 1992. Hij versloeg daar Erik Dekker in de sprint. En verder? In zijn derde jaar als prof was hij nog overwinningsloos. Hij was een belofte, maar het was er nog niet uitgekomen. Zou het er uitgekomen zijn? Waarschijnlijk niet. Echte grote renners laten zich direct zien, ook al hebben ze nog niet de macht en de ervaring van de vedette. Bovendien was Fabio na twee seizoenen bij een Italiaanse ploeg in het kamp van Lance Armstrong terechtgekomen. Dat was nog niet de Lance van later, maar toch al wel een mannetje. Als Casartelli in het gevolg van de Texaan was gebleven dan was hij een goedbetaalde knecht geworden met hooguit een paar overwinningen op zijn palmares. En dan was hij nu al vergeten. Maar op het moment dat hij het leven liet, werd hij onsterflijk. Een merkwaardige paradox die alleen verklaard kan worden omdat hij de tragiek symboliseert, waar alle renners diep in hun hart bang voor zijn en de gedachte eraan direct verdringen. De dood. De Tour is een gevaarlijk spel en wie het gedrang in massaspurts ziet en de snelheden waarneemt waarmee renners op een draagvlak van anderhalve centimeter rubber van bergen afsuizen, krijgt telkens weer diep respect voor het vakmanschap van de coureurs. Anderzijds is er de verbazing dat er niet vaker ongelukken met dodelijke afloop zijn voorgekomen. Maar de teller in bijna een eeuw Tour staat op vier. Vier teveel, maar het hadden er veel meer kunnen zijn. Er staat een monument voor Fabio op de Portet d’Aspet. Iedere keer als de Tour er langs komt is er weer een korte plechtigheid. Voor Fabio, een wielrenner in wording die op een dinsdag in juli een legende werd. (© Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 11 augustus 2006 0:00

Romain MAES (1913, overleden 22.02.1983, België)

De meeste winnaars van de Tour de France hebben een erelijst zo lang als hun arm, want alleen de allergrootsten zijn in staat de wedstrijd aller wedstrijden te winnen. Er zijn echter ook uitzonderingen, maar die bevestigen daarmee alleen maar de regel. Een van die schaarse uitzonderingen was de kleine Belg Romain Maes, die in 1935 van de eerste tot de laatste dag de gele trui droeg en ook nog eens in de laatste etappe solo en met een fikse voorsprong in Parijs arriveerde. Hij reed vier keer de Tour en de andere drie keer viel hij uit. Hij won verder enkele kleinere wedstrijden en hij won in 1936 Parijs-Roubaix. De overwinningskei (zo die toen al bestond) heeft hij echter niet gekregen. Iedereen zag Maes als eerste over de streep komen, maar de jury zag de Fransman Georges Speicher als winnaar finishen. Zo ging dat toen in Frankrijk. De grote kracht van Romain Maes was zijn wilskracht. Zo’n type dat pas verslagen is als de koers is geëindigd. Daarmee knokte hij zich in de door hem gewonnen Tour door menig inzinking heen en dreef hij zijn concurrenten tot wanhoop. Hij bleef tot 1945 actief als renner, maar zijn grote jaren waren toen al lang voorbij. Na de oorlog fungeerde hij jarenlang als chauffeur van de Belgische journalisten die de Tour en andere wedstrijden volgden. Waag het niet om in het bijzijn van deze mannen – voorzover zij nog leven – Romain Maes een eendagsvlieg te noemen. Maes heeft zijn Tourzege niet cadeau gekregen en wat hij verder gepresteerd heeft, is niet van belang. Wie de Tour wint is onsterflijk.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 10 augustus 2006 0:00

© Henk Theuns

“Dit truitje is gedragen door Frank Pirard, de jongere broer van Frits. Frank was van 1986 tot en met 1990 professional en in dat laatste jaar reed hij in dit kleurige tricot van sponsor SEFB. Dat is een Belgische Spaarbank die van 1986 tot en met 1995 als sponsor actief is geweest in de wielersport. Ferdi Bracke is enkele jaren ploegleider geweest en ook José De Cauwer was als sportdirecteur aan de ploeg verbonden. Grote namen, maar het is altijd een ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 9 augustus 2006 10:00

Een van mijn favoriete renners in het huidige profpeloton is de Duitser Jens Voigt. Ik hou van aanvallers en als iemand dat predikaat verdient, is het Voigt wel. Hij vliegt er in als hij kan en dat is niet altijd even verstandig. Maar de voormalige Ossie is ijzersterk en hij volbrengt zijn krachtenverslindende missies regelmatig met succes. In de laatste Tour was hij de grote animator in die vreemde etappe waarin Oscar Pereiro aan de top van het klassement kwam. Als Voigt niet in die kopgroep had gezeten, had ik nog moeten zien dat Pereiro het geel had gepakt, want het scheelt een slok op een borrel of je iemand als Voigt mee hebt. En nu excelleert hij in de Ronde van Duitsland. Hij blijkt ineens ook goed te kunnen klimmen en in staat om in een tijdrit een specialist als Leipheimer te verslaan. Vandaag is de laatste dag en Voigt gaat vrijwel zeker de Ronde van Duitsland winnen. Die is weliswaar niet zo zwaar als vorig jaar, maar toch een mooie koers om op je erelijst te hebben. Ik gun het hem van harte, zeker na alle narigheid van de laatste tweeënhalve week die de wielersport heeft beleefd. (© Philip van der Ploeg)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 9 augustus 2006 7:12

Met ingang van vandaag is Erik Dekker geen profwielrenner meer, maar ploegleider nummer vier bij Rabobank. Hij rijdt aan het eind van het seizoen nog wel een koers uit het pretpakket op Curaçao, maar daar zal hij niet extra voor gaan trainen. Dekker mag terugkijken op een mooie carrière met een indrukwekkende palmares. Hij kwam in 1993 in het profpeloton als een grote belofte. Hij had een zilveren medaille op zak, gewonnen in de Olympische wegwedstrijd waar hij wel erg makkelijk werd afgetroefd door de betreurde Fabio Casartelli. Hoewel hij mijns inziens voluit voor goud had moeten gaan, stelde hij zich veel te vroeg tevreden met zilver en hij was er ook nog dolgelukkig mee. Net als Tim Krabbé trok ik toen de conclusie dat het met die Dekker nooit iets zou worden. We hebben het gelukkig mis gehad, maar het heeft lang geduurd vooraleer hij tot bloei kwam. Zes jaar om precies te zijn. Hij was in die periode geen ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 9 augustus 2006 6:41

Davide REBELLIN (1971, Italië)

Hij is aan zijn vijftiende profjaar bezig. Iedereen kent hem, hij geldt als een goede renner en zijn palmares mag gezien worden. Toch is Tintin geen vedette en dat komt door zijn gebrek aan uitstraling. Het blijft gek dat niet je prestaties, maar je presentatie je plaats in het peloton bepalen. Ondanks zijn successen werd hij een aantal jaren niet geselecteerd voor het WK en dat deed hem bijna besluiten de Argentijnse nationaliteit aan te vragen. Toen bondscoach Franco Ballerini het veld ruimde besloot Davide toch maar Italiaan te blijven.
2004 was zijn topjaar toen hij in acht dagen tijd de Amstel Gold Race, de Waalse Pijl en Luik-Bastenaken-Luik won. In het lichtblauw van Gerolsteiner, nadat hij jarenlang voor Italiaanse ploegen had gekoerst en ook nog een jaar bij Française des Jeux had gereden. Vorig jaar kwam hij in het nieuws omdat er bij zijn schoonouders thuis – waar ze al niet zoeken – verboden producten waren gevonden. Hij werd echter vrijgesproken bij gebrek aan bewijs. Dit jaar is zijn erelijst bescheiden, want hij brak in de Ronde van Italië een rib en dat was een lelijke streep door de rekening. De leeftijd zal echter ook wel een rol gaan spelen, want Davide wordt vandaag 35 jaar. Als hij nog potten wil breken, moet hij snel zijn.
(© Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 9 augustus 2006 0:00

“Ik heb er nooit aan gedacht om op de vrijmarkt op koninginnedag op zoek te gaan naar een oude racefiets. Maar enkele dagen na 30 april kwam iemand me deze fiets aanbieden. Gescoord op de rommelmarkt. Ik wist niet wat ik zag. Een beauty. Een Chesini Precision. Volgens mij is Ton van Herwerden de enige importeur in Nederland van dit Italiaanse topmerk. Op het gebied van graveerwerk is er bij deze fiets niet zuinig gedaan. Op het ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 8 augustus 2006 10:00

Axel MERCKX (1972, België)

Je moet over heel wat ambitie en karakter beschikken om als de zoon van de grootste wielrenner aller tijden ook op een racefiets te stappen en voor een carrière als beroepswielrenner te kiezen. Je weet van tevoren dat je altijd met je vader zult worden vergeleken en dat die vergelijking nooit in jouw voordeel zal worden uitgelegd. Zonder de naam Merckx zou Axel een goede modale wielrenner zijn met een alleszins acceptabele palmares, vergelijkbaar met een Servais Knaven of een Leon van Bon om zo maar eens een paar namen te noemen. Want Axel Merckx is een renner die in bepaalde koersen zijn gang mag gaan, maar vaker moet knechten. En dat doet hij goed. Floyd Landis zou zijn inmiddels geannuleerde Tourzege wel eens aan Merckx te danken kunnen hebben. Toen de Amerikaan als een zielig hoopje mens aan zijn catastrofale inzinking bezig was, reed de een na de andere achterblijver hem voorbij. Toen kwam Merckx langszij en de Belg wist onmiddellijk wat hem te doen stond. Hij sprak Landis eerst moed in en nam hem vervolgens op sleeptouw in een tempo dat de ex-mennoniet nog net kon volgen. Daarmee heeft hij zeker minuten verdiend voor de Amerikaan en die hoefden de volgende dag dus niet goedgemaakt te worden.
Er zijn twee punten waarop Axel zijn vader heeft overtroffen. Hij behaalde een Olympische medaille en een dergelijk kleinood ontbreekt – tot diens grote spijt - in de prijzenkast van De Kannibaal. Op financieel gebied heeft Axel zijn vader ver overtroffen, want Eddy vertelde mij eens dat zijn zoon in drie jaar tijd meer heeft verdiend dan hij in zijn hele carrière. Axel is als wielrenner ver in de schaduw van zijn vader gebleven, maar ‘he cried all the way to the bank’, zullen we maar zeggen. De Banque Monaco, wel te verstaan.
(© Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 8 augustus 2006 0:00

Steven ROOKS (1960, Nederland)

Hij behoort onbetwist tot de tien beste Nederlandse renners aller tijden. De klasse droop er van af en daarom had er volgens mij nog meer in gezeten. Maar dat weet de renner zelf het beste. Als hij het niet had gehaald, was zijn standaardexcuus: ‘ik was niet super’, terwijl je als kijker de indruk had dat hij met de rem erop reed. Hij kon een geweldige finale rijden, waarin hij heel efficiënt met zijn krachten omsprong. Zijn grootste prestatie was voor mij zijn overwinning in Luik-Bastenaken-Luik in 1983. Hij was smadelijk verstoten door Peter Post en hij ging in het shirt van een onbeduidend Frans ploegje even verhaal halen, door iedereen – inclusief de hele Raleigh-ploeg - uit het wiel te rijden en solo over de finish te komen. In één klap eiste hij zijn plaats aan de top op. Natuurlijk zijn ook zijn prestaties in de Tour de France van hoog niveau. Een tweede plaats in het eindklassement en winnaar van het bergklassement zijn verrichtingen die maar weinig renners op hun palmares hebben staan. En als de autoriteiten in die tijd net zo onverbiddelijk waren geweest als nu met Landis, dan had Steven de Tour van 1988 op zijn naam mogen schrijven.

Ik denk dat de karakterstructuur van Steven een belangrijke rol heeft gespeeld in zijn carrière. Hij was soms een moeilijke jongen, altijd een tikkie dwars. Men verweet hem vaak horkerig gedrag, maar nu ik hem na zijn carrière bezig zie in de wielerwereld denk ik dat dit veel te maken had met zijn beroepsbeleving. Altijd supergeconcentreerd was hij het prototype van de egoïst. Iemand die niemand anders kende – en wilde kennen - dan zichzelf. Nu hij niet meer fietst is hij een andere man. Moest je hem vroeger de woorden uit de mond trekken, daar is hij nu een gezellige prater. Maar als ik hem bezig zie, denk ik altijd weer met weemoed aan de renner Rooks. Wat zat-ie prachtig op de fiets, ook al was hij niet altijd super. (© Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 7 augustus 2006 0:00

Stuart O’GRADY (1973, Australië)

Afgelopen woensdag maakte Jacques Rogge, de Belgische voorzitter van het IOC, bekend dat volgens hem bepaalde sportmanifestaties best wat minder zwaar kunnen zijn. De Tour de France noemde hij zelfs onmenselijk zwaar. Er zullen renners zijn die dat met hem eens zijn, maar zo niet Stuart O’Grady. Op zijn website lees ik dat hij het jammer vindt dat de Tour voorbij is, want hij begon net een beetje in vorm te komen. Het is een aparte die Aussie met zijn gezellige sproetenkop. Als amateur reed hij – zoals veel Australiërs – veel op de baan. Hij beoefende met succes bijna alle baandisciplines en daar hield hij een zilveren en twee bronzen medailles op de Olympische Spelen aan over. In 2004 zou hij daar als prof nog goud aan toevoegen in de ploegkoers. O’Grady was als amateur ook nog wereldkampioen ploegachtervolging en hij won ook nog een zesdaagse. In 1995 kwam hij naar Europa om er als prof een bestaan op te bouwen. Hij kwam in Frankrijk terecht en hij reed achtereenvolgens voor Gan, Crédit Agricole en Cofidis. Dit jaar rijdt hij voor het Deense Team CSC van Bjarne Riis. De Tourwinnaar van 1996 verwachtte veel van zijn aanwinst, maar in de tweede etappe van de Tirreno Adriatico kwam O’Grady zwaar ten val. Vijf gebroken ribben en een sleutelbeen verwezen zijn voorjaar naar de filistijnen, maar in de ProTour ploegentijdrit stond hij er weer. Ook in Hamburg reed hij vorige week sterk, maar door een val in de finale verspeelde hij zijn kansen. Het seizoen is echter nog niet voorbij en behalve de met zijn ploeg gedeelde overwinning in Eindhoven staat Stuart dit jaar nog droog. En dat vindt de man uit Adelaide niet leuk. We gaan zeker nog van hem horen. (© Philip van der Ploeg)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 6 augustus 2006 0:00

« Vorige 1 2 3 4 5 6 7 Volgende »