ad ad ad ad
Deel 3 is uit

In het gesprek dat ik een paar dagen geleden met Jacob Bergsma – perschef van Rabobank – had, zei hij dat de opleiding in het Rabobank Wielerplan er op is gericht om jonge renners op te leiden voor het ProTour-niveau. Dat wil echter niet zeggen dat er voor ieder talent ook plaats is bij de bank. De druk die er op de ProTour-ploegen staat om een zo breed mogelijke selectie te hebben in verband met het zware en verplichte ProTour-programma zorgt er voor dat er veel belangstelling is voor de Rabo-jonkies. Het bericht dat Tom Stamsnijder overgaat naar Gerolsteiner is dan ook geen verrassing.
Ik weet niet veel van die ploeg, maar ik twijfel er niet aan dan dat het een goed georganiseerde formatie is, waar ze jonge renners niet aan hun lot zullen overlaten. Shimano is ook materiaalsponsor van Gerolsteiner, dus vader Hennie zal wel weten waar Tom naar toe gaat. Ik ben benieuwd hoe Tom het in het lichtblauw gaat doen. (Foto: © Cor Vos)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 31 augustus 2006 16:38

100 JAAR WIELERSPORT

door Georges Matthijs

“Ik was jarenlang een groot fan van het Belgische sporttijdschrift SPORT 70. Het is geen specifiek wielerblad, maar er stond altijd een vaste rubriek in over wielrenners. Dat werd geschreven door Georges Matthijs, een man die we nu nog kennen als de stichter van de klassieker Gent-Wevelgem. Maar Matthijs had ook een vaardige pen en hij was een enorme verzamelaar van alles wat met de wielersport te maken had. Ik heb me laten vertellen dat ik het qua omvang mag vergelijken met mijn eigen verzameling. Het boek is een selectie uit die half-biografische stukjes in SPORT 70, want Matthijs was niet alleen geïnteresseerd in de renner, maar ook in de mens achter de renner. En dan wordt het interessant en dat is het nog steeds, hoewel veel van ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 31 augustus 2006 10:00

Michiel ELIJZEN (1982, Nederland)

Eind vorig seizoen kreeg Michiel een aanbieding van de Franse ProTour-ploeg Cofidis en in goed overleg met Nico Verhoeven van het continental team van Rabobank heeft hij samen met Mathieu Heijboer voor de ploeg van de telefonische kredietverlener gekozen. Heijboer verhuisde direct naar Zuid-Frankrijk, maar Michiel besloot de kat uit de boom te kijken en niet zoveel in zijn leven te veranderen. Een verstandige beslissing, want het seizoen is tot nu toe uiterst ongelukkig voor hem verlopen. De jonge renner uit Culemborg is echter iemand die goed met tegenslag kan omgaan en voldoende veerkracht heeft om met de blik op oneindig succes te blijven nastreven. Hij zal in ieder geval geleerd hebben dat het in tegenstelling tot veel andere ploegen bij Rabobank heel erg goed geregeld is. Maar niet ieder talent dat door Nico Verhoeven is opgeleid kan in de eigen ProTour-ploeg terecht en het past in de missie van Rabobank om jong talent op te leiden voor een plaats in het ProTour peloton en dat hoeft dus niet per se Rabobank te zijn. Wat Cofidis met de twee Nederlanders van plan is, moet worden afgewacht. De wijze waarop ze de zwaar geblesseerde Jans Koerts vorig jaar behandelden doet het ergste vermoeden, maar dat kan meevallen. In ieder geval heeft Michiel de voeling met Rabobank niet verbroken. Integendeel er is nog regelmatig contact met Nico Verhoeven, een man die zijn pupillen op de voet blijft volgen, ook al zijn ze al jaren bij hem weg. Of dat er toe zal leiden dat Michiel weer op het vertrouwde nest terugkeert, is op dit moment niet aan de orde. Maar als dat wel zo is, dan zal er zeker niet moeilijk worden gedaan over zijn persoon, want Michiel is een buitengewoon aardige jongen, zo hoorde ik van Jacob Bergsma. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 31 augustus 2006 0:00

Gisteren is Toon Steenbakkers overleden. Een wielrenner van lang geleden uit de tijd dat ze de reservebanden nog kruislings om de schouders droegen en van die grote aluminium drinkbussen voor op het stuur. Rooie Toon werd hij genoemd en hij was de gabber van Gerrit Schulte. Ook tegenpolen, want de extraverte luidruchtige ex-Amsterdammer was in alles het tegendeel van de gemoedelijke, rustige Brabander. Hij liet echter niet over zich lopen, zeker als er na de koers afgerekend moest worden en de organisatie niet snel genoeg over de brug kwam. Hij was van 1939 tot en met 1953 beroepsrenner en hij pakte overal zijn prijsjes. Toen hij op 38-jarige leeftijd stopte had hij de keus om een café te beginnen of in de verzekeringen te gaan. Hij koos het laatste, leerde het vak en werd een goede verzekeringsagent. Op zijn 59ste vond hij het welletjes en hij ging van het leven genieten, onder andere op de racefiets. Het wielrennen heeft altijd een belangrijke rol in zijn leven gespeeld. Hij volgde het allemaal nog op de voet en vorige week heeft hij nog met genoegen gekeken naar de oude beelden van de eerste Ronde van Nederland toen die in 1948 - net als dit jaar de Eneco Tour - over de Afsluitdijk ging. Daar was Rooie Toon als deelnemer bijgeweest en in de tweede rit greep hij net naast de overwinning. Toon Steenbakkers is 90 jaar geworden. Mijn deelneming gaat naar zijn zoon en dochter, schoonkinderen, kleinderen, enzovoort. A.s. zaterdag wordt Toon Steenbakkers om 13.30 uur in Rosmalen gecremeerd. (Foto: archief Fam. Steenbakkers)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 30 augustus 2006 16:46

© Henk Theuns

“Bennie Ceulen, van wie ik dit truitje kreeg, is maar twee jaar beroepsrenner geweest. In 1975 debuteerde hij bij de Franse ploeg Gitane en een jaar later reed hij voor de Belgische ploeg van Maes Pils met het Duitse Rokado als medesponsor. Willy en Walter Planckaert en André Dierickx waren de bekendste renners en de omvangrijke Berten De Kimpe was ploegleider. In zijn twee seizoenen is Bennie zonder overwinningen gebleven, maar in het leven dat daarna kwam is hij uitgegroeid tot een belangrijk man in de Nederlandse wielersport. Na zijn carrière werd Bennie ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 30 augustus 2006 10:00

Danny CLARK (1951, Australië)

Eigenlijk zijn het gastarbeiders, die Aussies. Al sinds mensenheugenis komen ze naar Europa. Met een koffertje met hun persoonlijke bezittingen en een fiets. Dat ze in hun vaderland vaak al een indrukwekkende erelijst bijeen hebben gereden, weet geen mens in Europa. Zo’n renner moet weer van voren af aan beginnen en met inzet en eerzucht schoppen ze het meestal vrij ver. En allemaal dromen ze van de dag dat hun carrière voorbij is en ze met een zak geld terug kunnen keren naar way down under. Zelfs Robbie McEwen, die toch helemaal verbelst is, weet wat hem te doen staat als het rennerseinde daar is. Onder die Australiërs was Danny Clark daar geen uitzondering op. Hij werd een geldwolf genoemd, want iedere verdiende frank of mark die hij niet voor zijn primaire levensonderhoud nodig had werd gespaard of belegd om maar als man in bonus naar zijn vaderland te kunnen terugkeren. Dat is hem meer dan gelukt, want hij was een grote en zijn carrière duurde lang. Weliswaar in het zesdaagsencircuit, maar als er een renner is die vindt dat dat niets voorstelt, dan moet Patrick Sercu die direct maar eens een contract aanbieden. Kijk maar eens naar de koppen van die uitgepierde gelegenheidsbaners na een ploegkoers van drie kwartier. Kapot zijn ze, terwijl de echte specialisten dan pas lekker gerodeerd zijn voor nog twee van die inspanningen op een avond. In dat wereldje is Danny Clark een heel grote geweest. Qua aantal overwinningen de op een na beste uit de wielergeschiedenis. Geliefd bij het publiek, maar veel minder bij zijn collega’s omdat hij hongerig altijd alles wilde hebben. Maar Peter Post zei het al eens tegen me, als je in dat wereldje de top wil bereiken, dan moet je een sekreet zijn. “Kijk maar naar Altig dat kreng, kijk maar naar Bugdahl, ook zo’n etter.” En kijk ook maar naar Post en Clark, zou ik er aan toe willen voegen, want die konden er ook wat van. Spijt hebben ze er niet van, waarom zouden ze ook en ik denk dat Danny hier 20.000 kilometer vandaan nog vaak met een glimlach terugdenkt aan de vele loeren die hij zijn collega’s (!) heeft gedraaid. En wat heeft het publiek daar van genoten. (Foto: archief Wim van Eyle)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 30 augustus 2006 0:00

© T&T Tekst & Traffic

“Nederland heeft altijd goede framebouwers gehad, die degelijk Hollands vakwerk afleverden. En leveren, want ze bestaan gelukkig nog steeds. Zoals Jan van Dalen uit Monster. Het grapje zal wel eens gemaakt zijn dat zijn frames er monsterlijk uitzagen, maar daar hoefde Jan niet boos om te worden, want een kind kan zien dat dit niet waar is. Je ziet er wel de liefde voor het vak van af. Jan is zelf wielrenner geweest en hij had van meet af aan een grote belangstelling voor het materiaal waarop hij reed. Als renner hield het niet over, maar als materiaalexpert behoort hij zeker tot de top. In zijn werkplaatsje ging hij kaders bouwen en hij leverde die aan klanten als Fred Snel en Gerrit Bontekoe. Die plakten daar hun eigen merknaam op en zo is ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 29 augustus 2006 10:00

Ole RITTER (1941, Denemarken)

Denemarken is geen groot wielerland, maar al sinds het bestaan van de wielersport komen er uitzonderlijke renners uit het kleinste Scandinavische land. De eerste Deense superkampioen was Thorvald Ellegaard (1877-1954) en na hem kwam een lange reeks Deense toprenners die ongeveer eindigt bij Bjarne Riis en Rolf Sörensen. Ergens middenin die lijst staat de naam Ole Ritter en dat was een begenadigd hardrijder. Hij reed zowel op de weg als op de baan, maar zijn vele records hebben vooral zijn naam gevestigd. Op 10 oktober 1968 verbeterde hij op de splinternieuwe Olympische piste van Mexico City het werelduurrecord met een afgelegde afstand van 48,653 kiometer. Vier jaar later werd hij - met 778 meter meer - onttroond door Eddy Merckx en die was toen echt op het toppunt van zijn atletische vermogens. Ondanks die wetenschap ondernam Ritter in 1974 twee pogingen om het record terug te krijgen, maar hij faalde. Hoewel falen? Hij verbeterde beide malen zijn eigen beste tijd, maar bleef net onder de 49 kilometer steken. Ook achter de motor vestigde hij records, maar die werden niet als zodanig erkend. Dat was meer iets voor het Guiness Book of Records. Op de weg won hij een hele reeks tijdritten in diverse rondritten. Een zevende, een negende en een twaalfde plaats in het eindklassement van de Ronde van Italië bewijst dat hij ook als ronderenner over uitstekende kwaliteiten beschikte. Hij wordt vandaag 65 jaar, maar de naam Ritter is nog op elk fietspad van zijn vaderland te bewonderen. Althans fietsen met zijn naam erop, want na zijn loopbaan begon Ole Ritter een groothandel in fietsen, kleding en rijwielonderdelen. Er bestaan echter geen Ritter racefietsen, want die importeert hij uit Italië van het merk Fondriest.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 29 augustus 2006 0:00

"In 1977 vonden de wereldkampioen- schappen wielrennen plaats in San Cristobal in Venezuela en op zondag 28 augustus waren de baankampioenschappen nog in volle gang. Voor Nederland tot dan weinig succesvol. Lau Veldt werd 18e in het onderdeel kilometer tijdrit, Herman Ponsteen haalde de kwartfinales in het achtervolgingstoernooi. Op die zondag stonden er twee halve finales voor de amateurstayers gepland. Gaby Minneboo won met overmacht de eerste rit voor de Duitser Burges, de Spanjaard Fuentes en Martin Rietveld. In de tweede rit waren de finaleplaatsen voor de Duitser Podlesch, de Spanjaard Caldentey, de Belg Sprangers en voor Matthé Pronk. Drie landgenoten in de finale en Minneboo werd achter de rug van Bruno Walrave voor de derde keer in zijn carrière wereldkampioen met 45 meter voorsprong op Caldentey en 270 op Podlesch. Rietveld werd vierde en Pronk negende. (op de foto van Cor Vos Gaby Minneboo (l) met Matthé Pronk senior)

Op diezelfde zondag werden er in Nederland twee ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 28 augustus 2006 10:00

Roger PINGEON (1940, Frankrijk)

Tussen de regeerperiodes van Anquetil, Merckx, Hinault, Indurain en Armstrong mochten in de Tour de France andere renners even aan de top plaatsnemen. Ze worden tussenpausen genoemd en daardoor lijkt het alsof het om veel mindere renners gaat. Dat is maar gedeeltelijk waar, maar in tegenstelling tot de bovengenoemde goden hebben deze halfgoden een achilleshiel. Bij Roger Pingeon, die de Tour een keer won tussen de periodes Anquetil en Merckx in, was dat zijn grilligheid. De ene dag kon hij alles om de andere dag een diepe inzinking door te maken. In de Tour van 1967 was hij er een keer van gevrijwaard en hij won, terwijl er toch grote renners meededen die in het lijstje van favorieten boven hem stonden. Door een tactische meesterzet van ploegleider Bidot pakte Pingeon al in het begin van die Tour een grote voorsprong en stond die niet meer af. Een jaar later had hij wel weer catastrofale inzinkingen, nadat hij tot twee maal toe de hele meute op grote achterstand had gefietst. Daardoor werd hij slechts vijfde op drieënhalve minuut van winnaar Jan Janssen. Het was de story van zijn leven, maar die ene overwinning staat als een huis in de annalen. 1969 was misschien wel zijn beste jaar, maar toen kreeg hij te maken met een superieure Eddy Merckx die dat jaar alles won en slechts de kruimel van de tweede plaats aan Pingeon liet. Erg populair is hij nooit geweest, want hij miste de uitstraling die het publiek vertaalt in aantrekkingskracht. Een altijd wat nors kijkende man, met lange, dunne benen waardoor hij de bijnaam ‘de steltloper’ kreeg. Na zijn carrière werd hij bloemist en tijdens de Tour werd hij ingehuurd door de Franstalige Zwitserse televisie. Zijn teksten waren weinig inspirerend en na een aantal jaren werd hij bedankt voor de moeite. Met een nurkse reputatie verdween hij in de anonimiteit. Hij ontbrak in 2003 als enige bij het eeuwfeest van de honderdjarige Tour in het gezelschap van alle nog in leven zijnde Tourwinnaars. Wat de reden van zijn absentie was, weet ik niet, maar het verbaasde niemand.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 28 augustus 2006 0:00

2 3 4 5 6 7 Volgende »