Bergwerff ad ad ad

Welkom aan de digitale stamtafel van de Slogblog


Als er ooit een week was, waarop de titel van deze rubriek meer van toepassing was, dan was het wel de afgelopen week. Mijn hemel wat een ontknopin, want de Giro leek al een week geleden beslist.

Simon Yates zat in het roze gebeiteld en Tom Dumoulin leek op 2 minuten en 11 seconden kansloos voor de eindzege. Het wielerjournaille legde zich in meerderheid bij de feiten neer en wie nog in Toms kansen geloofde werd op de sociale media voor een onverbeterlijke blinde chauvinist gehouden en in mijn geval geadviseerd mijn mond te houden omdat ik nooit wielrenner ben geweest. Dat soort dombo's zitten op facebook.

Chris Froome leek ondanks zijn fraaie zege op de Zoncolan kansloos voor de eindzege en ook Pinot en Pozzovivo waren uitgeschakeld. Yates ging winnen en Dumoulin had nog een ietsepietsie kansje, waarbij het licht tussen duim en wijsvinger nauwelijks te zien was.

De helden waren vermoeid, het was zwaar geweest, wie had er nog zin in aanvallen, ze waren al blij nog in leven te zijn. De uitslag lag in een plooi en iedereen verlangde naar rust. Op de rustdag, mind you, waar de journalisten en de cameraploegen over elkaar heen struikelen om de helden te interviewe en ze van die welverdiende rust af te houden.

Op dinsdag was er de zo lang verbeide tijdrit van 34,5 kilometer. Te kort voor Tom om de achterstand op Yates goed te maken, meenden de kenners. Maar toen de stofwolken waren opgetrokken was Rohan Dennis de beste en was Dumoulin Yates tot op 56 seconden genaderd. Om dat te bereiken was Yates dieper dan diep gegaan.

De rozetruidrager liet direct weten dat hij in de resterende ritten niet meer zou aanvallen en alleen maar het roze zou verdedigen. Ik vond het een vreemde mededeling, want de strijdwijze wordt bepaald door het koersverloop en niet door de wens van de klassementsleider.

Hij zei in feite: ik ben doodmoe, ik zit er doorheen, ik kan misschien nog wel verdedigen, maar aanvallen, ik moet er niet meer aan denken. In een lange vlakke rit met aan het eind een pittige klim, kon hij nog wel een uitval van Dumoulin counteren, maar toen Froome ging moest de kleine Brit passen. Dumoulin niet.

Yates gaat de Giro niet winnen, dacht ik, want de achterstand van Dumoulin was in anderhalve kilometer klimmen gehalveerd. En toen kwam de rit van vrijdag met de Cima Coppi in het parcours, een helse beklimming over een deels onverharde weg.

Al in de eerste aanloop naar de 2200 meter hoge piek zakte Yates doorde knieën en door het peloton en voor hij het zelf besefte was hij gelost. De Nederlandse supporters rekenden zich direct rijk, want Tom Dumoulin ging voor de tweede keer op rij de Giro d´Italia winnen. Nog drie dagen en Rome zou als was hij Caesar aan zijn voeten liggen.

De euforie duurde nog geen vijf minuten, want met nog tachtig kilometer te gaan en drie pittige cols in het vooruitzicht vertrok Froome voor een ware veldtocht. Tom mist als klimmer de explosiviteit om direct te volgen, maar die zou in zijn eigen tempo wel terugkomen, riepen Karsten en Jeroen.

Maar Froomey had een gat geslagen. Het schommelde lang tussen de vijftien en twintig seconden, maar toen brak het verzet en in een bewonderenswaardige solo bereikte de Keniaanse Brit de eindstreep met een positief saldo op onze Tom van veertig seconden.

De eerste beelden die ik in zwart/wit van de Tour de France zag was in 1960. Het was slechts de huldiging van winnaar Gastone Nencini in het Parc des Princes. Sindsdien heb ik er elk jaar wel wat van gezien en na de zege van Jan Janssen in 1968 zag ik de jaren van Merckx, ook nog in zwart/wit.

Ik herinner me De Kannibaal die in een etappe met vijf cols op de tweede demarreerde, stampend op de pedalen naar boven reed en met iedere pedaalomwenteling zijn voorsprong vergrootte. Sinds Merckx heb ik dat soort onmogelijke inspanningen niet meer gezien.

Zeker de laatste jaren niet, waarin de groep lang bijeen blijft en in de laatste klim de strijd ontbrandt. Grote verschillen zijn er niet meer en ook nu niet, hoewel Froome ten opzichte van Dumoulin een achterstand van bijna drie minuten omzette in een voorsprong van veertig seconden. Niemand had dat voor mogelijk gehouden van een renner die bij al zijn zeges in grote ronden hooguit een uur in zijn zijn eentje alles heeft moeten geven.

Gisteren moest Dumoulin aanvallen om nog een kans te maken op de eindzege. Hij wachtte tot de laatste klim, demarreerde een keer of vijf, maar Froome had geen enkele moeite hem te counteren. De a-typische renner Chris Froome was in een grote ronde andermaal de sterkste.
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 27 mei 2018 12:00

Tussen Jef Scherens, zevenvoudig wereldkampioen sprint bij de profs in de jaren dertig en veertig en Patrick Sercu, twee keer wereldkampioen in de jaren zestig op hetzelfde onderdeel, zat Jos De Bakker als de beste sprinter van België.

Niet zo succesvol als de twee bovengenoemde heren, maar wel vijf keer kampioen van zijn land bij de amateurs en acht keer bij de profs. Bij de beroepsrenners werd hij maar liefst vier keer derde bij het WK.

Hij was tussen 1957 en 1968 een vaste waarde in het elitegroepje beroepssprinters dat overal in Europa contracten afwerkte. Zijn grootste internationale succes was het winnen van de Grote Prijs van Parijs in 1957.

Hij reed ook zesdaagsen en daarvan heeft hij er één gewonnen. Dat was in Madrid in 1963 en zijn maat was een van de beste zesdaagsencoureurs uit de geschiedenis: Rik Van Steenbergen.

Net als hij om als beroepsrenner het hoofd boven water te houden ook kermiskoersen reed en daar onder andere de grote Rik Van Looy wel eens tegenkwam. (foto 2)

Na zijn carrière verbleef De Bakker nog vele jaren in sportpaleizen als dernygangmaker. Van Wim van Eyle hoorde ik eens een leuke anekdote met Jos De Bakker in de hoofdrol.

Sprinters wilden nog wel eens sur place gaan staan om elkaar de kop op te dringen en dat deden ze op een keer in de bocht voor de tribune van het Olympisch Stadion waar Wim zat.
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 27 mei 2018 9:00


Zij die vandaag hun verjaardag vier(d)en ...
BEKKER, Maurice de (1989, Nederland)
BOET, Mitchel (1990, Nederland)
DE POORTERE, Ingmar (1984, BelgiŽ)
DE WEERT, Kevin (1982, BelgiŽ)
GIORDANI, Leonardo (1977, ItaliŽ)
HARY, Maryan (1980, Frankrijk)
HEEREN, Marijn (1916, Nederland)
MARTENS, Renť (1955, BelgiŽ)
MERMILLOD, Eugťnie (1986, Frankrijk)
SLIK, Ivar (1993, Nederland)
WALGIEN, Jorriet (1982, Nederland)
WIJDENES, Cor (1919, † 24.11.2009, Nederland)
WOUTERS, Lode (1929, † 25.03.2014, BelgiŽ)
DUVAL, Julien (1990, Frankrijk)

of ons op deze datum ontvielen:
POELS, Lode (1920, † 27.05.2012, BelgiŽ)
Door Fred van Slogteren, 27 mei 2018 0:00

Italiaanse passie

Kijk nou, plots valt mijn oog erop,
Bottecchia en Cipollini
gebroederlijk in de frontlinie,
de ‘bicicletta-bouwers’ brutaal op kop.

En wat verscholen in het peloton,
ontdek ik het illustere duo
Pinarello en Colnago,
Italiaanse passie, gegoten in carbon.

Ik mis er een, Maurizio Fondriest,
kom hem niet tegen,
fietst hij op Noorse wegen
of is in deze Giro zijn ‘bici’ afgetest.

U denkt, ’n vreemd verhaal, maar de kenner
weet waar het over gaat,
weet wat er op de racefiets staat,
ja juist, de naam van een oud-renner.

Nol van ‘t Wiel
... Lees meer
Door Nol van 't Wiel, 26 mei 2018 12:00

Het is gek dat je je bij het horen van iemands beroep je vaak een heel andere voorstelling van die persoon hebt dan de werkelijkheid. Bij een bordeelhouder had ik namelijk een heel andere voorstelling dan bij mijn eerste ontmoeting met Jan Siemons. Jans verschijning strookte totaal niet met de voorstelling in mijn hoofd.

Ik heb ook eens als gast van Harry Mater aan een lunch gezeten in de businessclub van Ajax en mijn naaste buurman was Theo Heuft, oprichter en jarenlang uitbater van Yab Yum, het beroemdste bordeel van Nederland. Ook hij verschilde hemelsbreed van wat ik me van een bordeelbaas voorstelde. Een beschaafde man met wie ik over van alles heb zitten praten.

Jan Siemons zag er veel meer uit als een oud-wielrenner en dat is hij ook. De oudste van drie fietsende broers, kinderen van het wielergekke echtpaar Frans en Corrie Simons, die met hun vol verleidelijke vormen geïllustreerde autobus van Sauna Diana voor menige Touranekdote zorgden.

Het was echter niet het wielerenthousiasme van hun ouders dat Jan, Marc en Ruud tot de wielersport dreef. Dat waren de successen van hun neefje Cees Koeken, een topamateur in die tijd. En zie, ze werden alle drie goede renners, al zijn alleen Jan en de veel te jong gestorven Marc beroepsrenner geweest.

De oudste Siemons reed jarenlang voor de TVM-ploeg van Cees Priem en Jan kreeg daar echt geen contract omdat Frans en Corrie de ploeg van de Zeeuw met die bus faciliteerden. Jan had kwaliteiten, maar bij een grote profploeg hebben alle renners die en zijn de verschillen minimaal.

Zo won hij als amateur eens de Ronde van Luik, een vijfdaagse etappekoers met nogal wat klimwerk. Met de volledige Oost-Duitse selectie vol wereldkampioenen en Olympische medaillewinnaars aan het vertrek.

Jan gaf, geholpen door de Nederlandse selectie, mannen als Uwe Raab en Olaf Ludwig het nakijken en dat trok de aandacht van Roy Schuiten, op dat moment bezig met het samenstellen van een sterke ploeg in opdracht van een nieuwe Nederlandse sponsor, PDM, fabrikant van cassettebandjes.

Hij reed in zijn eerste profjaar een uitstekende Ronde van Zwitserland maar had er niet op gerekend dat hij gelijk de Tour moest rijden. De eerste van de vijf keer dat hij in de belangrijkste wielerwedstrijd van het jaar van start is gegaan.

Hij was al na twee dagen weer thuis, omdat er in de ploegentijdrit in het laatste gedeelte van het treintje een gat viel en dat is bij zo’n moordend tempo niet meer dicht te rijden.

Het was de Belgische sprinter Wim Arras die het tempo niet kon volgen en ook de achter hem rijdende Marc van Orsouw was direct verloren. In plaats van zijn renners even iets in te tomen, gaf Schuiten Jan opdracht om op zijn geloste ploegmaats te wachten en te proberen gedrieën op tijd binnen te komen.

Het resultaat was dat de PDM-ploeg al na de tweede dag met zeven man verder moest. Voor Jan was het een grote deceptie, want niets is lulliger zo de Tour te moeten verlaten. Jan revancheerde zich echter in de drie jaar daarna toen hij in dienst van TVM van grote waarde was voor de ploeg.

Zijn erelijst is vanwege zijn dienstbaarheid bescheiden gebleven, maar daar meet hij het succes van zijn wielercarrière niet aan af. Hij is van waarde geweest voor de ploeg en heeft zijn jaren als beroepsrenner bij een absolute vriendenploeg met plezier beleefd.
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 26 mei 2018 9:00


Zij die vandaag hun verjaardag vier(d)en ...
BAUTZ, Erich (1913, † 17.09.1986, Duitsland)
BISHOP, Andy (1965, Verenigde Staten)
BURGER, Leon (1985, Nederland)
DODI, Luca (1987, ItaliŽ)
GOOTJES, Hugo (1985, Nederland)
KIL, Pelle (1971, Nederland)
MARKOV, Alexei (1979, Rusland)
NIEVE ITURRALDE, Mikel (1984, Spanje)
POST, Fons (1939, Nederland)
STUBBE, Tom (1981, BelgiŽ)
TRAP…, Livio (1937, ItaliŽ)
TRONCOSO SOBRINO, Josť (1981, Spanje)
KRILLER, Hein (1902, † 20.06.1985, Nederland)

of ons op deze datum ontvielen:
EVERAERT, Pierre (1933, † 26.05.1989, Frankrijk)
KINGMA, Marten (1871, † 26.05.1962, Nederland)
ROKS, Rinie (1938, † 26.05.1986, Nederland)
Door Fred van Slogteren, 26 mei 2018 0:00

Vandaag is misschien wel de beslissende dag in de Ronde van Italië. Het is de koninginnenrit van Venaria Reale naar Bardonecchia over 181 kilometer. Een loodzware etappe met vier cols.

De tweede col is de Colle delle Finestre en dat is met 2256 meter de hoogste berg die in deze editie van de Giro beklommen moet worden. Traditiegetrouw krijgt de hoogste top van de Giro de erenaam Cima Coppi, een eerbetoon aan wellicht de grootste Italiaanse renner uit de wielerhistorie.

Cima betekent top of kroon en staat voor een forse premie voor de renner die het eerst boven is. Een prijs vernoemd naar Fausto Coppi, wat voor mij aanleiding is om dit fraaie plaatje uit mijn verzameling te plukken om er iets over te vertellen.

Hoewel het een prachtig plaatje is, heeft het niets met de legendarische Fausto Coppi te maken. Met de naam van veel beroemde wielrenners werden in het verleden fietsmerken op de markt gebracht. Dus ook van Coppi, tot de komst van Merckx, de beroemdste van allemaal.

Coppi zelf heeft er niets van geweten, want hij overleed, zoals bekend na een jachtpartij in Opper-Volta nu Burkina Faso, op 2 januari 1960 in Tortona aan toen een geheimzinnige ziekte. Nu is malaria te genezen, maar toen wisten de artsen er nog niet goed raad mee.

Zodoende kwam Coppi zelf nooit aan een eigen merk toe, zo hij dat al gewild zou hebben. Met uitzondering van Eddy Merckx, Jan Janssen en nog enkele anderen, zoals Marino Basso waar Peter R. de Fiets afgelopen dinsdag over schreef, leende de rest tegen betaling slechts hun naam aan een fietsenfabrikant.

Vaak was dat de vroegere materiaalsponsor, of ze zochten een fabrikant of een artisanale framebouwer in wie ze vertrouwen hadden. Er zijn voormalige vedetten die alleen hun naam aan een fiets leenden en zich verder nergens mee bemoeiden, behalve met het innen van de royalties.

Voorbeelden zijn Hinault, Bartali en Jan Raas, onder wiens merknaam kortstondig heel slechte fietsen in de winkels van Kwantumhallen werden verkocht. Het is typerend voor een man als Raas dat het hem geen bal interesseerde of de fiets die zijn naam droeg kwaliteit had.

Oud-renners als Fondriest, Motta, Battaglin, Basso, Olmo en Moser waren echter wel actief met de marketing van de fietsen die hun naam droegen. Jan Janssen heeft voor zover ik weet nooit zelf met een lasapparaat in de fabriek gestaan, had daar goede mensen voor in dienst en deed alleen de verkoop.

Jan junior, die samen met zijn broer Pierre de merknaam terugkocht van Union, is wel dagelijks bezig met de productie, terwijl Pierre de marketing en de verkoop voor zijn rekening neemt. Jan senior steekt voor de PR af en toe een handje toe, bijvoorbeeld op beurzen.

Jan Ullrich doet dat waarschijnlijk niet en ook Greg LeMond zul je niet in de stand zien waar op fietsenbeurzen zijn merk wordt getoond. Het merk Coppi is vermoedelijk het vaakst van eigenaar veranderd en het ligt bijna zestig jaar na het overlijden van de maestro nog steeds goed in de markt.

Niet verwonderlijk als in het logo de naam, de kleuren van de regenboog en de woorden Novi Ligure zijn samengebracht. Volgens de huidige eigenaar, de Italiaanse massaproducent Masciaghi, beschikt hij over de getekende toestemming van de familie.
... Lees meer
Door Otto Beaujon, 25 mei 2018 12:00

Toen Geraint Thomas in 2010 van het kleine Barloworld overstapte naar het grote Team Sky, kreeg zijn carrière een nieuwe impuls en een belangrijk deel van zijn mooie erelijst is sindsdien gerealiseerd. Zo won hij in het eerste jaar in het zwart-blauwe shirt het wegkampioenschap van Groot Brittannië en droeg hij vier dagen de witte trui in de Ronde van Frankrijk.

De Welshman, geboren in Cardiff, maakt sindsdien deel uit van een van de sterkste ploegen in het UCI WorldTour peloton, maar net als Wout Poels weet hij dat hij, zolang Chris Froome daar zijn ploeggenoot en kopman is, hij in de eerste plaats tot het tweede echelon der helpers behoort.

Dat lijkt frustrerend, maar is dat wel zo? Veel goede renners zijn niet jaloers op de immense druk die er op Froome en andere toprenners rust, omdat het grote publiek en de pers steeds maar weer verwacht - zo niet verlangt - dat hij altijd maar wint.

Die druk blijft Geraint, zijn naam is zo Welsh als hijzelf, bespaard. In plaats daarvan heeft hij twee grote voordelen, hij verdient wellicht meer dan de kopmannen bij minder kapitaalkrachtige ploegen en hij mag zo nu en dan voor eigen kans gaan.

Op zijn erelijst staan dan ook mooie overwinningen in de Ronde van Beieren, de Ronde van de Algarve, de Ronde van de Alpen, de puntenklassementen in de Tour of Britain, de Tour Down Under en de Ronde van de Algarve, terwijl hij verder onder andere de E3 Prijs won en wegkampioen bij de Gemenebest Spelen was.

Geraint is als wegrenner bekender dan als pistier, hoewel hij op de baan maar liefst vier maal een regenboogtrui won. De eerste keer was in zijn juniorentijd toen hij in 2004 wereldkampioen scratch werd. In 2007, 2008 en 2012 maakte hij deel uit van de Britse ploeg die het wereldkampioenschap ploegachtervolging behaalde. De laatste keer met Ed Clancy, Peter Kennaugh en Steven Burke. Op de baan was hij ook enkele malen kampioen van zijn land en behaalde hij ook een Europese titel.

Zijn erelijst als wegrenner geeft ook wel aan waarom hij Team Sky nooit heeft verlaten, want hij is als klimmer geen topper. Hij kan tot op zekere hoogte de specialisten goed volgen, maar verliest in het hooggebergte toch teveel tijd om in een grote ronde een topklassereing te ambiëren.

Behalve een proloogspecialist en een sterk sprintaantrekker is de sympathieke Welshman vooral een keienvreter, want op de kasseien kan hij goed uit de voeten, hoewel Parijs-Roubaix maar op zijn verlanglijstje blijft staan.
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 25 mei 2018 9:00


Zij die vandaag hun verjaardag vier(d)en ...
B÷LKE, Winfried (1941, Duitsland)
CARLSEN, Kirk (1987, Verenigde Staten)
CIPRIANI, Mario (1909, † 10.06.1944, ItaliŽ)
DANGUILLAUME, Jean-Pierre (1946, Frankrijk)
DIERICKX, Kurt (1981, BelgiŽ)
G÷DDE, Peter (1950, Nederland)
GRIEP, Anita (1968, Nederland)
GROOT, Daan de (1933, † 08.01.1982, Nederland)
HARINGS, Ger (1948, Nederland)
HARRIGAN, David (1975, AustraliŽ)
JONKER, Patrick (1969, Nederland)
LAUWRENS, Lylanie (1984, Zuid Afrika)
LOOIJ, Andrť (1995, Nederland)
PATOU, Estelle (1977, Frankrijk)
PETROV, Evgeni (1978, Rusland)
P‹TSEP, Erki (1976, Estland)
SAMOILAU, Branislau (1985, Wit Rusland)
TILBORG, Jan van (1953, Nederland)
ZORRILLA BRACERAS, Dorleta (1989, Spanje)
GODON, Dorian (1996, Frankrijk)

of ons op deze datum ontvielen:
HERVIJ, Henk (1920, † 25.05.2000, Nederland)
SOMERS, Joseph (1917, † 25.05.1966, BelgiŽ)
Door Fred van Slogteren, 25 mei 2018 0:00

DE EERSTE RONDE VAN FRANKRIJK

door Raymond Clement

De Ronde van Italië 2018 loopt op zijn eind en het is superspannend. Het is nog altijd mogelijk dat Dumoulin aan het langste eind trekt, ook al is Simon Yates heel sterk. Ik verwacht dat Tom zeker nog wat gaat proberen.

Met het einde van de Giro werpt de Tour de France zijn schaduw vooruit. Ook daar zal het spannend worden. Zal Froome daar wel de supervorm hebben om zijn vijfde zege te behalen als hij überhaupt mag starten?

Ook daar zullen drie Nederlanders voor een podiumplaats gaan strijden. Kruijswijk, Kelderman en Mollema zijn er klaar voor, net als Nibali en Quintana die de Giro aan zich voorbij lieten gaan en allebei, zonder veel succes, hun broertje stuurden. De Tourkoorts zal voelbaar zijn in de maand juli.

Daarom maar weer eens een Tourboek opgediept, een alleraardigst werkje dat in 1980 is uitgekomen als een deeltje van een serie van tien boekjes bij uitgeverij De Sikkel in het Belgische Kapellen.

Elk deeltje gaat over een grote gebeurtenis uit de recente geschiedenis en de eerste Ronde van Frankrijk was zo’n gebeurtenis. Eigenlijk klopt de titel niet want het gaat in slechts dertig pagina’s over de eerste twee uitgaven van de Tour.

Het is een fictief verslag van dat moeizame begin en we lezen in spreektaal hoe het idee ontstond en hoe de heren het verder uitwerkten. We proeven het enthousiasme als ze iets voor elkaar krijgen en de teleurstelling als iets niet lukt.

Ze lachen, ze verwensen, ze maken ruzie, ze schelden elkaar beschaafd de tent uit en ze sluiten compromissen. Eén ding is duidelijk, we hebben te maken met twee onverbeterlijke optimisten die never nooit bereid waren het hoofd in de schoot te leggen en op te geven.

In het begin van de twintigste eeuw gebeurde er van alles in de wereld en zowel de ontwikkeling van de fiets als die van de auto namen een geweldige vlucht. Overal werden wielerbanen gebouwd en zesdaagsen georganiseerd.

De autoliefhebbers organiseerden eveneens monsterlijk lange tochten voor vehikels die nog geen dertig kilometer per uur haalden. Over de autowedstrijd Parijs-Madrid raakten de kranten niet uitgeschreven en Desgrange en Goddet wilden daar de Ronde van Frankrijk per fiets tegenover zetten.

Ze hoopten daarmee om als organiserende krant de concurrent (ook Parijs-Madrid werd door een krant georganiseerd) af te troeven. Het was in feite een strijd om de lezer die die kranten uitvochten over de ruggen van de coureurs op de fiets en in de auto.

Daarom was sensatie vereist en die fietswedstrijd gans Frankrijk rond moest voor Desgrange cs. zo zwaar zijn dat de uitputting en het liefst ook het bloed van de krantenpagina’s zou spatten.

Desgrange zegt dan ook ergens dat de Tour voor hem pas geslaagd is als er slechts één coureur levend aan de finish komt. Het probleem, waar het in de gesprekken onverminderd over gaat, is de financiële kant van de zaak.
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 24 mei 2018 12:00

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 ... 1109 1110 1111 Volgende »