ad ad ad ad

Vittorio ADORNI

Geboortedatum: 14 november 1937
Geboorteland: Italië

Vittorio Adorni wordt vandaag tachtig jaar en dat zal in zijn vaderland tot heel wat krantenartikelen over zijn persoon en interviews met zijn persoon leiden. Want Vittorio heeft zijn sporen verdiend. Hij was een meer dan goede wielrenner, in zijn tijd een toprenner die de Ronde van Italië won en wereldkampioen op de weg was. Verder won hij twee keer de Ronde van Romandië en de rondes van Sardinië, België en Zwitserland.
Hij was ook nog een keer kampioen van zijn land en hij behaalde nog tal van ereplaatsen in belangrijke wedstrijden. Hij was echter bijna nooit een uitgesproken kopman, want er was er altijd eentje net ietsje beter. De vraag hoever hij zou hebben gereikt als hij wel het volledige vertrouwen van zijn ploegleider had gekregen zal altijd onbeantwoord blijven. Het is het lot van heel veel goede renners.
Hoe goed hij ook was, Adorni moest altijd onder de maat door van achtereenvolgens Bahamontes, Anquetil, Carlesi, Gimondi en Merckx. Omdat hij ook weer te goed was om puur te knechten, kreeg hij de rol van wegkapitein.
Dat is de tweede man in de ploeg, de aide de camp diein de koers goed uit zijn ogen kijkt, adviseert, commandeert en namens de kopman beslissingen neemt. Een soort Henk Lubberding, een renner die zijn grote mogelijkheden graag ondergeschikt maakte aan het ploegbelang.
Waarom schikt iemand met grote kwaliteiten zich in zo’n rol? Waarschijnlijk, omdat hij mentaal niet sterk genoeg was om het gewicht van de ploeg te dragen. Of dat ook voor Adorni gold, weet ik niet. Ik heb het hem niet kunnen vragen.
Ik heb echter nooit ergens gelezen of gehoord dat hij ontevreden met zijn situatie was. Zijn tijd als patron zou nog komen. Na zijn actieve wielertijd werd Vittorio bestuurder. Eerst op nationaal niveau in de Italiaanse wielerbond, om daarna zijn vleugels internationaal uit te slaan.
Hij werd hoofdbestuurslid van de UCI en daarna de grote baas van de ProTour, nu WorldTour geheten. In die functie was hij een van de machtigste mannen in de professionele wielerwereld. Dat straalde hij ook uit, de elegante Italiaan uit Parma die er in dure maatpakken altijd gesoigneerd uitzag en alleen al daarom respect afdwong.
Ik neem aan dat hij geen hekel heeft aan Nederland, maar het had gekund. Twee maal in zijn actieve wielercarrière hield een landgenoot hem van een grote zege af. In 1964 was dat Jan Janssen die hem in de sprint klopte bij het WK in het Franse Sallanches. In een sprint à trois had hij combine gemaakt met Raymond Poulidor, maar Jan zag ze smoezen en nam het initiatief en Vittorio had geen schijn van kans. Gelukkig voor hem werd hij vier jaar later alsnog wereldkampioen.
Een goed half jaar daarna was hij in de finale van Milaan-San Remo vooruit met zijn landgenoot Arnaldo Pambianco. Als ze met zijn tweeën de finish zouden bereiken had hij van zijn vluchtgenoot niks te vrezen. Maar toen hij omkeek zag hij ineens een derde renner aansluiten. Een witblonde jongen van de Zuidhollandse eilanden. Een tweedejaars beroepsrenner met nog weinig ervaring. In de laatste kilometers stuurde hij naast Pambianco en zei:
“Arnaldo, je weet dat je geen schijn van kans tegen me hebt, maar ik weet niet hoe rap die Hollander is. Als je op de Via Roma voor mij goed de sprint aantrekt, kan er niets gebeuren en betaal ik jou: smispel, smispel, smispel!”
Arie den Hartog zag ze smispelen, was in het geheel niet onder de indruk van die twee grote namen en kwam niet meer op kop. In de laatste kilometers wist hij te voorkomen dat Adorni aan het wiel van zijn landgenoot kwam en ging juichend als eerste over de streep. Als eerste Nederlander winnaar van Il Primavera.
Op een tiental meters ging de jarige van vandaag met gebogen hoofd als tweede over de streep. Een van de ongelukkigste dagen in zijn wielercarrière. Ik hoop dat hij vandaag gelukkiger is.

14-11-2017