ad ad ad ad

Raoul LESUEUR

Geboortedatum: 29 april 1912
Geboorteland: Frankrijk
Overleden op: † 19.08.1981

In de jaren vijftig was het stayeren zeer populair. Daarbij viel het op dat veel van die demi-fond mannen stokoud waren. Althans naar rennersbegrippen. Je had in die tijd de Duitser Walter Lohmann die in 1956 op z’n 45ste afscheid nam. De Fransman Henri Lemoine maakte het nog bonter. Die stopte pas op 47-jarige leeftijd.
Ook Raoul Lesueur was geen jonkie meer toen hij in 1952 stopte. Hij was toen veertig jaar en hij was in 1950 nog wereldkampioen geweest.
Die oude mannen waren meestal daarvoor wegrenner geweest en in het geval van Lesueur bepaald geen slechte. De Tweede Wereldoorlog speelde hem natuurlijk parten, hoewel hij in de oorlog een keer de Grote Landenprijs won, een tijdrit over meer dan honderd kilometer.
In 1936 en 1938 stond hij aan de start van de Tour de France. In 1936 als lid van de Franse nationale ploeg met Antonin Magne en Georges Speicher als kopmannen. Lesueur eindigde als veertiende.
Twee jaar later ging het minder goed. Hij zat toen in de ploeg van de Franse Cadets, zeg maar de B-ploeg en moest toen na de dertiende etappe opgeven. Verder won hij een reeks van wegwedstrijden, die we nu semi-klassiekers zouden noemen en niet meer op de kalender staan.
In de oorlog is hij gaan stayeren en in die discipline werd hij meermalen Frans kampioen en in 1947 en 1950 was hij de beste van de wereld.
Veel van die stayers hadden last van een typische beroepskwaal. De zitvlakblessure, een vriendelijke naam voor een vervaarlijk gezwel tussen anus en scrotum.
Dat is geen handige plaats voor een wielrenner. Bij stayers kwam dat veel voor omdat de druk op die plaats zeer hoog is door de hoge snelheid die achter de motor bereikt wordt en de bochten van een wielerbaan.
Een renner die aan die kwaal leed kon twee dingen doen, de pijn verbijten of een malse biefstuk in de broek leggen. Dat zo’n ding na een wedstrijd van 100 kilometer niet meer voor consumptie geschikt was laat zich raden.
De vermaarde sportfotograaf Guus de Jong was destijds nog een jong broekie en ambitieus om het vak zo goed mogelijk te leren. Hij was daarom bijna dagelijks in het Olympisch stadion te vinden.
Daar werden elke week wel voetbal- en/of wielerwedstrijden gehouden en dagelijks getraind. Na afloop van een stayerwedstrijd stond hij eens zijn plaatjes te maken toen Lesueur hem wenkte.
Guus sprak geen Frans en Lesueur geen Nederlands dus gebaarde de oude wielrenner dat de fotograaf mee moest komen. Ze gingen de catacomben in op weg naar de kleedkamers.
Nadat de Fransman eerst bereidwillig voor de camera had geposeerd, stroopte hij zijn koersbroek naar beneden en gaf met gebaren te kennen dat Guus die biefstuk moest verwijderen.
Waarom hij dat zelf niet deed, is niet duidelijk, maar Guus voldeed kokhalzend aan het verzoek. Op het toilet heeft hij daarna zeker een kwartier lang zijn handen staan wassen.
Hij vertelde me nooit meer biefstuk te hebben gegeten, zonder aan Lesueur te denken. Wie vanavond zo’n mals stukje vlees op zijn bord krijgt, wens ik na het lezen van deze onfrisse anekdote dan ook smakelijk eten.

29-04-2016