ad ad ad ad

Koos STORM

Geboortedatum: 19 april 1895
Geboorteland: Nederland
Overleden op: † 02.03.1957

Koos Storm was een wielrenner uit Loosduinen, plaatsgenoot van Piet Moeskops en Mien van Bree, de eerste Nederlandse wielrenster van naam, over wie onlangs een boek is verschenen. Storm was een stayer en ik ken hem uit de verhalen van mijn vader, die hij op mijn verzoek steeds weer afdraaide en waar ik geen genoeg van kon krijgen.
De duels op de oude Amsterdamse stadionbaan met de beroemde Victor Linart waren legendarisch. Als je zo’n grote stayer bent geweest, zoals mijn vader beweerde, dan is het merkwaardig dat zijn erelijst zo beperkt is.
Wat de kampioenschappen betreft, staan er slechts twee nationale titels op en een derde plaats bij het wereldkampioenschap stayeren in 1925.
Die Nederlandse kampioenschappen behaalde hij op de houten baan van het oude stadion, zoals mijn vader het noemde. Daar werden, tot de komst van het Olympisch Stadion in 1928, jaarlijks de nationale baankampioenschappen en ook het bovengenoemde WK verreden.
Langs die oude baan zaten de rangen altijd stampvol als de naam van Koos op de affiches stond. Als hij nog geen meter had gereden stonden ze hem al toe te juichen en betere doping kon je hem niet toedienen.
Als het publiek zijn naam scandeerde was Koos niet te houden. Dan vloog-ie er in, zoals wielrenners zeggen. Hij liet zich iedere keer weer gek maken door het publiek en de grootste stayers van Europa moesten het op die baan tegen hem afleggen.
In het buitenland won hij niet zo makkelijk, want daar was hij gewoon een van de vele rolrijders, want er waren er in die tijd in Europa wel zo’n honderd actief. Daarvan behoorde Koos zeker bij de beste 25, maar een echte topper was hij niet. Behalve op zijn baan, dan kon hij de hele wereld aan als ze hem luid toejuichten.
Zijn gangmaker Jan Slesker vertelde in 1950 in een interview dat hij in Amsterdam met Koos aan de rol anderhalf jaar lang geen nederlaag had geleden.
Nadat Koos was gestopt werd hij tuinder in Loosduinen, zijn geboortedorp dat voor de annexatie door de stad Den Haag tegen het Westland aan lag. In zijn kassen verbouwde hij alles dat geld opbracht.
De oorlogsjaren waren een beproeving voor de voormalige wielrenner. Er openbaarde zich bij hem een longziekte, die werd toegeschreven aan het jarenlang inademen van de uitlaatgassen die de gangmaakmotor uitbraakte.
Daar konden de Duitsers niet voor verantwoordelijk worden gesteld, maar wel voor het feit dat zijn kassen werden onteigend en gesloopt en hij van zijn broodwinning werd beroofd.
Na de oorlog begon hij een bloemenzaak en de laatste twee jaar van zijn leven baatte hij in Den Haag een sigarenwinkel uit.
Op 2 maart 1957 maakte een hersenbloeding een eind aan het leven van een van de populairste Nederlandse stayers. De held van de oude Amsterdamse stadionbaan werd maar 61 jaar.

19-04-2016