ad ad ad ad

Francesco MOSER

Geboortedatum: 19 juni 1951
Geboorteland: Italië

Ik weet niet of het in Italië ook zo is, maar Francesco Moser bereikt vandaag de pensioengerechtigde leeftijd. Bij ons is dat nu, geloof, 65 jaar en zes maanden, maar ‘65 jaar met pensioen’ zit te zeer in mijn systeem om daar nog aan te wennen.
Hij was één van mijn favoriete renners omdat hij altijd aanvallend reed. Eén van de grootsten uit de wielergeschiedenis, hoewel hij nooit de Tour de France won en van de grote rondes zijn naam alleen op de erelijst van de Giro d'Italia staat..
Daarbij werd hij een beetje geholpen door de organisatie die het parcours in 1984 helemaal op zijn specifieke mogelijkheden toesneed. Niemand die er tegen protesteerde, want Moser was het icoon van alle Italianen en dan weet je dat er wel eens wat water in de Chianti wordt gedaan.
Moser kon zich op alle terreinen van de wielersport met de besten van de wereld meten, maar in het hooggebergte kwam hij tekort. Verder was hij een compleet renner.
Een superieure jachtrijder, die ook nog eens een sterke sprint in huis had. Hij won elf klassiekers in zijn profcarrière, die zestien jaar duurde. Vooral zijn drie overwinningen in Parijs-Roubaix (video) maakten indruk, omdat het in die tijd niet vanzelfsprekend was dat een Italiaan die strontkoers won en de meeste van zijn landgenoten de Hel van het Noorden meden als de pest.
Die verwende gesoigneerde Italiaantjes bleven liever in eigen land om daar onder een lekker zonnetje van die Italiaanse semi-klassiekers te rijden. Nee dan Checco, die zocht de concurrentie op. De internationale competitie, waar hij mannen tegenkwam als Merckx, Hinault, Kuiper, Thurau, Raas, Zoetemelk, Maertens, Pollentier en nog een hele reeks van dat soort slechtweerrijders.
In 1977 werd hij wereldkampioen in San Cristobal in het verre Venezuela. Het was een van zijn twee wereldtitels, want een jaar eerder werd hem eveneens een regenboogtrui uitgereikt, nadat hij als winnaar uit het mondiale achtervolgingstoernooi was gekomen door in de finale onze landgenoot Roy Schuiten te verslaan.
Hij had er ook op gerekend dat hij in 1978 wederom wereldkampioen op de weg zou worden. Maar daar stak ene Gerrie Knetemann een stokje voor. Een finale en een eindsprint die ieder die het heeft gezien nooit zal vergeten.
In zijn nadagen leverde Moser nog een prestatie van jewelste door in 1982 het werelduurrecord van Eddy Merckx aan te vallen. Hij liet een soort supersonisch rijwiel ontwikkelen en hij liet zich medisch begeleiden door de omstreden arts professor Conconi.
Het resultaat was verbluffend, want in vier dagen tijd verbeterde hij het record twee maal. Later zijn recordpogingen op merkwaardige fietsen allemaal teruggedraaid, waardoor de prestatie van Moser iets lachwekkends heeft gekregen. Ten onrechte.
De techniek en de medische verzorging hadden er voor gezorgd dat de Italiaan deze uitzonderlijke prestatie kon leverem, maar iedereen vergat dat Moser maandenlang onder Spartaanse omstandigheden zijn aanval had voorbereid met onmenselijk zware trainingen.
Bovendien heeft zijn initiatief er voor gezorgd dat de rijwielindustrie, na tientallen jaren op hetzelfde stramien te hebben voortgeborduurd, ging experimenteren met nieuwe materialen en andere constructies.
Daardoor lijken de karretjes van tegenwoordig nauwelijks meer op de vehikels waar Merckx en Zoetemelk op reden. Dat is één van de verdiensten van Francesco Moser geweest. Ere wie ere toekomt.

19-06-2016