ad ad ad ad

Danny CLARK

Geboortedatum: 30 augustus 1951
Geboorteland: Australië

Begin jaren zestig raakten we in Nederland vertrouwd met het woord ‘gastarbeider’. Buitenlanders uit Zuid-Europa, Noord-Afrika en Turkije die in eigen land geen werk konden vinden en daarom naar de rijke Westerse landen kwamen om er in de industrie te werken.
In België was het begrip al langer bekend want er was in de jaren dertig voldoende werk in de kolenmijnen van de Borinage. Werklozen uit het arme Zuid-Italië waren graag bereid naar Wallonië te verhuizen.
Nog verder terug waren er de Australische wielrenners die naar Europa of Amerika reisden om daar hun geluk te beproeven. Aanvankelijk vooral op de baan, maar later ook op de weg. Veel van hen kwamen met niet meer dan een koffertje met wat persoonlijke bezittingen en hun fiets aan, om een jaar of vijftien later met een gevuld spaarbankboekje de terugreis te aanvaarden.
Van die laatste categorie is Danny Clark een goed voorbeeld. Toen hij in Europa kwam was hij zo arm als een kerkluis, zoals de uitdrukking luidt. Om vele jaren later als man in bonus weer naar zijn vaderland terug te keren.
In de tussentijd had hij op de baan zo’n beetje alles gewonnen wat er te winnen was. Vooral in de zesdaagsen was hij een grote meneer en op Patrick Sercu na heeft hij de meeste gewonnen.
Drieënzeventig om precies te zijn en dat is één meer dan René Pijnen en acht meer dan Peter Post. Kortom Danny Clark behoort tot de top vier van het zesdaagsenklassement. Met een grote voorsprong op de rest.
Er zijn wegrenners die nog steeds een beetje neerkijken op het vak van zesdaagsenrenner. Daarom vond ik het altijd leuk om te zien als er wegrenners voor de Zesdaagse van Rotterdam werden gecontracteerd en je ze zag lijden.
Groen en geel zagen ze als ze in de jachten afgelost boven in de baan reden en je ze met bezwete koppen zag proberen hun adem weer onder controle te krijgen voor de volgende aflossing.
Danny Clark was heel geliefd bij het publiek, vanwege zijn strijdlust en zijn bereidheid altijd tot het uiterste te gaan. Bij zijn collega’s was hij minder gezien omdat hij hongerig altijd alles wilde hebben.
Dat tekent dat zesdaagsenwereldje van toen. Volgens Peter Post moest je om daar de top te bereiken een sekreet zijn. “Kijk maar naar Altig dat kreng, kijk maar naar Bugdahl, ook zo’n etter”, zei hij eens tegen me.
En kijk ook maar naar Post en Clark, zou ik er aan toe willen voegen, want die konden er ook wat van. Maar het publiek droeg beide heren in hun grote jaren op handen. De tribunes zaten stampvol en de mensen genoten.
Danny Clark, die vandaag bij leven en welzijn, zijn 65ste verjaardag viert, had een lange en uitzonderlijke carrière. Hij was beroepsrenner van 1974 tot en met 1997.
Bij zijn afscheid was hij 46 jaar, maar hij bestond het om drie jaar later nog een comeback te maken. Hij won als bijna vijftigjarige in 2000 nog de Zesdaagse van Nieuw-Caledonië en een etappe in de Ronde van Tasmanië.
Behalve die 73 zesdaagsenzeges was hij ook vier keer wereldkampioen. Eén keer in het keirin (1980), één keer achter de derny (1986) en twee keer in het stayeren (1988 en 1991). Na zijn carrière dook hij zo nu en dan ook op als dernygangmaker.
Hij wordt vandaag 65, maar hij lijkt me geen type voor pensioen en geraniums.

30-08-2016