ad ad ad ad

Bernard HINAULT

Geboortedatum: 14 november 1954
Geboorteland: Frankrijk

Toen ik in 2004 het plan opvatte om een biografisch boek over Joop Zoetemelk te schrijven en het format had bedacht heb ik een lijstje gemaakt wie ik daarvoor zeker moest interviewen.
Ik wilde een boek maken waarin Joop zelf zijn hele carrière van jaar tot jaar zou vertellen, met bij elk hoofdstuk een of meer monologen opgetekend uit de monden van totaal vijftig mensen die een rol in zijn leven spelen of hebben gespeeld.
Twee personen mochten in mijn optiek absoluut niet ontbreken en dat waren de renners die zijn grootste concurrenten waren: Eddy Merckx en Bernard Hinault.
Het was makkelijker bedacht dan gedaan om de twee beste renners uit de wielergeschiedenis te spreken te krijgen. Ze kenden mij niet, uiteraard niet.
Van Merckx had ik een telefoonnummer, van Hinault niet. De afspraak met Merckx had heel wat voeten in aarde. Het was een kwestie van volhouden, tot hij door de telefoon zuchtend zei: “Nou, komt u dan maar.”
Tijdens het interview sprak hij vooral over de wielrenner Zoetemelk, als iemand die de koers niet wilde dragen. Dat hij in zijn grote jaren zo veel beter dan ieder ander was, kwam niet bij hem op. Joop was een van de weinigen die zijn wiel kon houden, maar meer niet.
De afspraak met Hinault was zo gemaakt, dankzij de bemiddeling van mijn wielervriend Bennie Ceulen. Opvallend was het verschil, Le Blaireau putte zich uit in complimenten over Joop.
Maar dat niet alleen, hij legde ook uit waarom Joop zijn grootste concurrent was geweest en gaf een fraaie analyse van de introverte persoonlijkheid van mon ami Sjop. Bovendien maakte hij zich kwaad over de vele kritiek die Joop had gehad als zogenaamde ‘eeuwige tweede’ en ‘wieltjeszuiger’.
Mijn bewondering voor de wielrenner Hinault was al heel groot, maar daar kwam in dat gesprek de waardering voor de persoon Hinault nog eens bovenop. Hij was zo heel anders dan hoe de gemiddelde Fransman tegen de wielersport aankijkt.
Bernard viert vandaag zijn 62ste verjaardag. Hij heeft er zijn laatste jaar opzitten als ceremoniemeester van de Tour de France en de andere door de ASO georganiseerde koersen.
Er zijn mensen die hem die functie kwalijk namen, omdat ze vonden dat het beneden zijn stand was om op het erepodium onbenullige plichten te plegen, handjes te schudden met notabelen en zich zo serviel en onderdanig te gedragen.
Een heel andere man dan in zijn wielertijd toen hij le patron van het peloton was en niemand zonder zijn toestemming mocht demarreren. Dan moest zo’n vermetele renner terug in het hok. Behalve Joop, want dan ging hij mee. En omgekeerd.
Zoals in de laatste etappe van de Tour van 1979 toen ze samen voorop gingen en hun voorsprong op de Champs Elysées wisten vast te houden. Wat nooit gebeurt.
Hij denkt er met veel genoegen aan terug, zoals hij het me vertelde. “Op de lastige heuveltjes naar Parijs toe, haalde ik Kuiper terug. Toen ik bij hem kwam, ging ik er op en erover. Kuiper gaf zich gewonnen en liet zich in het peloton terugzakken.”
Hinault reed twintig seconden voor de groep uit, oordeelde dat het geen zin had om door te gaan tot hij van zijn ploegleider hoorde dat Joop in zijn eentje was ontsnapt. Hij keek om en zag papi komen. Papi is Frans voor opa, de naam waar hij de acht jaar oudere Nederlander graag mee plaagde.
“Ik heb Joop bij laten komen en toen zijn we samen echt gaan rijden. Dat was genieten, puur wielerplezier en ze hebben ons niet meer gepakt. Voluit rammen en daar genoten we allebei intens van. Dat je dat kunt, dan ben je trots op je eigen lichaam. Ik weet zeker dat Joop dat net zo voelde.

14-11-2016