ad ad ad ad

Opgeruimd staat netjes ...

Op 30 oktober jl. heb ik op deze plaats het verhaal gepubliceerd hoe ik een aantal jaren terug van de bekers en andere trofeeën die ik in mijn wielercarrière heb gewonnen probeerde af te komen door ze netjes in dozen verpakt op de dag dat het vuilnis werd opgehaald op de stoeprand te zetten.

Dat de jeugd uit de buurt zich meester maakte van de mooiste exemplaren, had ik niet verwacht en zeker niet dat ze van de rest een enorme troep zouden maken. Na het opgeruimd te hebben, belde de vuinisman aan.

Hij vond dat ik als sportman dat niet mocht doen. Ik kon dan later aan mijn kleinkinderen aan de hand van al die medailles, bekertjes, medailles en vaantjes vertellen hoe opa dat allemaal had gewonnen. Hij praatte me een schuldgevoel aan en het spul ging weer terug naar zolder.

Daarmee is het verhaal nog niet af, want het kreeg nog een mooi staartje in de vorm van een kerstverhaal. Dat wil ik jullie in de donkere dagen voor kerst niet onthouden.

Een paar dagen later vertelde ik het verhaal tijdens een trainingsrit aan een maat van me, die een karige boterham verdiende als beeldend kunstenaar. Ik besloot met de conclusie dat een mens maar moeilijk van z’n oud ijzer af kon komen.

Daarop zei hij: ‘Kom maar op met die troep, dat kan ik wel gebruiken’, waarna hij snuivend de kop overnam. Nog diezelfde dag bracht ik de dozen bij hem en was er op zolder eindelijk plaats voor de kerstspullen. ‘Gelukkig’, verzuchte Ria, ‘opgeruimd staat netjes!’

Een week voor kerst in datzelfde jaar belde mijn kunstenmakende wielervriend op met de vraag of we nog een kerstboom nodig hadden. Hij had namelijk een heel bijzonder exemplaar voor ons en of we even kwamen kijken.

Alles wat metaal was had hij uit mijn dozen gevist en met las- en soldeerapparatuur in een kunstwerk veranderd. Knap gedaan, maar ik zag die ijzeren kerstboom nog niet met ballen en lichtjes in mijn kamer staan.

‘Zelfs een brandstapel kan dit monster niet vernietigen’, siste Ria me toe toen de artistieke wielrenner even naar de WC was.

Onderweg naar huis, verzoende ik me met het voldongen feit dat we nooit van ons leven van mijn trofeeën, in welke gedaante dan ook, zouden afkomen en ik droeg het ding berustend naar zolder.

Een jaar later ging ik op verzoek van Ria wederom de zoldertrap op om de kerstspullen naar beneden te dragen. Bovengekomen dacht ik aan de ijzeren kerstboom, maar die was nergens te bekennen.

Beneden gekomen vroeg ik haar nieuwsgierig waar het ding was gebleven. ‘Oh, die heb ik direct met de vuilnisman meegegeven’, antwoordde ze. ‘Opgeruimd staat netjes!’

Door Jan van der Horst, 18 december 2016 13:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web