ad ad ad ad

Eviva España II (vervolg van gisteren)

Het opzetten van de tent deden we geheel in stijl met de omgeving, dus in de blote kont. Alsof we nooit anders hadden gedaan. Het armetierige Chinese tentje leek me niet waterdicht en de slaapzak was veel te klein, maar volgens Dik schijnt de zon altijd in Spanje. Met andere woorden: wat maakte het uit?

Er werd die avond ter ere van onze komst een paella maaltijd met muzikale omlijsting georganiseerd. Het was reuze gezellig en op aandringen van al onze nieuwe vrienden beloofden we nog een dagje te blijven.

Toen ik onze ervaringen de volgende morgen telefonisch met Ria deelde, vroeg ze opeens hoe het stoeltje beviel. Stoeltje? Welk stoeltje? “Dat opvouwbare ding dat ik stiekem in je bagage heb gestopt. Er zat ook nog een gedichtje bij.” Shit, zei ik, ook verloren.

De volgende dag had Dik last van zijn achilleshiel en zijn hoofd bonkte. “Dat gaat nog wat worden vandaag”, zei ik, toen we vertrokken, uitgezwaaid door allemaal blote mensen. Voor de zekerheid ging ik achter hem rijden om niet ineens te hoeven merken dat hij ergens was achtergebleven. Je weet het maar nooit met die kunstenaars.

In een bergdorpje aangekomen bestelde ik bij een eettentje twee sandwiches met vijf soorten kaas ertussen. Dik vond dat maar niks en nam iets wat de Spanjaarden aan een ander tafeltje aten. Hij kreeg het met moeite door zijn keel.

We gingen weer verder en na zes uur ploeteren, kwamen we op de plek waar een camping moest zijn. Maar die was er niet meer en er zat niets anders op dan terug naar het laatst doorkruiste dorp te gaan om informatie in te winnen.

Gelukkig was Dik zijn inzinking te boven. Dat was maar goed ook, want we moesten weer een bergrug over. Toen we uiteindelijk op een camping kwamen, leek het alsof er daar een bom was ontploft. Alle ruiten van het washok waren kapot.

Behalve de receptioniste die wel vier talen sprak, was er verder niemand aanwezig. Dik trapte per ongeluk op een anderhalve meter lange slang die vlug maakte dat hij wegkwam. En dat allemaal op de vrijdag dat in de Giro Steven Kruijswijk de leiderstrui moest afstaan omdat hij bovenop een hoge berg op een ijswant was geknald.

De volgende morgen zijn we weer vertrokken en hebben de hele dag op en af gefietst om de kuststreek te bereiken. Naarmate we die naderden werd het drukker op de weg en we kwamen steeds meer groepjes wielrenners tegen. Er wordt in Spanje rekening gehouden met fietsers en de borden geven aan dat automobilisten bij het inhalen van tweewielers anderhalve meter ruimte moeten laten. Dat zou in heel Europa standaard moeten worden ingevoerd!

Door het dreigend onweer hadden we haast gekregen. Ik verlangde zo langzamerhand naar mooie vrouwen op het strand in vrolijk gekleurde bikini's. Alsof het zo moest zijn stopte er halverwege de zoveelste klim een touringcar met een Nederlands kenteken.

We waren wel aan een rustpauze toe, toen er met veel lawaai een groep lekkere jonge meiden uit de bus stapte. We wreven onze ogen uit. Wat was dit in godsnaam? Een sprookje uit duizend en één nacht? Toen zijn vrolijke lading was uitgestapt vroeg ik de begeleider wat voor een gezelschap het was.

Hij vertelde dat de dames leden waren van een sportschool uit het Zuid-Hollandse Rijswijk, die het laatste deel van de klim hardlopend gingen afleggen. Ze vertrokken gelijk en Dik en ik bleven geruime tijd naast ze rijden. Zogenaamd als support, maar eerlijk gezegd konden we ook niet harder. In een haarspeldbocht lagen over de hele weg verspreid een zootje sinaasappels die kennelijk van een vrachtwagen waren gedonderd.

Onder het rapen kon ik niet nalaten: “Valencia, sinaasappels. mandarijnen, apenoten, chocola” van Johnny Hoes te gaan zingen. Dik, eigenwijs als altijd, zei dat het liedje van Eddy Wally was. Tegen de avond bereikten we aan de kust de camping, waar de zus van Dik al veertien jaar woont. Haar man is een gepensioneerde rechercheur uit de Amsterdamse binnenstad goed bekend met de daar gevestigde penoze.

Eenmaal weer thuis was er voor mij amper tijd om mijn tassen uit te pakken. Ik had beloofd om Gert Jakobs te helpen met zijn fietsclinic die vanuit het clubhuis van HSV De Kampioen over het Kopje van Bloemendaal door de duinen naar het Circuit van Zandvoort leidt.

Toen Gert daarvoor werd gevraagd wilde hij iemand erbnij hebben die die omgeving goed kent. Mijn naam viel en zeg nou zelf: Wie kent daar beter de weg dan de oud-renner die daar al ruim zestig jaar rondfietst?

Om u te laten zien dat mijn maatje Dik Box wel iets meer kan dan mopperen en eigenwijs zijn, hierbij twee proeven van bekwaamheid van zijn geweldig kunstenaarschap.

Door Jan van der Horst, 14 november 2016 14:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web