ad ad ad ad

Eviva España I

Ieder voorjaar maak ik met mijn vriend Dik Box een grote fietstocht op een volgepakte mountainbike. Ik heb hier op de slogblog al vaker over gepubliceerd. Deze keer in mei van dit jaar hadden we in Spanje de Camino del Cid uitgekozen, een fietsroute van Burgos naar Valencia van zo’n duizend kilometer.

Omdat wij liefst als zwervers opereren en ons niet willen vastpinnen op een uitgestippelde route hebben we daar vanwege wat tegenslag onderweg slechts een gedeelte van gereden.

El Cid is de verkorte bijnaam van een legendarische Spaanse ridder uit de elfde eeuw die een tweejarige veldtocht ondernam tegen de Moren. Dat lazen we in een van de vele fabelachtige verhalen die over deze held de ronde doen.

Als voorbereiding op ons avontuur had ik diep in de buidel moeten tasten om een nieuwe trekkerstent en een vorstbestendige slaapzak te kopen.

Dik vond dat onzinnig, want volgens hem schijnt de zon altijd in Spanje en is het er in mei al bloedheet. Typisch een kunstenaar, die per dag bekijkt waar zijn inspiratie toe leidt.

Vanaf de luchthaven van Alicante ging de eerste etappe naar mijn nicht, die daar enkele kilometers vandaan in haar zomerverblijf woont. Omdat ook Dik langs de Spaanse kust familie heeft, stond dat ook op ons programma als we het einddoel aan de kust hadden bereikt. Eenmaal op weg naar Camino del Cid was er meteen een stilte die we in Nederland niet meer kennen.

Het was een hele toer om via oude nauwelijks meer in gebruik zijnde paden de Camino del Cid te vinden. Richtingsborden waren er niet of nauwelijks en al zoekend namen we de verkeerde afslag. Dit soort fouten hoort bij het zwerven.

We merkten dat in de Spaanse binnenlanden de campings dun gezaaid zijn. Niet dat we opzagen tegen kamperen in de vrije natuur, maar zonder water is het in de snikhete siërra haast niet te doen. Bovendien wordt je in de nachtelijke uren besprongen en bekropen door insecten die het op je bloed voorzien hebben.

Voor het klaarmaken van ons eten gebruikten we een benzinebrander en de proviand kochten we iedere dag in het eerste dorp dat we tegenkwamen. Zodat we nooit met een hongerklop te maken zouden krijgen. Als toerfietser moet je er altijd rekening mee houden dat er een dag komt dat het pechduiveltje opdoemt. Op lekke banden en ander mechanisch malheur waren we voorbereid, maar tegenslag kan zich ook op een andere manier aandienen.

Het is gortdroog in de binnenlanden van Spanje en fietsen is daar een vorm van stof happen. Een kilometerslange landweg, die dwars door vruchtbare boomgaarden loopt, wisten we zonder ellende door te komen. Dachten we.

De weg eindigde na vele uren op een kruising waar een benzinestation stond. We kregen er gratis een klein flesje benzine voor ons brandertje. Tot onze vreugde was er ook een koffiebarretje en dat bruine vocht ging er na al dat stofhappen wel in. We plaatsten de fietsen tegen de gevel en gingen naar binnen. Dik met zijn tas met reisbescheiden, maar ik liet die op de fiets zitten. De tas was met tieraps aan het stuur bevestigd en moeilijk los te krijgen. Bovendien zaten we in the middle of nowhere waar slechts om de zoveel tijd een auto stopte om te tanken.

Onder het genot van de koffie raakten we in gesprek met de señor achter de bar. Hij was in ons geïnteresseerd en we probeerden hem uit te leggen dat we een trektocht door Spanje aan het maken waren. Terwijl zijn vrouw het tweede kopje koffie inschonk schoof hij bij ons aan tafel.

Onze kennis van de Spaanse taal is beperkt en het lukte ons niet hem duidelijk te maken dat we geen pelgrims waren, op weg naar een beroemd katholiek symbool waar zijn land vol mee staat. In mijn ijver hem van het tegendeel te overtuigen toonde ik mijn kampioensmedaille, maar dat bevestigde alleen maar zijn vermoeden met diep gelovige pelgrims te maken te hebben. Hij hield de afbeelding op de medaille voor die van een schutspatroon. Ik liet het erbij.

Toen Dik daarna de naam El Cid liet vallen begreep de man eindelijk dat dat ons reisdoel was. Dat konden we wat hem betreft wel vergeten, want van die route waren we veel te ver afgeweken. We konden beter een ander doel kiezen.

Toen we na een half uur afscheid namen en naar onze fietsen liepen, zag ik tot mijn genoegen dat mijn tas nog stevig aan het stuur verankerd zat. Ik schrok me echter te pletter toen Dik uitriep: “Jan, je tent is gejat!” De voor veel euro’s aangeschafte spullen waren tot mijn schrik inderdaad verdwenen.

Ik zag een bewakingscamera hangen en even later zaten we met de koffieshophouder met argusogen naar de beelden te kijken. We zagen on zelf prominent in beeld toen we onze fietsen tegen de gevel plaatsten. Maar ik zag ook dat de tent er toen al niet meer opzat. Onderweg verloren en potverdikkie niets gemerkt.

De eigenaar van de koffiebar bood genereus aan om met de auto de weg te verkennen waar ik de tent door al dat gehobbel verloren zou kunnen zijn. Tevergeefs, hoe we ook op, links en rechts van de weg speurden, geen tent. We deden nog aangifte op het politiebureau maar ook dat was vergeefse moeite.

We gingen verder en in het eerstvolgende plaatsje vonden we een Chinese winkel waar ik voor slechts twintig euri een enkeldaks tentje kon kopen. Toen we plaatsje uitreden ging de route direct vrij steil bergop. De zon gaf al veel hitte af en na twee uur klimmen op de lichtste versnelling zagen we bij het achteromkijken nog altijd het stadje liggen waar ik bij de Chinees dat tentje had gekocht.

Ook toen we over de top waren bleef het nog kilometerslang valsplat. Het was voor Dik aanleiding om om de haverklap te stoppen om de benen even wat rust te gunnen en bij te komen. Hij zat helemaal stuk.

Zo langs de weg gezeten nam ik even de tijd om op mijn smartphone te zoeken of er een camping in de omgeving was. Ik vond er een en Dik kreeg direct weer energie toen ik er bij vertelde dat het nog maar twintig kilometer fietsen was.

Ik vertelde er niet bij dat het een naturistencamping was en pas toen we het terrein opreden kwam hij er achter. Ik bespeurde enige aarzeling bij hem, maar de nieuwsgierigheid naar het onbekende won het. Er was trouwens geen alternatief, dus wat moesten we anders?

Het was een van de mooiste campings waar ik ooit gekampeerd heb. Ieder detail  was er op kunstzinnige wijze tot stand gebracht. Voor mijn maatje Dik, die van beroep beeldend kunstenaar is, was het een waarlijk El Dorado. Maar om ervan te genieten moest Dik wel uit de box. Ik ook trouwens.

Ik vertelde de aardige receptioniste dat ik met mijn tent ook mijn slaapzak was verloren. Ze liep naar achteren en kwam twee tellen later terug met een vuurrood exemplaar en de mededeling dat ik hem mocht houden. Ik beloonde haar met een dikke kus op beide wangen.


Wordt morgen vervolgd.

Door Jan van der Horst, 13 november 2016 14:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web