ad ad ad ad

Een gouwe ouwe van Jan …

Elke wielrenner die wel eens wat heeft gewonnen, kent na verloop van jaren het probleem van de almaar groter wordende verzameling bokalen, medailles, vaantjes, bekertjes, penningen en wat er nog meer aan versierselen wordt uitgereikt na afloop van een koers.

Ik had dozen vol op zolder staan en ieder jaar herhaalde Ria de vraag: “Wat moeten we ermee, Jan?” Dan ontstond er bij mij altijd weer de twijfel tussen gevoel en verstand. Voor het merendeel is het waardeloze troep, maar aan elk bekertje of vaantje zit wel een dierbare herinnering.

Dat zeg je echter niet gauw uit angst voor sentimenteel te worden aangezien. Ria is echter een kordaat weggooitype en ik was al lang blij dat ze me überhaupt vroeg of het weg kon of niet.

Al te vaak had ze, als ik iets niet kon vinden, doodleuk meegedeeld dat ze dat al jaren geleden aan de vuilnisman had meegegeven. Opgeruimd staat netjes!

Deze keer was er echter geen ontkomen aan, de versierselen van mijn vergane glorie moesten nu toch echt maar eens de deur uit. Na een korte discussie, ging ik akkoord en samen droegen we de dozen naar de stoeprand, waar later die dag de vuilnisman zou stoppen.

Daarbij rekenden we buiten de kinderen uit de buurt die zich, als spreeuwen op een schillenkar, op onze dozen storten, nadat ze de sportieve betekenis van ons vuilnis hadden vastgesteld.

De mooiste exemplaren werden meegetroond naar diverse jongenskamertjes en de rest bleef verspreid over de hele stoep achter alsof er een bom was ontploft. Ik zag een klein meisje tussen de overgebleven spullen scharrelen toen ik van een kort trainingsritje terugkwam.

In haar handjes had ze de bij de Koninklijke Begeer geslagen medaille met de kop van Prins Bernhard erop, die me herinnerde aan een jachtpartij waar ik eens aan had mogen deelnemen.

Ze was bereid het terug te geven in ruil voor een verfomfaaid kleurig vaantje, dat niemand de moeite waard had gevonden. Toen ik met de medaille in de hand de kamer binnenstapte, legde ik mijn vrouw uit waarom ik het had gered.

Hoewel ze het een onooglijk ding vond, begreep ze het en vertelde bovendien dat ze het doosje dat erbij hoorde had bewaard, omdat ze dat wel mooi vond.

Voor wie mocht denken dat we helemaal geen waarde hechten aan de tastbare bewijzen van mijn prestaties, deel ik mee dat we natuurlijk niet alles hebben weggeflikkerd.

Van mijn drie Elfstedenkruisjes zal ik nooit afstand doen en een fraaie fruitschaal, een prettig schemerende schemerlamp, een paar fonkelende vazen van kristal en een bronzen wandbord sieren nog steeds het interieur van Huize Van der Horst.

Verder heb ik ergens nog een gouden wiel, nepgouden kampioensmedailles en een gouden dasspeld met bijbehorende manchetknopen, dingen die de strenge selectie van Ria moeiteloos hebben overleefd.

Er lag ook nog een plunjezak vol koerstruitjes daar op zolder die van haar ook weg moest. Dat wist ik gelukkig te voorkomen, want daar zijn altijd liefhebbers voor. De truitjes vonden inderdaad gretig aftrek bij diverse verzamelaars.

Zo was Tonny Eijk als een kind zo blij met de leiderstrui die ik ooit in de de etappekoers het Circuit des Mines heb gedragen.

Van alle trofeeën die ik in huis heb gehad is het bovengenoemde wandbord mij verreweg het dierbaarst. Niet vanwege de waarde, maar meer om het verhaal dat er achter zit en dat ik jullie een volgende keer ga vertellen.

Op de foto’s uit zijn archief zien we Jan met zijn eerste en laatste beker.

Door Jan van der Horst, 30 oktober 2016 12:00

herkenbaar

Jan en wat te denken van die bloemen van plastic die je kreeg bij een overwinning bij onze zuiderburen?
Als kind speelde ik met de bekers van mijn vader. Organiseerde ik zogenaamde sportwedstrijden voor leeftijdgenootjes waarbij die dingen gewonnen konden worden.
Van mijzelf heb ik niets meer behalve medailles behaald bij kampioenschappen en mijn kampioenstrui.
De rest is al ""honderd jaar geleden"" bij grof vuil gezet.
Geplaatst door Willy Wiersma Kwantes, 31 oktober 2016 18:41:24

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web