ad ad ad ad

De onbarmhartige reus …

Na alle herinneringen uit een ver rennersverleden nu een zeer recente ervaring, want ik ben net terug van een fietsvakantie in het zuiden van Frankrijk. Lekker kilometers maken met een paar maten en zo nu en dan een vermaarde col op en af.

De meest aansprekende van alle bergen uit de Tour de France is natuurlijk de Mont Ventoux en omdat we toch in de buurt waren leek het ons wel aardig deze wonderlijke reus even mee te pikken.

Tegen een kleine twee uur zelfkastijding zagen we niet op, want eenmaal boven heb je ook wat in de vorm van een soort erotiserend geluksgevoel, dat ook na de zoveelste keer nog over je komt.

Iedereen zal zo zijn eigen gedachten hebben over het beklimmen van de Mont Ventoux, maar voor mij is het te vergelijken met het met de vingers aftasten van een reusachtige vrouwenborst met als uiteindelijke beloning het strelen van het fel begeerde topje.

Eveneens een erotiserend geluksgevoel dat in het echt hopelijk nooit over gaat. Tot het befaamde Châlet Reynard liet de wulpse dame zich alles welgevallen, maar daarna begon zij in de vorm van een mistral van zich af te blazen en wel zodanig dat het niet leuk meer was.

Andere fietsers zochten een goed heenkomen om niet in het ravijn te worden geblazen, maar zelf wilde ik me niet laten kennen en elk idee om ijlings terug te keren zonder de tepel te hebben beroerd werd direct verdrongen.

Zes kilometer lang vocht ik een verbeten strijd met de col en de elementen en gevoelens van geluk en oprechte emotie maakten zich van mij meester toen ik eenzaam en alleen op de top arriveerde.

Ik had triomferend de hand weten te leggen op de tepel, maar ik werd er direct zwaar voor gestraft. Toen ik aan de noordkant wilde afdalen blies de mistral mij tegen de rotsen, alsof ik een vrijwel gewichtsloos veertje was.

Bebloed kroop ik terug naar de top om het aan de zuidkant te gaan proberen. Ook daar liet de mistral mij niet zomaar ontsnappen. Lopend en vechtend om mijn fiets niet uit mijn handen te laten waaien passeerde ik de gedenksteen van Tommy Simpson op de plaats, waar hij in het jaar dat ik als prof debuteerde het leven liet.

Ik heb Major Tom persoonlijk gekend en ik kon niet nalaten hem met een brok in de keel te begroeten. Had ik niet moeten doen, want dat moment van concentratieverlies was voor de mistral voldoende om mij met een forse uithaal met fiets en al omver te blazen.

Voor ik het wist lag ik bebloed en gehavend aan de voet van het monument van de meest legendarische Britse wielrenner aller tijden. Strompelend ging ik verder naar beneden en het is achteraf nog goed voor me afgelopen.

De wonden aan benen en armen vielen mee, terwijl een van mijn fietsmaten met een gapende hoofdwond een week lang in het ziekenhuis van Orange moest verblijven.

Mijn fantasieën over een reusachtige vrouwenborst met een suikerzoete tepel zal ik nooit meer koesteren, want sinds die barre escapade is de Mont Ventoux voor mij een onberekenbare en onbarmhartige reus met ... een lelijke kale kop.

Deze gouwe ouwe van Jan van der Horst uit 2010 onderstreept de volledig juiste beslissing van de Tourdirectie om de beklimming van de Mont Ventoux vandaag met zeven kilometer in te korten.

Foto's: archief Jan van der Horst

Door Jan van der Horst, 14 juli 2016 10:30

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web