ad ad ad ad

Uit de ordners van Jan …

Vanaf 1 juli aanstaande kijk ik op deze plaats weer dagelijks terug naar een mooie Tour uit het verleden. Dit jaar ga ik 33 jaar teug in de tijd, naar het jaar 1983.

De proloog was in de Parijse voorstad Fontenay-sous-Bois en de route voerde de renners via Roubaix, Nantes, de Pyreneeën, het Centraal Massief en de Franse Alpen tegen de klok in naar het traditionele slotakkoord op de Champs-Élysées. Daar eindigde op zondag 24 juli de Tour de France van 1983 met een verrassende winnaar.

Om jullie vast in de stemming te brengen ga ik aan de hand van het Franse blad Velo terug naar het voorjaar van 1983 met een verslag van het voorseizoen.

Op de cover staat een foto van Bernard Hinault in de leiderstrui van de Ronde van Spanje. De Fransman won dat jaar de Vuelta die toen nog aansluitend op de voorjaarsklassiekers werd verreden. Hij veroverde de leiderstrui in de zeventiende etappe, twee dagen voor de finish in Madrid. Op het podium werd hij vergezeld door de Spanjaarden Marino Lejarreta en Alberto Fernández.

Hennie Kuiper was als vijfde in het eindklassement de beste Nederlander. De 22-jarige Fransman Laurent Fignon, ploeggenoot van Hinault in de Renault-Gitane ploeg, werd zevende. Niemand kon toen nog bevroeden dat deze jonge Parijzenaar 81 dagen later gehuldigd zou worden als de winnaar van de zeventigste Tour de France.

In die jaren behoorden onze renners tot de wereldtop van de klassieke wielerwereld. ‘We’ wonnen de Ronde van Vlaanderen (Jan Raas), Gent-Wevelgem (Leo van Vliet), Parijs-Roubaix (Hennie Kuiper), Luik-Bastenaken-Luik (Steven Rooks) en het Kampioenschap van Zürich (Johan van der Velde).

Jan Raas boekte op 3 april 1983 met de Ronde van Vlaanderen zijn veertiende triomf in een klassieker (foto 2). De Zeeuw was in deze zware koers een klasse apart. Vijftien kilometer voor de eindstreep plaatste hij de beslissende demarrage. Het was de tweede keer dat hij Vlaanderens Mooiste won. “Deze triomf was tot nu toe de mooiste in mijn carrière”, zei hij na afloop.

Exact een week later schreef Hennie Kuiper wielerhistorie in de Hel van het Noorden (foto 3). De Tukker die ook al een Olympische-, een wereldtitel en de overwinningen in de Rondes van Lombardije en Vlaanderen op zijn naam had staan, sloopte het peloton in Parijs-Roubaix.

De slotkilometers leken door Alfred Hitchcock bedacht te zijn en door de Franse televisie minstens zo spannend in beeld gebracht. Welke wielerliefhebber van boven de veertig zal dit ooit vergeten.

Op 17 april was het de beurt aan Steven Rooks (foto 4), de 22-jarige coureur uit Heerhugowaard die bij Raleigh was ontslagen en uit was op sportieve wraak. Hij won Luik—Bastenaken—Luik. Hij was de sterkste renner in het veld van vedetten en maakte een hele lange neus naar Peter Post.

Met een soepele pedaaltred weerstond Rooks de aanstormende Hinault en Saronni, die een felle jacht onbeloond zagen. Rooks was voor niemand bang, zelfs niet voor de viervoudige Tourwinnaar en de Italiaanse wereldkampioen.

Na afloop stond hij verslaggevers te woord alsof hij zijn zoveelste grote zege had behaald. Uit niets bleek dat hij als tweedejaarsprof nog maar een groentje tussen de ervaren en gelouterde broodrijders was.

De Nederlandse wielerwereld kon even op twee oren slapen en met een meer dan gerust gevoel vooruit kijken naar de Tour de France. Vanaf 1 juli dagelijks op deze plaats!

Foto’s: © Cor Vos



Door Jan Houterman, 30 mei 2016 12:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web