ad ad ad ad

Uit de ordners van Jan ...

“Mijn historische zesdaagse van vandaag eindigde op 26 februari 1936. De 6e Zesdaagse van Minneapolis werd op die datum gewonnen door de Canadezen Reginald Fielding en Henri Lepage. Voor beiden was het de tweede zege in de Amerikaanse stad aan de Mississippi. Lepage had er al in 1933 gewonnen met zijn landgenoot William Peden (foto). Peden, bijgenaamd Torchy of Rusty vanwege zijn rode haar, reed tussen 1929 en 1948 maar liefst 148 Zesdaagsen, uitsluitend in de Verenigde Staten en Canada. Daarvan won hij er 38. Geen kleine jongen dus. Lepage won er tussen 1931 en 1938 acht en ook uitsluitend in Noord-Amerika. Reginald Fielding won in 1934 in Minneapolis met Piet van Kempen aan zijn zijde. Van Kempen, bijgenaamd The Flying Dutchman, was met 32 overwinningen ooit de eerste echte zesdaagsekeizer en Peden volgde hem op. Fielding won naast die twee keer in Minneapolis ook nog in Oakland, Montreal en twee keer in Toronto.

Op 26 februari 1936 bestond het deelnemersveld, op de Ier Jackie Sheehan na, louter uit Amerikanen en Canadezen. In die tijd trok er een lucratief zesdaagsencircus door het Noord-Amerikaanse continent. Deelnemers waren voornamelijk eigen renners maar af en toe kwamen ook Europese goudzoekers hun geluk beproeven. Piet van Kempen was er zo een, net als de Duitsers Gustav Kilian en Heinz Vopel en de Belgen Maurice Declerck en Marcel Boogmans. In het seizoen 1934-‘35 zijn twee volkomen vergeten landgenoten in de uitslagen te vinden. Dat waren ...

... Joep Clignet (geboren 9 maart 1912 in Schaesberg, het tegenwoordige Landgraaf) en Ernst Müller (geboren 14 november 1911 in Eygelshoven). Getuige de uitslagenlijsten reden de twee Limburgers niet onverdienstelijk, maar er is vrijwel geen achtergrondinformatie over ze te vinden. Vandaar dat ik me moet beperken tot de uitslagenlijsten in dat seizoen. In Pittsburgh werd het koppel Clignet-Müller zevende, in Montreal was Müller (foto) zelfs winnaar, met Van Kempen op een vijfde en Clignet op een zevende plaats. In Toronto werd het trio Van Kempen-Müller-Clignet derde, in Cleveland viel Clignet uit en moesten Van Kempen en Müller als duo verder met een zesde plaats als resultaat. Vervolgens was er in Milwaukee een vierde plaats voor Van Kempen en Müller en een vijfde voor Clignet. Begin december 1934 won Van Kempen in Minneapolis (met Fielding), Müller was daar vierde en Clignet vijfde. Tot slot eindigde Clignet in Kansas City als derde en Müller als zevende.

Met moeite heb ik ook nog wat Europese uitslagen van het Limburgse tweetal kunnen achterhalen. In 1933 werd Müller met Piet Vluggen zevende in de Zesdaagse van Amsterdam en in 1934 werd Joep Clignet zevende in de Zesdaagse van Londen. In het forum van de site www.wielerarchieven.be stond vorig jaar augustus een vraag om meer informatie over de profloopbaan van Clignet. Het antwoord van ene Hans wil ik U niet onthouden: ‘Volgens het boek ‘Six days of madness’, een Canadese uitgave geschreven door ex-pistier en zesdaagserenner Ted Harper luidt de beschrijving over Clignet vrij vertaald uit het Engels als volgt: De trip naar Amerika was de eerste voor Clignet en hij was vastbesloten er een succes van te maken. Joe was het rennerstype dat dacht dat hij een zesdaagse kon winnen tijdens de eerste nacht en startte meestal volgens dit principe. Hij reed alle belangrijke zesdaagsen in Amerika in die periode en zijn team stond dikwijls aan de leiding om uiteindelijk tijdens de finale de eindwinst te moeten prijsgeven. Alvorens naar Amerika te komen won Clignet met zijn partner, de Nederlander, Ernst Müller, praktisch alle ploegkoersen waaraan zij deelnamen. Over Muller geeft het boek de volgende beschrijving: Deze Hollandse reus werd door zijn vrienden ‘wooden shoes’ (klompen) genoemd. Müller arriveerde in Amerika in 1934 en won onmiddellijk met veteraan Charlie Winter de Zesdaagse van Montreal. In de daaropvolgende Zesdaagse van Toronto eindigde hij als derde, gekoppeld aan Clignet en Van Kempen. Hij was een krachtcentrale op wielen en vloog er altijd in.’

Wat stond er op of rond 26 februari in de kranten.

Op zondag 26 februari 1984 won Ad Wijnands in Palermo de vierde etappe van de Siciliaanse Wielerweek. Het was al het tweede succes van de nieuwe Kwantum wielerploeg van (toen nog actief renner) Jan Raas. Drie dagen eerder won Leo van Vliet op Sicilië de eerste rit. In het kielzog van Wijnands werden Adri van Houwelingen vijfde, Gerrit Solleveld zesde, Henri Manders zevende, Leo van Vliet elfde, Jan Raas vijftiende en Joop Zoetemelk tweeënveertigste. Bijzonder tijdens de etappe in Palermo was dat er maar liefst 106 renners naar huis werden gestuurd. Het grootste deel van het peloton kwam met drie kwartier achterstand over de streep en na lang beraad besloten de wedstrijdcommissarissen de ‘trainende’ coureurs en bloc uit de strijd te nemen.
 
Op zaterdag 27 februari 1982 berichtte De Gelderlander over Adrie van der Poel. Verslaggever Jacques Eestermans begon zijn verhaal met: ‘Adrie van der Poel wordt mogelijk helemaal geen vedette. Maar hij kan er één worden. Hij voldoet namelijk aan de fundamentele eisen, zoals zovelen, maar tegelijkertijd lijkt hij ook dat niet te bepalen extra benodigde in zich te herbergen, dat hem boven de grote meerderheid uit zou kunnen tillen.’ Precies een jaar eerder had Van der Poel zijn debuut bij de beroepsrenners gemaakt na een lange reeks van successen bij de amateurs. En zijn start was veelbelovend: een ritzege in Parijs-Nice, 2e in de eindstand van Parijs-Nice, een ritzege in de Dauphiné, 2e in het nationaal kampioenschap en winnaar van diverse na-Tourse criteria. De toen 22-jarige Brabander had voor 1982 twee doelen gesteld: deelname aan de Tour en het wereldkampioenschap in Leicester. ‘In de Tour stap ik op om te leren, dat staat voorop. Echter, ik wil niet alleen meerijden. Parijs halen is één, een goede wedstrijd laten zien is twee, een ritzege is drie.’ De Tour zou hij in 1982 uitrijden op een 102e plaats, zonder ritzege en op het WK haalde hij de finish niet.

Precies tien jaar later overleed in zijn woonplaats Den Bosch Gerrit Schulte op 76-jarige leeftijd aan een hartstilstand. Hij was zowel op de weg als op de baan een groot kampioen. Hij was vier keer Nederlands kampioen op de weg (nog steeds een record), won de Ronde van Nederland plus drie etappes en vreemd genoeg slechts één etappe in de Tour. Daar was voor hem echter ‘geen droog brood te verdienen’. Zijn startgeld per criterium leverde hem meer op dan een hele Tour de France. Hij startte in 73 Zesdaagsen waarin hij 19 overwinningen behaalde, 17 keer was hij tweede en ook 17 keer derde. Even snel rekenen leert dan dat hij van elke tien zesdaagsestarts zeven keer op het podium eindigde.

Dan week nr. 9 in de rubriek DE WEEK VAN 1979
Die week begon met het bericht dat de Ronde van Sardinië was afgelast wegens financiële problemen. Ter compensatie startte er op dinsdag een driedaagse Ronde van Trentino. Op maandag 26 februari startte de Ronde van de Levant met een proloog nabij Alicante. De Spanjaard Vicente Belda won en Lucien Van Impe werd derde. Dinsdag was de proloog van de Ronde van Trentino in Arco di Trento. De Noorse hardrijder Knud Knudsen was Moser, De Vlaeminck, Saronni en Schuiten te snel af. Noël De Jonckheere won vervolgens de eerste rit. Op woensdag 28 februari won Jacques Esclassan de GP van Monaco in een massasprint voor Paul Sherwen en René Bittinger. De Jonckheere won in Calpe zijn tweede rit in de Ronde van de Levant, terwijl Roger De Vlaeminck de massasprint in Trentino won voor Rik Van Linden en Giuseppe Saronni. Op donderdag behaalde Patrick Sercu in Hannover met Albert Fritz zijn 64e zesdaagsezege. René Pijnen was met de Duitser Schuhmacher tweede en Gerben Karstens met Martin Venix negende. De Ronde van Trentino beleefde die donderdag zijn laatste dag. Alfredo Chinetti won voor Roberto Visentini en Wladimiro Panizza en het eindklassement was gelijk aan de uitslag van de proloog, Knudsen voor Moser en De Vlaeminck. Verder werd op de donderdag ook de proloog van de Ronde van Corsica verreden. De 900 meter lange tijdrit in Bastia werd gewonnen door Patrick Bonnet voor Bolle, Braun en Duclos-Lasalle. In de Ronde van de Levant werd een pittige rit gewonnen door Maria Miguel Lasa voor Gutierrez en Belda, die daarmee zijn leidende positie versterkte. Op vrijdag was het er trouwens weer sprintersbal met de derde ritzege voor De Jonckheere. De eerste etappe in Corsica was voor Jean Chassang voor Alain Van Harden. Hennie Kuiper werd hier dertiende en Thierry Bolle nam de leiderstrui over van Bonnet. Op Zaterdag 3 maart waren alle ogen gericht op de Omloop Het Volk. Maar liefst 176 renners startten voor de 200 kilometer tussen Gent en Merelbeke. De slag viel op de Muur waar Pollentier op de top een premie van 2000 gulden won en met Raas, De Vlaeminck, Hoste, Schipper en Thurau de beslissende slag maakte. In Merelbeke won Roger De Vlaeminck met een half wiel voorsprong op Jan Raas en Frank Hoste. Jos Schipper werd vierde. Na 1977 (2e) en 1978 (3e) stond Jan Raas voor de derde keer op het podium.
Daags erna won Guido van Sweevelt de Ronde van Belgisch Limburg door in een kopgroep van zes Gerrie Knetemann te kloppen. Dirk Heirwegh was derde. Tot slot nog de rittenkoersen van het weekend: in Corsica waren er zeges voor Esclassan, Chassang en Joop Zoetemelk die in Ile Rouse de derde en laatste etappe won voor Sven Ake Nilsson. Dat was voor de Zweed genoeg om de Ronde van Corsica op zijn naam te schrijven. De Ronde van de Levant werd uiteindelijk gewonnen door Vicente Belda nadat De Jonckheere met nog twee ritzeges zijn totaal op vijf had gebracht.
 
En dan een nieuwe rubriek, vanuit mijn ordners, die ik de KLASSIEKER VAN DE WEEK noem. Volgende week begint namelijk het seizoen 2007 in Noord-Europa traditioneel met de Omloop Het Volk. Elke klassieker met een kort stukje historie, gevolgd door mijn eigen ervaringen want ik heb elke klassieker minimaal een keer als toerfietser gereden.

Volgende week, zaterdag 3 maart, zal de Omloop Het Volk voor de 62e keer verreden worden. Het parcours onderging enkele wijzigingen. Zo zal er voor het eerst sinds 2001 weer gestart worden op het Sint-Pietersplein in Gent. Ook is de aanloop naar de Oude Kwaremont enigszins gewijzigd. De renners moeten nu eerst over de Kluisberg en de Côte de Trieu, om vervolgens richting de Oude Kwaremont te gaan. De finishlijn ligt, na ongeveer 200 kilometer met in totaal tien hellingen, opnieuw op de Berendries in Lokeren. Op de erelijst slechts zeven niet-Belgen. De Duitser Kappes, de Italianen Ballerini en Bartoli, de Ier Elliot en de Nederlanders Jo de Roo (1966), Jan Raas (1981) en Teun van Vliet (1987). Van de Belgen zijn Ernest Sterckx, Joseph Bruyére en Peter Van Petegem recordhouders met elk drie overwinningen. Vorig jaar won de Belgische belofte Philippe Gilbert voor Bert De Waele en Léon van Bon.
Zelf heb ik in 1987 en 1988 de Omloop gereden. Voor een toerfietser ziet zo'n dag er iets anders uit dan voor de broodrenners. In het verslag dat ik toen schreef voor het clubblad van mijn toenmalige club TWC ’t Verzetje uit Bemmel lees ik dat 's nachts al om half drie de wekker afliep. Het was nog een dikke 200 kilometer met de auto naar de start, nabij het sportcentrum Rozebroeken in St.Amandsberg. Tegen half acht stapten we op de fiets voor een tocht van 223 kilometer met daarin twaalf hellingen. Extra tegenstander bleek de warmte, het zou rond de dertig graden worden in het mooie Vlaamse land. Toen we na ruim 160 kilometer de Muur van Geraardsbergen genomen hadden, wachtte ons in Zottegem de grootste surprise van de dag: de Paddestraat. Tegenwoordig is dat stuk weg goed te doen, ik meen dat hij enige tijd geleden gerenoveerd is, maar in 1987 was het een verwerpelijk stuk weg van 3 kilometer lengte. Ik schreef letterlijk: ‘Een mengeling tussen schots en scheef liggende kasseien en grote gaten in de weg, erger dan Parijs-Roubaix. Als ik met de auto 50 kilometer om zou moeten rijden om er niet over heen te hoeven dan deed ik dat meteen. De Paddestraat is te slecht voor woorden, je moet hem gezien hebben, beter gezegd gevoeld hebben, om er over te kunnen praten. Zelden waardeer je het rijden op asfalt meer dan op het moment dat je van de Paddestraat verlost bent.’
 
Met ingang van deze week werp ik ook weer een blik in de palmares van Eddy Merckx, zijn overwinningen en bijzonderheden op de datum van vandaag maar dan in het verleden. Op 26 februari 1970 won hij het eerste deel van de vijfde etappe van de Ronde van Sardinië, een tijdrit over 18,8 kilometer van Porto Torres naar Sassari. Patrick Sercu was op 29 seconden tweede.
Vijf jaar later won hij het eindklassement van de Sardeense Ronde na eerder al de tweede rit gewonnen te hebben. Zilioli was tweede en Knudsen derde. Het betekende de 457e zege in Merckx' loopbaan.

Tot volgende week!”

Jan Houterman


 

Door Fred van Slogteren, 26 februari 2007 10:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web