ad ad ad ad

De Burgerlijke Stand van 25 februari.

Julien STEVENS (1943, België)

De herinneringen van Julien Stevens liggen vooral op Zolder. Hij hoeft er geen trap voor op want ze branden in zijn hart. 1969 was het jaar en het WK werd verreden op het autocircuit van Zolder. Een vlak parcours waar in 2002 Mario Cipollini de regenboogtrui greep, een renner die je niet in de uitslag had gevonden als het ook maar iets lastiger was geweest. In 1969 had het Julien Stevens kunnen zijn, maar de Adelaar van Hoogerheide stak daar een stokje voor. Onze landgenoot Harm Ottenbros had zich zelf met die bijnaam getooid als teken dat hij al de grootste moeite had met de Moerdijkbrug, de scheiding tussen zijn oude (Alkmaar) en nieuwe (Hoogerheide) leefgemeenschap. Julien Stevens was net als Ottenbros een bescheiden renner en de avond tevoren bij de teambespreking hadden ze allebei gezwegen toen gevraagd werd wie zichzelf kansen toedichtte op de wereldtitel. Zeker Stevens had daar geen reden toe, want in de Belgische ploeg zaten mannen als Rik Van Looy, Roger De Vlaeminck, Walter Godefroot en Eddy Merckx. In dat gezelschap durf je niet eens van eigen kansen te dromen. Maar ja, het parcours was totaal niet selectief en renners als Stevens en Ottenbros pedaleerden moeiteloos mee met de vingers in de neus. Er ontstond een kopgroep van twintig man met alle Belgische favorieten, alsook vijf Nederlanders. Er werd constant gedemarreerd en op een gegeven moment slaagde een poging van Julien Stevens. De man uit Mechelen was een echte knecht en ook iemand die daar tevreden mee was. Wel een domestique met uitschieters, zoals in het kampioenschap van zijn land in 1968 en in de GP Pino Cerami. Hij reed daar in Zolder voorop om als springplank te dienen voor een van zijn kopmannen. Maar die kwamen niet, want ze gunden elkaar geen succes en zo zat hij alleen vooruit met die verdomde keeskop, Harm Ottenbros. Als renner zijn gelijke, maar een betere sprinter. Stevens probeerde van alles om weg te komen, maar Harm had die dag superbenen. In het zicht van de finish wist Ottenbros hem met een handigheidje de kop op te dringen en toen was het gebeurd met de brave Julien. Het werd zijn meest besproken prestatie. Sjemielig!

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Yvo MOLENAERS (1934, België)

Noem in het bijzijn van Benoni Beheyt, wereldkampioen 1963, nooit de naam Yvo Molenaers, want de kans dat je een spervuur van Vlaamse krachttermen over je heen krijgt, is levensgroot. Beheyt geldt als de verrader van Ronse, toen hij – per ongeluk of uiterst geraffineerd – de wereldtitel voor de neus van zijn kopman Rik Van Looy wegkaapte. Maar Beheyt kende in zijn carrière ook een judas, die zijn meester voor wat zilverlingen verkocht, waardoor die een grote zege ontging. Yvo Molenaers was zijn knecht in de ploeg van Wiel’s Groene Leeuw. Ze zaten samen in de kopgroep in de finale van Parijs-Roubaix 1964, met twee andere coureurs. Dat waren ook ploeggenoten, want Peter Post en Willy Bocklandt droegen de roodwitte kleuren van Flandria. Twee echt Vlaamse ploegen die elkaar overal op leven en dood bestreden. Ze ontliepen elkaar niet veel, niet in de kwaliteit van de renners en ook niet in het aantal overwinningen. Maar Flandria had Lomme Driessens als ploegleider en dat maakte het verschil. Slimme Lomme wilde dat Peter Post zou winnen, want Peter wilde zijn marktwaarde als zesdaagsecoureur opschroeven door een grote wegkoers te winnen en Bocklandt moest hem daarin bijstaan. Maar Driessens was er toch niet gerust op en hij stuurde zijn wagen naast de kopgroep. Niet om Post of Bocklandt instructies te geven, maar om even met Molenaers te smoezen. Hij bood in de hectiek van de finale de kalende knecht uit Herderen een contract met een mooi salaris, met uiteraard een kleine voorwaarde. De winnaar van de Ronde van Luxemburg 1963 knikte en verried zijn kopman voor het oog van de wereld op de wielerbaan van Roubaix. Hij trok wel de sprint aan, maar gaf veel te vroeg af, waardoor Beheyt een volle baanronde op kop moest proberen om zich Post van het lijf te houden. Dat lukte natuurlijk niet en Molenaers reed in 1965 in het roodwit van Flandria. Het was niet netjes van de vandaag 73 jaar wordende Yvo, maar het hoorde wel bij die tijd. De verrader was verraden, Van Looy had zijn wraak, Post zijn hogere marktwaarde en moeder Molenaers een vettere huishoudpot. (archief T&T Tekst & Traffic)

De andere op 25 februari geborenen zijn:

ALBANI, Francesco (1912, overleden 07.07.1997, Italië)
AMSTERDAM, Cees van (1938, Nederland)
CASAS CALLEGO, Claudio José (1982, Spanje)
GONZALEZ LINARES, José Antonio (1946, Spanje)
HAUSSLER, Heinrich (1984, Duitsland)
HORDIJK, Bas (1952, overleden 30.07.1977, Nederland)
HORST, Menno (1986, Nederland)
LARA RUIZ, Francisco José (1977, Spanje)
PAULINHO COELHO, Jacinto (1953, Portugal)
PINOTTI, Marco (1976, Italië)
SCHALEN, Paul van (1972, Nederland)
SPRUYT, Jos (1943, België)
ZIEGLER, Edi (1930, Duitsland)

Door Fred van Slogteren, 25 februari 2007 0:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web