ad ad ad ad

De Burgerlijke Stand van 31 januari.

Henri DESGRANGE (1865, overleden 16.08.1940, Frankrijk)

Gehaat werd hij door de renners uit de beginjaren van de Tour de France en vergeleken met de duivel en de Markies De Sade. Hij was zelf wielrenner geweest en een voor die tijd heel goede. Hij was de eerste Fransman die nationaal kampioen was en hij was ook de eerste die een werelduurrecord (35 kilometer en 325 meter) vestigde. Hij was daarna een bekend sportjournalist die het tot hoofdredacteur bracht van een sportkrant. Dat blad heette L’Auto Vélo, en uit die krant is na de tweede wereldoorlog l’Équipe ontstaan, een van de meest gezaghebbende sportkranten ter wereld. De naam l’Auto Vélo werd betwist door de concurrerende sportkrant Le Vélo en de zaak werd voor de rechter uitgevochten. De krant van Desgrange verloor het proces en werd gedwongen de naam te veranderen. Het werd L’Auto en het Franse publiek moest opnieuw veroverd worden. Kranten werden destijds nog aan de man gebracht door schreeuwende krantenjongens, maar de nieuwe naam was te onbekend en de verkoopcijfers daalden dramatisch. Het was Desgrange die een onwaarschijnlijke reclamestunt bedacht: een wielerwedstrijd in etappes door heel Frankrijk heen. Op 19 januari 1903 legde hij het plan voor aan zijn directie en hij kreeg fiat. Nog datzelfde jaar ging de eerste editie van start en hoewel het daar een aantal jaren niet naar uitzag werd de Tour de France een groot succes. Desgrange begreep dat als hij de aandacht van het publiek wilde vasthouden hij de renners onmenselijke dingen moest laten doen, waarover hij en zijn journalisten dan grote heldenverhalen konden schrijven. De etappes waren monsterlijk lang. Meer dan vierhonderd kilometer was meer regel dan uitzondering. De wegen waren bij voorkeur zandpaden vol grit en gruis, die bij regen veranderden in onbegaanbare modderpoelen. Ook voerde hij al na enkele jaren de bergetappes in en de renners van toen maakten dagen van zestien uur en meer om die etappes uit te kunnen rijden. Ze vervloekten hem, maar er is in die jaren nooit een rennersstaking geweest. Die kwam pas in 1978, toen de coureurs onder aanvoering van Bernard Hinault weigerden op te stappen, vanwege de vele verplaatsingen om maar zo veel mogelijk etappeplaatsen aan te kunnen doen. Inmiddels is de Tour teruggebracht tot etappes van maximaal 200 kilometer. De wegen zijn voor het merendeel glad geasfalteerd en het materiaal en de verzorging kunnen niet beter. Toch kwam de voorzitter van het IOC vorig jaar met de suggestie om in de strijd tegen doping de Tour tot twee weken in te korten en de lengte van de etappes te beperken tot hooguit honderd kilometer. Die dag pakten donkere wolken zich samen boven het dorp Beauvallon, nabij de stad Valence in het departement Drôme. De hovenier op de plaatselijke begraafplaats hoorde een monotoon zoevend geluid. Het kwam vanonder een grafsteen vandaan. Het hield pas op nadat Jean-Marie Leblanc het plan van Jacques Rogge belachelijk had genoemd. En alle liefhebbers van de Tour de France wisten het zeker. Henri Desgrange had zich als een propeller in zijn graf omgedraaid.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Wilfried WESEMAEL (1950, België)

Ik heb deze kleine oud-coureur een keer mogen interviewen. Het was een hele reis naar zijn frituur in Aalst en toen ik aankwam, was-ie er niet. ‘Hij schrijft alles in zijn agenda, maar hij kijkt er nooit in’, zei zijn vrouw, een volle nicht van Cees Priem. Ze ging aan het bellen en na een klein uurtje kwam hij boven water. Een grappig kaal mannetje met een ludiek brilletje. Het interview ging over zijn overwinning in de Ronde van Zwitserland 1979 en dat was toen precies twintig jaar geleden. Zijn mooiste van de weinige overwinningen die hij in zijn loopbaan heeft behaald. Hij was een knecht, een meesterknecht en wel van Jan Raas. Raas heeft ontiegelijk veel gewonnen, maar in zijn eerste jaren als vedette heeft hij veel te danken gehad aan die kleine Belg. En die stond in 1979 ineens aan de leiding in de Ronde van Zwitserland. Per ongeluk bijna, omdat hij ter verdediging van de kansen van Raas, Knetemann en Lubberding met ontsnappingen was meegemuisd, die echter beslissend bleken te zijn. Ook Knetemann was een dag voor het einde nog kansrijk voor de eindzege en Peter Post kwam Wesemael vertellen dat de naam Knetemann veel meer publiciteit zou opleveren dan de zijne. De tranen prikten achter zijn ogen, maar de kleine man gaf toe. Toen greep Raas in en hij sloeg met de vuist op tafel. Post bond in, want Raas was de enige in wie hij zijn gelijke erkende. De volgende dag reden Raas, Knetemann en Lubberding als knechten van Wilfried Wesemael ieder gaatje dicht en elke aanval op de positie van de latere frituurbakker was zinloos. ‘Bij Raleigh kan iedereen winnen’, stond er een week later in Wieler Revue. Jaren later vertelde de Kneet me hoe blij de ploeg was toen Wesemael huilend van geluk in de leiderstrui op het erepodium stond. Wielrenners, het zijn soms net mensen. (Foto: © T&T Tekst & Traffic)

De andere op 31 januari geborenen zijn:

BORGHETTI, Luigi (1943, Italië)
GABROVSKI, Ivailo (1978, Bulgarije)
HARINGS, Huub (1939, Nederland)
JÄRMANN, Rolf (1966, Zwitserland)
KLOMP, Aldo (1976, Nederland)
NICKSON, Bill (1953, Groot Brittannië)
SPETGENS, Jan (1947, Nederland)
STEEN, Niels van der (1972, Nederland)
TEUBEN, Tonnie (1966, Nederland)
ZAUGG, Kurt (1920, Zwitserland)

Door Fred van Slogteren, 31 januari 2007 0:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web