ad ad ad ad

Van de smalle bandjes naar de gladde ijzers …

Met de Omloop van het Nieuwsblad en Kuurne-Brussel-Kuurne in Vlaanderen en het WK sprint staat dit weekend in het teken van het begin van het traditionele wielerseizoen in Noord-Europa en het aflopende schaatsseizoen in Astana. Een mooie combinatie die in tweeërlei opzicht met deze rubriek in verband kan worden gebrach. In de hoofdstad van Kazachstan zullen de topmensen van de Astana-wielerploeg, samen met Nibali, Aru, Boom en Westra  met samengeknepen billen hun lot afwachten, nu de UCI de licentiecommissie heeft verzocht de status van WorldTour-ploeg alsnog in te trekken. Maar omdat het in deze rubriek om ... 
... schaatsende wielrenners en wielrennende schaatsers en die zullen dit weekeinde niet aan de evenementen meedoen.  
Om toch mijn wekelijkse bijdrage te kunnen schrijven heb ik in gedachten Vlaanderen en Kazachstan verlaten en me me geconcenteerd op de Nederlandse wieler- en schaatsprovincie bij uitstek. Naast Jan Bols, Piet Kleine, Herbert Dijkstra en Gert Jakobs is ook Jan Aling een geboren Drent en een sportman die zich zowel op de smalle bandjes als op de gladde ijzers heeft onderscheiden. Jan is vooral in het geheugen blijven hangen als een typische vertegenwoordiger van de kasseivretende stoempers  die in zijn tijd een rol kon spelen in bijna alle Nederlandse en Vlaamse koersen, terwijl hij daarnaast ook schaatskampioen van zijn provincie is geweest.
Voetballer/schaatser/wielrenner
Wielrennen en schaatsen waren overigens niet de eerste keus van de op 14 juni 1949 in Bunne geboren Aling. Al op jonge leeftijd stond hij op het punt door te breken in het eerste elftal van voetbalclub VAKO uit Vries. In de laatste maanden van 1965, toen Noord-Nederland uitbundig werd getracteerd op langdurig natuurijs lukte het de zestienjarige Jan noordelijk jeugdkampioen kortebaanschaatsen te worden. Tijdens dat toernooi maakte hij kennis met de iets oudere Harm Kuipers uit het naburige Norg. Het was de latere wereldkampioen allroundschaatsen die hem adviseerde om op de racefiets te gaan trainen voor het schaatsen.
Nederlands kampioen
Door het advies van Kuipers, die net als Epke Zonderland nu topsport en een studie medicijnen combineerde, meldde Jan zich bij wielervereniging De Meteoor uit Assen en won in 1966 al meteen een paar nieuwelingenkoersjes. Een jaar later kwamen er nog meer overwinningen bij en werd hij zomaar nationaal kampioen bij de nieuwelingen. Op het autocircuit van Zandvoort was hij de snelste in de eindsprint van een veld dat met ruim vierhonderd jonge renners van start was gegaan. Ook bij de amateurs maakte Jan een snelle opmars. In 1968 kwam hij verrassend goed mee in de amateurklassiekers en boekte hij een mooie overwinning in de Acht van Chaam. 
Teamspeler
De fysiek ijzersterke Drent, die al gauw bekend stond om zijn aanvallende en strijdlustige stijl, werd in die categorie één van de beste renners van Nederland. Rijdend voor de sterke ploeg van Ketting uit Didam kreeg hij volop kansen, maar reed ook met overgave voor de ploeg, met kanjers in de gelederen als Frits Schür, Aad van den Hoek en Roy Schuiten.
Topamateur
Naast tientallen overwinningen in criteriums door het hele land behaalde de Beer van Bunne ook bijna jaarlijks een zege in een amateurklassieker zoals twee maal in de Ronde van Friesland, eveneens twee keer in de Omloop der Kempen en één maal in respectievelijk de Vierstromenlandronde, de Ronde van Overijssel en de Dorpenomloop van Drenthe. In militaire dienst werd hij in 1970 Nederlands kampioen bij de soldaten en won hij een jaar later, vlak na een legeroefening, op de wielerbaan van Groningen de amateurzesdaagse, die niet met koppels maar solo werd gereden.
In binnen- en buitenland
In Olympia’s Tour was Jan Aling een vaste waarde met in 1969 een derde plaats in het eindklassement en in 1971 als drager van de puntentrui tweede achter winnaar Cees Priem, maar vóór Fedor den Hertog. In 1973 won de inmiddels naar Noord-Brabant verhuisde Drent zijn enige etappe in Nederlands oudste rittenkoers. Regelmatig kwam Aling in die jaren in aanmerking voor deelname aan buitenlandse koersen. Met drie etappezeges in de Engelse Milk Race en ééntje in de Ronde van België bewees de Brabantse Drent dat hij ook over de grens zijn mannetje stond. Niet alleen door etappes te winnen, maar ook door ereplaatsen te behalen in de rondes van Mexico en Oostenrijk, de Rheinland-Pfalz Rundfahrt en enkele rittenkoersen in Frankrijk. Samen met Cees Koeken versloeg hij in 1971 in Zwitserland de internationale concurrentie in een lange koppeltijdrit.
Moeizame start als prof
Na in 1974 in Montreal deel te hebben genomen aan het WK op de weg, stapte stapte Jan Aling aan het eind van  dat jaar over naar de beroepsrenners. Hij deed zich direct als een sterke prijsrijder gelden, maar had pech toen de Ketting-profploeg niet van de grond kwam. De Frans-Belgische Alsaver-ploeg bood hem een contract aan, maar in die ploeg bleef zijn programma beperkt tot criteriums en kermiskoersen. Wel werd hij negende in het het door Hennie Kuiper gewonnen NK op de weg en mocht hij als gastrenner meedoen aan de Ronde van Nederland in de Franse ploeg van Joop Zoetemelk.
Voorjaarsstoemper
Een jaar later kon hij tekenen bij de Belgische Ebo-ploeg waar ook Patrick Lefevere en Ferdi Vandenhaute voor reden, terwijl Jos Schipper in 1977 zijn ploeggenoot werd. Het duurde een jaar en toen werd de ploeg overgenomen door sponsor Marc-Zeepcentrale. Dat was een redelijke ploeg waar Jan de kans kreeg de voorjaarsklassiekers en de Vlaamse semi-klassiekers te rijden. Met als resultaat diverse noteringen bij de eerste twintig in onder andere de Omloop Het Volk, de Ronde van Vlaanderen, Gent-Wevelgem en Parijs-Roubaix. In het etappewerk, zoals de Ronde van België en de Driedaagse van De Panne reed hij zich bij de beste tien in het klassement. Met een waslijst vol ereplaatsen in ééndagskoersen liet de import-Brabander zich regelmatig van zijn beste kant zien.
Kleinere ploegen
Hoogtepunten in de palmares van Jan Aling waren een zevende plaats in Parijs-Tours; het met Gerrie van Gerwen en de broers Van Houwelingen van wielervereniging ’t Luchtschip winnen van het nationaal clubkampioenschap ploegentijdrit en de zege in de eerste Grand Prix Frans Verbeeck. De overstap naar de Nederlandse ploeg HB Alarm in 1980 betekende een breekpunt in zijn carrière, want het was het voorportaal naar de kleinere ploegen van snackfabrikant Jos Elen en privé-sponsors, waardoor hij de tien jaar van zijn profbestaan kon vol maken.
Schaatsende wielrenner
De schaatssport heeft niet alleen in het begin van zijn sportloopbaan wielercarrière een rol gespeeld, want toen in 1971 de kunstijsbaan van Assen werd geopend trok hij er met onder andere Jan Bols en Piet Kleine enthousiast naar toe om de schaatsen onder te binden. Daar kwam hij ook Harm Kuipers weer tegen die hem de kneepjes van het langebaanschaatsen bijbracht. Zijn gebrek aan techniek werd gecompenseerd door veel inzet en het als een wielrenner kunnen afzien. Zo werd hij, begin 1972 Drents kampioen. Hij won met overmacht de schaatsmijl en verdedigde op de vijf kilometer met succes zijn voorsprong in het klassement. Het Nieuwsblad van het Noorden kopte: 'Jan Aling ook wilskrachtige schaatser - Wielercoureur wint titel'.
In de winter van 1972-1973 verscheen Jan als wedstrijdschaatser op de ijsbanen. Hij deed mee aan de selectiewedstrijden voor de IJsselcup en nam in Groningen voor het gewest Drenthe deel aan het toernooi om de Zilveren Schaats, met schaatsers uit de drie noordelijke provincies als tegenstanders. Mag ik à la Mart Smeets de sportman met het bloed van een Flandrien, met resultaten als noordelijk kampioen kortebaan, nationaal kampioen nieuwelingen en militairen, Drents kampioen nieuwelingen en amateurs, Drents schaatskampioen en medewinnaar van het NK voor clubs werd, een schaatser-wielrenner noemen? Ja dat mag ik. Senkjoe!
IJs en wieler dienende, tot volgende week!
Ad van der Linden
Door Fred van Slogteren, 28 februari 2015 12:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web