ad ad ad ad

Uit de ordners van Jan …

Het weekblad Sportief heeft bijna veertien jaar bestaan, want het zich onafhankelijk noemende tijdschrift verscheen voor het eerst op 7 december 1945 en het laatste nummer kwam halverwege 1959 uit. Daarna is het blad gefuseerd met Sport en Sportwereld, een alleen op maandag verschijnende sportkrant. Deze uitgave van Sportief lag op 31 januari 1957 in de kiosken en het was nummer 3 van de 12e jaargang. De redactie bestond uit Ir. A. van Emmenes, C.H. Geudeker, H.J. Looman, M. Bremer en Wil van Beveren en was gevestigd in een grachtenpand aan de Keizersgracht in Amsterdam. In 1957 kon je Sportief los ... 
... bij de kiosk kopen voor veertig cent of kon men een kwartaalabonnement nemen voor vier gulden tachtig.    
Dijk van een redactie
De bekendste naam in de redactie was natuurlijk Ad van Emmenes. De vader van Viola Holt was een zeer deskundig radioverslaggever van voetbalwedstrijden. Hij had een goed geheugen en tot op hoge leeftijd kon hij de opstellingen van elftallen uit een ver verleden moeiteloos uit het hoofd opdreunen. Zijn stijl was zowel enthousiast als zakelijk: “Ik versta geenszins de kunst voor de microfoon een wedstrijd mooier te maken dan hij is”, zei hij eens. Van Emmenes was tot 1970 ook nog redacteur van Sport en Sportwereld, waarvan Geudeker eigenaar en hoofdredacteur was. Kick Geudeker was voor de oorlog een verdienstelijk voetballer, die direct na de bevrijding het weekbladSportief begon. Looman was als journalist een schaatspecialist, bekend van het boek Op Glad IJs. Martin Bremer was een voetbal- en honkbalman die in 1954 met Van Emmenes en Looman het meesterwerk Nederlandse Sportsuccessen schreef. Hij was de schoonvader van de latere presentatrice Ria Bremer, die met haar kinderprogramma Stuif ’s in tv-geschiedenis schreef. Wil van Beveren was voor de oorlog een vermaard atleet die drie maal Nederlands kampioen was op de sprintnummers. Hij was de vader van de in 2011 overleden doelman Jan van Beveren.
Het fenomeen zesdaagse
Tom Pauka maakte ook deel uit van de redactie, de journalist van Vrij Nederland, die later naam zou maken als documentairemaker bij de VARA en als spindoctor van Joop den Uyl. Pauka had een vaste rubriek in Sportief met de titel Sportuitwassen. In dit nummer vroeg hij aandacht voor het fenomeen Zesdaagse en ik lees: "Een van oorsprong Amerikaanse evenement, begonnen als een individuele marteling. Iedere wielrenner moest 144 uur onafgebroken in het zadel blijven. Pas in 1899 werd er met koppels gereden, twee renners mochten elkaar zo vaak afwisselen als ze wilden. Men moet de waanzinnige sfeer van een zesdaagse kennen om te begrijpen waarom het publiek al die jaren bereid bleef er naar te kijken. De wielrenners fietsen meestal in een compacte groep over de baan, er zit weinig sensationeels in. Maar het publiek is gekomen om zich te vermaken en de exploitanten van een sportpaleis komen daar aan tegemoet. Op het middenterrein resideert het orkest, dat zes keer een etmaal lang onafgebroken populaire muziek ten gehore brengt. Ook de musici hebben een koppelsysteem. In werkelijkheid zijn er twee of drie orkesten waarvan de helft in de catacomben slaapt. Het publiek dat al om zes uur ’s morgens de zaal kan betreden, mag tot de volgende morgen zes uur blijven. Dat is waarschijnlijk één van de aantrekkelijkste dingen van de zesdaagse. In een schouwburg wordt van je verwacht dat je na drie of vier vertrekt, hier mag je voor je geld 24 uur blijven zitten. Voor de oorlog probeerde men het publiek in zowel Amsterdam als Rotterdam voor de zesdaagsesfeer te winnen. Tevergeefs. Dit is allemaal afgesproken werk, wij laten ons niet te pakken nemen. De uitslag staat van te voren vast.” 
Zorgen om de Ronde
Journalist Frits van Griensven, ook jarenlang actief voor het blad Wielersport, maakte zich enige zorgen om de Ronde van Nederland. In 1956 verliep de Ronde anders en moeilijker dan verwacht omdat hij in tegenstelling tot de jaren ervoor in augustus verreden werd, vlak voor het wereldkampioenschap in Denemarken. De leiding hoopte hierdoor meer internationale cracks te strikken. En hoewel Magni, Koblet, Schulte, Van Est en Van Looy van start gingen hadden de heren geen trek gehad zich overmatig in te spannen zo vlak voor het WK. Bovendien bleek het heel lastig de uitgebreide karavaan te huisvesten in de maand dat alle hotels bezet zijn door toeristen. In 1957 is de start in Luik, op 6 mei daags na het Ardeense Weekeind, wat het de internationalen makkelijk moet maken deel te nemen. Via Maastricht en Heerlen naar Groningen, via de Afsluitdijk, Utrecht, Rotterdam en Breda naar de finish in het Amsterdamse Olympisch stadion. Ruim tweeduizend kilometer in acht etappedagen. Na een geslaagde wedstrijd zou Rik Van Looy zich tot winnaar kronen, voor Wim van Est en Piet van den Brekel.       
Tot volgende week!
Jan Houterman 
Door Fred van Slogteren, 27 januari 2014 10:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web