Cyril DESSEL (1974, Frankrijk)
Helemaal onbekend was hij niet toen hij na de tiende etappe van de Tour de France 2006 in het geel werd gehezen. Cyril Dessel was al aan zijn achtste profseizoen bezig, maar hij was nog niet echt goed opgevallen. Hij kon aardig klimmen en hij maakte op die 12e juli deel uit van een grote kopgroep op weg naar Pau. De Tourdirectie had in die rit een col van de buitencategorie opgenomen en daar kwam het gros van de kopgroep in grote nood. Twee goede klimmers zagen hun kans en lieten de rest achter. Het waren Dessel en de Spanjaard Juan-Miguel Mercado. Dessel van de AG2R-ploeg en Mercado van het ProContinental-team Agritubel dat met een wildcard het Tourcircus was binnengeslopen. De twee werkten goed samen, want ze hadden direct een akkoord gesloten. Mercado de ritzege en Dessel de gele trui. Zo hielden ze achtervolger Landaluze van zich af en Frankrijk had een nieuwe held. Het sprookje duurde één dag, want op 13 juli volgde de rit van Tarbes naar Val d’Aran, waarin het Rabobank-collectief Menchov-Boogerd-Rasmussen het initiatief nam en Dessel 4 minuut 45 moest toegeven. Maar de manier waarop hij zijn trui verdedigde, verdiende alom respect. Net als landgenoot Thomas Voeckler een paar jaar daarvoor moest hij steeds weer lossen als er versneld werd, maar hij kwam ook steeds weer terug. Toen de rookwolken waren opgetrokken stond hij tweede in het klassement op slechts 8 seconden van de nieuwe leider Floyd Landis. Hij zakte in de dagen daarna naar de derde, de vierde en de zevende plaats en op die stek stond hij nog toen de karavaan moegestreden op de Champs Elysées arriveerde. Als beste Fransman, een kleine minuut voor Christophe Moreau. Hij zal geen topper meer worden, deze 32-jarige Fransman uit de buurt van Saint Etienne. Hij zal zijn prestatie van dit jaar misschien niet meer herhalen, maar zijn verdere rennerscarrière mag hij rekenen op de onvoorwaardelijke sympathie van het Franse volk. Zo gaat dat in la Douce Françe. (Foto: © Cor Vos)
Wat staat er nog meer in het geboorteregister?
André NOYELLE (1931, overleden, België)
Hij werd Olympisch kampioen in 1952 bij de spelen van Helsinki. Hij
kwam alleen over de finish na een koers over 190 kilometer in een land zonder wielerhistorie. Zijn landgenoot Robert Grondelaers werd tweede en de Duitser Edi Ziegler derde. Beste Nederlander was Arend van ’t Hof uit Sassenheim die tiende werd. Andere Nederlanders aan de start waren Jan Plantaz, Adri Voorting en Daan de Groot. Het was de tweede gouden plak van Noyelle, want met Grondelaers en Lucien Victor won hij ook nog de ploegentijdrit over 100 kilometer. Hij keerde dus met twee gouden plakken terug in zijn geboorteplaats Ieper en hij werd beroepsrenner. Maar de gouden start kreeg geen vervolg. Noyelle werd slechts een middelmatig beroepsrenner met een middelmatige palmares voor het merendeel behaald in kermiskoersen. En dat is eigenlijk het lot van bijna alle winnaars van Olympisch goud in de wegwedstrijd. Zeggen de namen Stenqvist, Blanchonnet, Hansen, Pavesi, Charpentier, Beyart, Zanin, Vianelli, Johansson, Grewal u nog iets? Waarschijnlijk niet. Kapitanov en Soechoroetsjenkov waren staatsamateurs en die mochten hun loopbaan niet als prof voortzetten. Casartelli werd wel beroemd zelfs een legende, maar om een andere reden en slechts drie gouden medaillewinnaars uit een eeuw Olympische Spelen werden beroemde beroepsrenners. Ercole Baldini, Olaf Ludwig en … onze Hennie Kuiper. En André Noyelle? Die werd fietsenmaker en die moeten er ook zijn, want zonder fietsenmakers geen wielersport.
De andere op 29 november geborenen zijn:
BRESCI, Giuliano (1921. Italië)
DANGUILLAUME, André (1920, Frankrijk)
NEVELS, Leon (1961, Nederland)
SIJEN, Danny (1976, Nederland)
ZIMMERMANN, Urs (1959, Zwitserland)



