ad ad ad ad

De Burgerlijke Stand van 29 november.

Cyril DESSEL (1974, Frankrijk)

Helemaal onbekend was hij niet toen hij na de tiende etappe van de Tour de France 2006 in het geel werd gehezen. Cyril Dessel was al aan zijn achtste profseizoen bezig, maar hij was nog niet echt goed opgevallen. Hij kon aardig klimmen en hij maakte op die 12e juli deel uit van een grote kopgroep op weg naar Pau. De Tourdirectie had in die rit een col van de buitencategorie opgenomen en daar kwam het gros van de kopgroep in grote nood. Twee goede klimmers zagen hun kans en lieten de rest achter. Het waren Dessel en de Spanjaard Juan-Miguel Mercado. Dessel van de AG2R-ploeg en Mercado van het ProContinental-team Agritubel dat met een wildcard het Tourcircus was binnengeslopen. De twee werkten goed samen, want ze hadden direct een akkoord gesloten. Mercado de ritzege en Dessel de gele trui. Zo hielden ze achtervolger Landaluze van zich af en Frankrijk had een nieuwe held. Het sprookje duurde één dag, want op 13 juli volgde de rit van Tarbes naar Val d’Aran, waarin het Rabobank-collectief Menchov-Boogerd-Rasmussen het initiatief nam en Dessel 4 minuut 45 moest toegeven. Maar de manier waarop hij zijn trui verdedigde, verdiende alom respect. Net als landgenoot Thomas Voeckler een paar jaar daarvoor moest hij steeds weer lossen als er versneld werd, maar hij kwam ook steeds weer terug. Toen de rookwolken waren opgetrokken stond hij tweede in het klassement op slechts 8 seconden van de nieuwe leider Floyd Landis. Hij zakte in de dagen daarna naar de derde, de vierde en de zevende plaats en op die stek stond hij nog toen de karavaan moegestreden op de Champs Elysées arriveerde. Als beste Fransman, een kleine minuut voor Christophe Moreau. Hij zal geen topper meer worden, deze 32-jarige Fransman uit de buurt van Saint Etienne. Hij zal zijn prestatie van dit jaar misschien niet meer herhalen, maar zijn verdere rennerscarrière mag hij rekenen op de onvoorwaardelijke sympathie van het Franse volk. Zo gaat dat in la Douce Françe. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

André NOYELLE (1931, overleden, België)

Hij werd Olympisch kampioen in 1952 bij de spelen van Helsinki. Hij kwam alleen over de finish na een koers over 190 kilometer in een land zonder wielerhistorie. Zijn landgenoot Robert Grondelaers werd tweede en de Duitser Edi Ziegler derde. Beste Nederlander was Arend van ’t Hof uit Sassenheim die tiende werd. Andere Nederlanders aan de start waren Jan Plantaz, Adri Voorting en Daan de Groot. Het was de tweede gouden plak van Noyelle, want met Grondelaers en Lucien Victor won hij ook nog de ploegentijdrit over 100 kilometer. Hij keerde dus met twee gouden plakken terug in zijn geboorteplaats Ieper en hij werd beroepsrenner. Maar de gouden start kreeg geen vervolg. Noyelle werd slechts een middelmatig beroepsrenner met een middelmatige palmares voor het merendeel behaald in kermiskoersen. En dat is eigenlijk het lot van bijna alle winnaars van Olympisch goud in de wegwedstrijd. Zeggen de namen Stenqvist, Blanchonnet, Hansen, Pavesi, Charpentier, Beyart, Zanin, Vianelli, Johansson, Grewal u nog iets? Waarschijnlijk niet. Kapitanov en Soechoroetsjenkov waren staatsamateurs en die mochten hun loopbaan niet als prof voortzetten. Casartelli werd wel beroemd zelfs een legende, maar om een andere reden en slechts drie gouden medaillewinnaars uit een eeuw Olympische Spelen werden beroemde beroepsrenners. Ercole Baldini, Olaf Ludwig en … onze Hennie Kuiper. En André Noyelle? Die werd fietsenmaker en die moeten er ook zijn, want zonder fietsenmakers geen wielersport.

De andere op 29 november geborenen zijn:

BRESCI, Giuliano (1921. Italië)
DANGUILLAUME, André (1920, Frankrijk)
NEVELS, Leon (1961, Nederland)
SIJEN, Danny (1976, Nederland)
ZIMMERMANN, Urs (1959, Zwitserland)

Door Fred van Slogteren, 29 november 2006 0:00

André Noyelle

Er schort wat aan de beschrijving van André Noyelle. In 1952 werd er geen olympische ploegentijdrit gereden (pas in 1960) maar werd een landenklassemùent opgemaakt volgens de individuele uitslag van drie renners. België behaalde de gouden plak dankzij de zege van Noyelle, de 2de plaats van Grondelaers en de 4de van Lucien Victor. Voorts voeg ik eraan toe dat André een meer dan middelmatig prof was, al was hij geen topper of een vedette. Hij behaalde toch 49 overwinningen in zijn carrière als prof (Elfstedenronde '57 GP Fourmies '59, GP Cerami '64) die duurde tot 1966, toen hij er al 35 was. Hij werd ook 2de in Gent-Wevelgem, 3de in Parijs-Brussel en Parijs-Tours en 4de in de Waalse Pijl)Nadien opende hij een café (café Helsinki) in Ieper en in '73 ruilde hij dat voor een fietsen- en kinderatikelenzaak. Het legde hem geen windeieren en op zijn 58ste ging hij al rentenieren. De minzame Noyelle overleed op 71-jarige leeftijd (04.02.2003) na een slepende ziekte in het ziekenhuis van Poperinge.

Geplaatst door René Vermeiren, 30 november 2009 15:40:25

Dank René

Deze rubriek kan alleen maar de beoogde kwaliteit bereiken als ik waar nodig wordt gecorrigeerd. Daarom dank en blijf me controleren. Groet! Fred

Geplaatst door Fred, 30 november 2009 18:50:01

Noyelle en Maenen

Dit wordt mijn derde en laatste poging om enig commentaar aan dit stukje over André Noyelle toe te voegen. Ik hoef me tenslotte niet álles te laten welgevallen door die snotneus van een slogblog-portier. Geen boze brieven a.u.b. en geen stenen door de ruit, want het is slechts Haagse galgenhumor.

Ik zou André Noyelle graag nog even eren met de toevoeging, dat deze West-Vlaming na zijn gouden plakken van olympisch Helsinki 1952 bijna ook nog de regenboogtrui had veroverd. In de massaspurt in Luxemburg leidde hij tot op vijftig meter van de streep, viel toen stil en werd alsnog overstoken door de Italiaan Luciano Ciancola en de Limburger Piet van den Brekel uit Echt. Tussen hun voorwielen zat geen millimeter licht. Wat te doen? Twee titelhouders? Nee, onze Piet (die al triomfantelijk op de schouders van zijn fans werd rondgedragen) zag zich gediskwalificeerd wegens het verwisselen van fiets op een plaats waar dat niet was toegestaan en zo ging de trui naar West-Vlaanderen. Best een talent geweest, die Noyelle.

Dan de correctie dat Daan de Groot niet tot de deelnemers aan de wegrit in Helsinki heeft behoord. Daar stonden slechts aan de start Jan Plantaz (Eindhoven), Arend van 't Hof (Sassenheim), Adrie Voorting (Haarlem) en Jules Maenen (Valkenswaard. Deze Brabander had op de baan een dermate zwakke beurt gemaakt als ploegachtervolger dat hij gebrand was op revanche. Jules zat ook mee in de goede vlucht van vijf, maar moest eraf toen de drie Belgen Lucien Victor, Robert Grondelaers en André Noyelle (de 18-jarige kopman Rik van Looy, kampioen van zijn land, was door tegenslag al uit koers) slag om slinger begonnen te demarreren. Eerst reed titelhouder Ghidini hem voorbij in het gezelschap van twee Italiaanse landgenoten, later volgden ook anderen. In de eindspurt stelde Maenen de negende plaats veilig, vlak voor ploegmaat Van 't Hof, en daarmee de bronzen medaille van het ploegenklassement.

De vreugde om dat succes was helaas van korte duur, want de jury besliste dat de naam van de Brabander werd geschrapt wegens het aanpakken van een flesje frisdrank uit het publiek. Van 't Hof schoof door naar plaats negen en werd aldus onverwacht eerste Nederlander, zij het op puur administratieve gronden. Het brons ging door Maenens vergrijp verloren en was voor de Fransen.

Zo heeft sportjournalist Jan Liber het destijds opgetekend in wijlen Wielersport.

Han de Gruiter.

Geplaatst door Han de Gruiter, 02 december 2012 22:53:42

Trui naar Italië

Die regenboogtrui van 1952 ging natuurlijk naar Italië en niet naar West-Vlaanderen, zoals ik enkele minuten geleden met mijn duffe hoofd zat te vertellen. Sorry mensen, de jaren gaan blijkbaar wegen.

Han de Gruiter.

Geplaatst door Han de Gruiter, 02 december 2012 22:58:19

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web