ad ad ad ad

De Burgerlijke Stand van 28 november.

Stephen ROCHE (1959, Ierland)

Mijn herinnering aan Stephen Roche is vooral mijn herinnering aan het jaar 1987. De mentaal kwetsbare en blessuregevoelige Ier zat dat jaar alles mee. Hij won de Giro, de Tour en als klap op de vuurpijl ook nog het wereldkampioenschap. De Belg Eddy Schepers was een ploeggenoot van Roche. Schepers was een van die talenten die na het afscheid van Eddy Merckx dreigde te bezwijken onder de verwachtingen, omdat hij als amateur de Tour de l’Avenir had gewonnen. De Belg twijfelde daardoor hevig aan zichzelf, want hij slaagde er maar niet in als prof door te breken. Tot er een telefoontje kwam uit Italië van Davide Boifava. Of hij er à raison van een gigantisch salaris iets voor voelde om als knecht van Roche voor Carrera te komen rijden. Schepers hapte toe en maakte kennis met de Ier. ‘Het was net zo’n twijfelkont als ik en het klikte tussen ons.’ De twee werden dikke vrienden, want hoewel Schepers zich zelf niet kon overtuigen van zijn kwaliteiten, slaagde hij er wel in om Roche over diens vele dieptepunten heen te praten. In de Ronde van Italië werd de kaart van de Carrera-formatie geheel op de andere kopman van de ploeg, Roberto Visentini gezet, maar Roche was in supervorm. In een zware bergrit toonde hij zijn grote klasse door van kop af iedereen los te rijden. Een kopgroep van zes ontstond en Visentini kon slechts aanklampen. Tot hij onvermijdelijk moest lossen. Boifava gebood Schepers zich af te laten zakken om Visentini weer bij de kopgroep te brengen. De Belg ging naast Roche rijden, en vroeg: ‘als gij nu zegt dat u voor mijn toekomst gaat zorgen, dan blijf ik bij u.’ Roche antwoordde: ‘Eddy ik zorg voor u.’ Die avond daalde de helicopter van de Carrera-directie op het gazon voor het hotel en de heren eisten dat Roche en Schepers hun koffers zouden pakken en direct vertrekken. Boifava weigerde met de vraag: ‘ge kunt de roze trui toch niet wegsturen?’ De directie haalde bakzeil en Roche won de Giro en vergaarde daardoor zoveel zelfvertrouwen dat hij ook in de Tour en het WK dat jaar de beste was. Het niveau van 1987 heeft hij nooit meer gehaald, maar in dat ene jaar heeft hij zich gelijkwaardig getoond aan de allergrootsten uit de geschiedenis van het cyclisme. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Arie van HOUWELINGEN (1931, Nederland)

Op de zolder van huize Van Houwelingen in Sassenheim staat al jaren een accordeon. Ongebruikt want de wereldkampioen amateurstayeren 1959 heeft er nooit op leren spelen. Hij piekert er echter ook niet over om het ding weg te doen, want het is het enige van waarde dat hij ooit met wielrennen heeft verdiend. Hij werd pas wielrenner toen hij uit militaire dienst kwam en ondanks de inspanningen van de training reed hij geen platte prijs. Hij kwam een keer een beroepsrenner tegen en die sprak de gedenkwaardige woorden: ‘Arie, je moet drie keer zo hard trainen en als je dan over drie jaar nog niks hebt gewonnen, dan kun je beter stoppen.’ Arie knoopte deze wijze raad in zijn oren en hij trainde als een beest. En als hij niet op de fiets zat was hij bezig met zware lichamelijke inspanningen om zijn kracht te ontwikkelen. Daardoor kon hij aardig hardfietsen en reed hij ze er vaak allemaal af. Hij ging met zijn enige fiets naar de baan van het stadion in Amsterdam en schreef zich in voor het NK achtervolging amateurs 1955. Van zijn wegfiets sloopte hij alles af wat niet op een baanfiets thuishoort, behalve het achterlichtje. Dat mocht hij van de jury laten zitten. Het zou kunnen dat dat geringe extra gewicht de doorslag heeft gegeven, want Arie kwam in de finale iets t6ekort op Piet van Heusden, de wereldkampioen van 1952. Hij was de op één na beste amateurachtervolger van Nederland en dat gaf de burger moed. Zeker omdat hij daardoor kennis had gemaakt met de wielerbaan. Op verzoek van de KNWU ging hij het eens achter de grote motor proberen en in 1958 werd hij wederom tweede in het NK, maar nu bij de stayers. Een jaar later werd hij zowel nationaal als wereldkampioen. Arie werd prof met de verwachting dat er daarin toch een redelijke boterham te verdienen moest zijn. Dat viel tegen, want de gevestigde beroepsstayers hielden de rijen gesloten en Arie kwam er niet tussen. Hij werd op alle manieren tegengewerkt en teleurgesteld parkeerde hij zijn fiets in de schuur. Hij werd postbode en hij heeft vele jaren niet eens aan wielrennen gedacht. Behalve als hij zo nu en dan eens op zolder moest zijn. Dan zag hij daar die accordeon staan. Zijn enige winst.

De andere op 28 november geborenen zijn:

GUNS, Fons (1929, Nederland)
JEKER, Fabian (1968, Duitsland)
LAPÉBIE, Guy (1916, Frankrijk)
MALFAIT, Geert (1953, België)
RODRIGUEZ BARROS, Emilio (1923, Spanje)
SUNDERLAND, Scott (1966, Australië)
VAN GOOLEN, Jurgen (1980, België)

Door Fred van Slogteren, 28 november 2006 0:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web