ad ad ad ad

Herinneringen bij een foto …

‘Hoeder van klein geluk’, schreef ik in 2008 boven deze foto, afgedrukt in een boekje dat ik maakte ter gelegenheid van de tweede Ronde van het Groene Hart. Het boekje heette 26 Ontmoetingen in het Groene Hart en tussen al die oud-ministers, radio- en tv-persoonlijkheden, grote ondernemers, acteurs, schrijvers en andere Bekende Nederlanders was ook een plaatsje ingeruimd voor Hennie Marinus. Jordanees in hart en nieren en bij ouderen nog bekend als beroepsrenner uit de jaren zestig die als ... 
... stayer enkele jaren behoorlijk aan de weg timmerde. 
Eigenlijk had hij nooit prof moeten worden, want het meeste plezier als wielrenner beleefde hij aan zijn amateurtijd met renners die reden voor wat ze waard waren. Twee maal op rij was hij tweede in het Nederlands kampioenschap op de weg. Eén maal achter Jo de Haan en een keer achter Dick Enthoven. Die twee werden beroepsrenner bij een Franse ploeg en Hennie zocht zijn heil overal waar hij mocht starten. 
In zijn eerste profwedstrijd moest hij het op een wegcircuit achter handelsmotoren opnemen tegen een aantal gehaaide profs. Nog onbekend met de cultuur in het profpeloton reed hij ze allemaal in de vernieling. In de overtuiging dat hij zijn visitekaartje in de beroepsgroep had afgegeven, kwam hij er met schade en schande achter dat hij dat niet had moeten doen. Peter Post – eens zijn trainingsmakker – liet hem weten dat zoiets niet gepast was en dat daar een sanctie op stond. 
Overal waar de twee sindsdien aan de start stonden werd dat duidelijk. Hennie heeft nauwelijks nog wat gewonnen en zocht zijn heil daarom achter de grote motor. In 1964 werd hij kampioen van Nederland. Het was zijn grootste prestatie. 
Een aantal jaren geleden verloor de kleine man zijn vrouw en verdeeld hij met zijn hondje Kismo zijn tijd tussen zijn bovenwoning in de Jordaan en zijn stekkie aan de Vinkeveense Plassen dat hij ooit samen met Anne uitzocht. Een klein paradijsje met een stacaravan, een bloemenzee en plantenpracht, een steigertje, waaraan zijn bootje ligt afgemeerd. Alles spic-en-span en perfect onderhouden. Als je er op bezoek bent, mag hij graag vertellen over die beroemde medebewoonster op de camping, die daar tot haar dood in 2004 ook de zomers doorbracht. Op een dag klopte hij aan haar caravan en toen de grootste sportvrouw, die Nederland heeft voortgebracht, opendeed, schudde hij langdurig haar hand en zei: “Mevrouw Blankers-Koen, ik bin Hennie Marinus. Ik hou van de wielersport, maar ook heel veel van hardlopen. Ik vin 't een eer dat ik u mag ontmoeten, hep u zin om een eindje te gaan varen?” 
Op de kerstkaart die ik in de afgelopen week van hem ontving heeft hij een boompje getekend. “Een geluksboom voor jullie Twee”, schreef hij erbij. Een lieve man. (Foto: © Henk van Helvoirt)
Door Fred van Slogteren, 31 december 2014 10:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web