ad ad ad ad

Van de smalle bandjes naar de gladde ijzers …

De combinatie van wielrennen en schaatsen is ook in de sportjournalistiek
nadrukkelijk aanwezig. Denk maar aan mannen die beide sporten aan het hart gebakken zat en zit, zoals Theo Koomen in het verleden en Herbert Dijkstra in het heden. Voor hij achter de microfoon plaatsnam was Dijkstra als topsporter in beide disciplines actief en heeft ook in allebei een Olympisch verleden. Minstens zo begeesterd, maar wellicht minder bekend is Ger Bestebreurtje (1932-1994), die zowel wielrenner als schaatser was en na zijn actieve jaren als topsporter sportjournalist werd. Bestebreurtje is een naam die je in het Rijnmondgebied veel tegenkomt en de Barendrechter staat dan ook te boek als een echte Rotterdammer. In de jaren vijftig was hij zowel in de wielersport als in de schaatssport actief. Op nationaal niveau zorgde hij in beide sporten voor enkele voetnoten in de sportgeschiedenis. Als journalist leverde hij vanaf de jaren zestig zijn bijdrage aan het verder populariseren van het schaatsen en het wielrennen. Als schaatser zat hij net tegen de top van het langebaanschaatsen aan en bereidde hij zich, net als de toenmalige kernploeg, jaarlijks in het Noorse Hamar voor op het Nederlands kampioenschap en de overige wedstrijden die bij aanwezigheid van natuurijs in ons land werden verreden. Midden jaren vijftig beleefde ons land enkele strenge winters achter elkaar en kon Bestebreurtje deelnemen aan het op natuurijs verreden NK allround van 1954, 1955 en 1956. Omdat een deel van de kernploeg verplichtingen in het buitenland had, wist hij zich twee van de drie keer te plaatsen voor de slotafstand van tien kilometer. In het eindklassement werd hij respectievelijk ... 
... tiende en twaalfde met, tekenend voor de omstandigheden, wel heel prehistorische tijden: ruim 50 seconden op de 500 meter, net onder de 10 minuten op de 5 km, niet net onder de twee maar ruim onder de drie minuten op de 1500 meter, en boven de 20 minuten op de 10 km. In 1956 lukte het Bestebreurtje niet om zich voor de tien kilometer te plaatsen en werd hem een martelgang op het wegdooiende ijs bespaard. 
Allerminst topamateur
In diezelfde jaren was de Zuid-Hollander als wielrenner een actief lid van RRC Feijenoord. Hij reed meestal op clubniveau of in de lokale amateurcriteria. Zo werd Bestebreurtje in 1956 tweede achter clubgenoot Theo Sijthoff in de Ronde van Zwijndrecht en een jaar later tiende in de Koninginnendagronde van Feijenoord, dat prachtige rondje op Zuid waar dat jaar de Hagenees Joop van der Putten zegevierde. Hij mocht af en toe ook starten in een amateurklassieker en niet zonder succes. Door zijn schaatsactiviteiten was hij allerminst een topamateur en dan mogen een twintigste plek in de Omloop van de Kempen en enkele top-tien noteringen in de meerdaagse Ronde van Brabant er best zijn.
Elfstedentocht
Zijn carrière als schaatser/wielrenner telt twee hoogtepunten. Op de schaats was dat zijn deelname als wedstrijdrijder aan de Elfstedentocht van 1956. Tot na Franeker behoorde hij tot de mannen die de wedstrijd gezicht gaven, maar door de slechte weersomstandigheden en het zware ijs kon hij zich daarna niet bij de eerste achtervolgers van de kopgroep handhaven en ging langzaam het licht uit. Bij gebrek aan natuurijs legde hij zich eind 1957 als wielrenner toe op het veldrijden. Hoewel die discipline in ons land nog in de kinderschoenen stond en alleen de Rotterdammer Manus Brinkman zich met de internationale top kon meten, werd Bestebreurtje geselecteerd voor het WK in het Belgische Edelare. In het gezelschap vn mannen als Longo, Dufraisse en anderen kon hij zich nog niet echt onderscheiden, maar als hij zich er op had toegelegd zou hij in die discipline zeker succesvol zijn geworden. Het schaatsen bleef echter zijn voornaamste bezigheid in de wintermaanden. 
Volwassen redactie
Na het beëindigen van zijn sportcarrière heeft Ger Bestebreurtje nadrukkelijk bijgedragen aan de opkomst van de sportjournalistiek van iets wat iemand er op de krant maar een beetje bijdeed tot een volwassen redactie. Als verslaggever van eerst Het Vrije Volk en later het Rotterdams Nieuwsblad maakte hij van dichtbij de toenemende populariteit van sport in de samenleving mee. Met de komst van de televisie en de overgang van de grijze jaren vijftig naar de hippeflower-power-tijd. Behalve muzikanten als de Beatles, de Stones, Bob Dylan werden ook sportmensen immens populair en sommige van hen groeiden uit tot iconen, zoals Anton Geesink, Sjoukje Dijkstra, Jan Janssen, Ard en Keessie, Ada Kok en natuurlijk Johan Cruijff.
Heya Keessie!
Naast zijn dagelijkse werk op de sportredactie van de krant, werkte Bestebreurtje ook mee aan een sportkrant als Sport en Sportwereld en aan de eerste echte sportmagazines die in die tijd op de markt kwamen. Als één van de eersten begon hij ook met het schrijven van sportboeken. Over Feyenoord bijvoorbeeld, de voetbalclub van Zuid en over de populaire schaatskampioen Kees Verkerk wiens typische Rotterdamse bravoure Bestebreurtje zal hebben aangesproken. Heya Keessie! de biografie uit 1969 is zelfs nog in het Noors en het Russisch vertaald. 
Als er in zijn tijd internet had bestaan had hij misschien al vele sportliefhebbers aan zich hebben verbonden met een www.sport.bestebreurblog.nl
IJs en wieler dienende, tot in het nieuwe jaar!
Ad van der Linden
Door Fred van Slogteren, 28 december 2013 15:00

mooie tekst!!

Mooi stuk geschreven over mijn opa! Leuk om te lezen! Groeten joey bestebreurtje

Geplaatst door joey bestebreurtje, 16 februari 2014 13:40:30

in memoriam, mijn vader gerrit

zeker geweldig ,dank u voor het optekenen en het mooie verslag van de carriere van mijn vader gerrit(ger)bestebreurtje

Geplaatst door peter, 16 februari 2014 18:24:04

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web