ad ad ad ad

Uit de ordners van Jan

“Vandaag ga ik heel ver terug in de tijd, 78 jaar om precies te zijn. Op dinsdag 27 november 1928 eindigde de 11e editie van de Zesdaagse van Chicago. Winnaars waren de Amerikanen Jimmy Walthour en Franz Duelberg. De Fransen Alfred Letourneur en Paul Broccardo waren op 1 ronde tweede, de Amerikaan Anthony Beckman en de Italiaan Franco Giorgetti op 4 ronden derde. In het deelnemersveld zat ook een landgenoot en dat was de Amsterdammer Klaas van Nek (foto). Met de Italiaan Alfonso Zucchetti werd hij met 5 ronden achterstand verdienstelijk vijfde. Jammer van die achterstand want het koppel verzamelde ruim 400 punten meer dan de winnaars. Van Nek was in die jaren een zeer verdienstelijk baanrenner die regelmatig een zesdaagse reed. Hij schreef er slechts eentje op zijn naam; op 2 januari 1926 won hij samen met Piet van Kempen de Zesdaagse van Brussel. In januari 1986 zou Van Nek (geboren op 1 maart 1899) overlijden.

Van Kempen startte in meer dan honderd zesdaagsen. Zijn eerste overwinning boekte hij ...

... in maart 1921 in New York met de Zwitser Oscar Egg als koppelgenoot. Zijn laatste won hij in mei 1937 in Londen met de Belg Albert Buysse. In totaal won hij 32 zesdaagsen. Verder werd hij twaalf keer tweede en elf keer derde. In het winterseizoen 1929/1930 won hij niet minder dan vijf zesdaagsen achter elkaar. Op den duur verwierf Van Kempen de titel 'Koning der Zesdaagsen'. Zijn bijnaam was 'Zwarte Piet' vanwege zijn donkere haardos, maar in de Verenigde Stten, waar hij veel reed, werd hij 'Big Pete' of 'The Flying Dutchman' genoemd. Van Kempen was in zijn tijd misschien wel de meest bereisde sportman ter wereld: vrijwel ieder jaar maakte hij de oversteek per boot naar Amerika of Canada om er wedstrijden te rijden. En nu we toch in Amerika zijn, op 27 maart 1957 won Peter Post met zijn Amsterdamse stadgenoot Harm Smits de laatst verreden editie van de Zesdaagse van Chicago. En dat was, lang voor hij als zesdaagsekeizer werd gezien, zijn allereerste zesdaagsezege in een serie van 65. En weet u wie de organisator was van die eerste SIX van Peter in Chicago? Piet van Kempen!

Op 27 november 1928 vierde de Friese voetballegende Abe Lenstra zijn zevende verjaardag. En Cees Erkelens uit Hazerswoude was op die dag ook jarig. Hij werd 49. Tussen 1914 en 1927 was Erkelens, zonder opmerkelijke resultaten te behalen, veertien jaar professioneel wielrenner. Hij was een van de weinige succesvolle Nederlandse wielrenners met een streng christelijke achtergrond. Hij reed bijna een eeuw geleden zijn rondjes in buitenlandse zesdaagsen en werd in 1912 op een zondag Nederlands wegkampioen. Dat deed hij ondanks de bezwaren uit zijn omgeving. Zijn streng gelovige dorpsgenoten en familieleden vonden het niet acceptabel dat hij op de dag des Heren op de fiets en niet in de kerkbanken zat.

Het Wieler ABC van Ad Vingerhoets levert op 27 oktober 1980 de naam van een veldrijder op. Vingerhoets schreef toen in het blad Wielersport: ‘Willy Brouwers werd op 16 januari 1949 in Deurne geboren. Begon op 17-jarige leeftijd te fietsen in de NWB en behaalde 1 overwinning op de weg. In het seizoen 1971-1972 ging hij zich (nog steeds bij de NWB) toeleggen op het veldrijden en met een goed resultaat: acht overwinningen in twaalf wedstrijden. In 1973 werd hij KNWU amateur. In deze categorie reed hij soms op de weg maar toch wel nadrukkelijk in het veld. Hij heeft (tot aan het einde van het seizoen 1979-1980) 25 veldritten gewonnen en was driemaal Brabants kampioen. In het Nederlands Kampioenschap steeds op het erepodium: driemaal derde, tweemaal tweede en eenmaal (1976) algemeen Nederlands Kampioen. Uiteraard ook (zes keer) deelnemer aan het wereldkampioenschap. Zijn beste klasseringen 11e in 1975 (Zwitserland) en 9e in 1976 (Frankrijk). Beroepsrenner sinds 1 oktober 1980, hij rijdt in 1980 voor Superia.’

Vandaag 27 november 2006 worden in ’s-Hertogenbosch weer de beste Nederlandse wielrenner, de beste wielrenster en de grootste belofte van het jaar gekozen en onderscheiden met respectievelijk de Gerrit Schulte Trofee (Gouden Spaak), de Keetie van Oosten-Hage Bokaal (Zilveren Spaak) en de Gerrie Knetemann Trofee (eveneens een Zilveren Spaak). Deze prijzen worden al vele jaren uitgereikt en in 1979 werden Joop Zoetemelk, Adrie van der Poel en Petra de Bruin met deze onderscheidingen vereerd. De initiatiefnemer van de eerste prijs was Gerrit Schulte en die organiseerde elk jaar een feestje in zijn restaurant in Den Bosch. Dat feestje is door toedoen van Peter Post, de voorzitter van De Club 48, uitgegroeid tot een galabijeenkomst met de allure van een Oscar-uitreiking. De Gerrit Schulte Trofee bestaat al sinds 1955 en de andere prijzen zijn er later bijgekomen. De prijs voor de beste jongere heette jarenlang de Toboga-beker, beschikbaar gesteld door Toon van den Boogaard, oud-renner. Aan het ontstaan van de Keetie van Oosten-Hage Bokaal zit een leuke anekdote vast. In 1976 werd Keetie met twee wereldtitels op haar naam voorgedragen voor de Gerrit Schulte Trofee. De naamgever was echter nog niet zo geëmancipeerd en die zag het niet zitten dat ‘zijn’ trofee naar een vrouw zou gaan. Toen bedacht iemand dat er een aparte onderscheiding voor de vrouwelijke wielrenners moest komen. Die kwam er en De Keet won vervolgens drie keer achtereen de naar haar genoemde prijs.

Het krantenoverzicht starten we vandaag in 1983. Het weekend 26 en 27 november toonde nadrukkelijk de overmacht aan van de Belgische crosser Roland Liboton. In Valkenswaard won hij op zondag met overmacht een internationale veldrit. Het betekende zijn achtste zege in negen optredens in dat seizoen. Hennie Stamsnijder bezette de tweede plaats en Reinier Groenendaal eindigde als derde. Wil Brouwers werd negende. Op zaterdag had Liboton in het Italiaanse Pisa al een cross gewonnen, stapte daarna direct in zijn auto en reed ruim duizend kilometer naar huis. Vervolgens stond hij weer fris aan de start in Valkenswaard voor de veldrit in het kader van de Super Prestige. De Belg was zo gretig dat hij zelfs een valse start veroorzaakte. In Nederland won Michel Groenendaal (natuurlijk familie en ook uit St. Michielsgestel) twee nationale veldritten. Op zaterdag was hij in Amsterdam (Vliegenbos) Ties Verhage en Ronald Rol te snel af, op zondag in het Gelderse Lochem hadden Gert Dolsma en Dick Ariese het nakijken.

Cees Bal, vorige week door Fred nog besproken in de rubriek Burgerlijke Stand bij gelegenheid van zijn geboortedag, bekende in De Gelderlander van 27 november 1984 het gebruik van doping. De Zeeuwse ex-prof gaf toe dat hij in de tijd dat hij als beroepsrenner koerste meermalen uit de pot met verboden middelen had gesnoept. Het ging om de stof amfetamine, een tegenwoordig (anno 1984) wat ouderwets stimulerend middel. Volgens Bal is hij met het gebruik begonnen na zijn overwinning in de Ronde van Vlaanderen in 1974. De renner werd eenmaal betrapt op doping, dat was in de Ronde van Italië toen hij deel uitmaakte van de ploeg van Eddy Merckx. Bal daarover: ‘Ik had veel meer gepakt kunnen worden, maar bij de controles gebeurde er niets. En toen ik gepakt werd, wist ik zeker dat ik niets genomen had.’ In de urine van Bal werd strychnine gevonden, een middel dat ook eens bij Adrie van der Poel werd aangetroffen. Cees Bal, die in 1980 met wielrennen stopte, werkte ten tijde van het interview als kantoorbediende en hij woonde in een flat. Het geld dat hij met fietsen had verdiend was door verkeerde investeringen verloren gegaan.

Eind november 1989 werden Greg LeMond (Foto: © Cor Vos) en Steffi Graf door 42 kranten en persagentschappen gekozen tot sportman en sportvrouw van het jaar. Opvallend bij deze verkiezing, die toen voor de 43e keer plaatsvond, is dat ook de Bulgaarse krant Robotnichesko Delo uit Sofia, de Poolse krant Przeglad Sportowy uit Warschau en de Russische krant Sowjetski Sport uit Moskou LeMond en Graf als besten nomineerden. Een eerste lenteroffel na het verdwijnen van de Berlijnse muur. De top-10 bij de mannen waren LeMond (wielrennen), Boris Becker (tennis), Roger Kingdom (atletiek), Mike Tyson (boksen), Javier Sotomayor (atletiek), Alain Prost (autoracen), Tamas Darnyi (zwemmen), Nick Fado (golf), Said Aouita (atletiek) en Marc Girardelli (skiën). Bij de vrouwen waren de beste tien Steffi Graf (tennis), Jeannie Longo (wielrennen), Vreni Schneider (skiën), Paula Ivan (atletiek), Anna Quirot (atletiek), Alexandra Timochenko (turnen), Swetlana Baginskaja (turnen), Daniela Hunger (zwemmen), Midori Ito (kunstschaatsen) en Bonnie Blair (schaatsen).

In 1992 was er nieuws uit Spanje. De internationale wielerkalender voor 1995 werd flink aangepast. Ondanks tegenstand van de organisatoren kreeg de Ronde van Spanje een plaats in de maand september in plaats van in mei. Het wereldkampioenschap op de weg werd verschoven naar begin oktober. De Giro werd in 1995 gehouden in week 20, 21 en 22 van het jaar. Vier weken na afloop van de Italiaanse ronde startte vervolgens de Ronde van Frankrijk. In de puntenwaardering (FICP-klassement) werd tussen de drie grote ronden geen onderscheid meer gemaakt.

En nu we het toch over de grote ronden hebben, in november 1992 nam El Junco, de rietstengel, afscheid van de wielersport. Zijn echte naam is Marino Lejaretta, uniek in zijn vakgebied want hij voltooide maar liefst vier keer (1987, 1989, 1990 en 1991) alle drie de grote ronden in één seizoen. In het Baskische Berriz waren duizenden fans samengestroomd om afscheid te nemen van hun idool. Twintig jaar lang hadden zijn supporters plezier beleefd aan de naar het leek onverwoestbare klimmer. Hij nam deel aan 1973 wedstrijden, fietste 26 grote ronden en hij boekte totaal 83 overwinningen. In die twintig jaar legde Lejaretta 460.606 kilometer af, dat is twaalf keer de wereld rond. En hiermee versloeg de Bask Joop Zoetemelk, die in zijn loopbaan (slechts) tien keer rond de aardbol fietste. Marino had zijn loopbaan best nog een paar jaar voort willen zetten, want hij voelde nog geen sleet. Maar op 12 april 1992 sloeg het noodlot toe. In de afdaling van een col tijdens de Grote Prijs van Amorbieta, knalde hij met grote snelheid tegen het ijzeren steunpunt van een vangrail. Zijn rug werd gekraakt. Maar er was geluk bij een ongeluk. De oud-renner Sebastian Pozo, verzorger bij ONCE, zag de ernst van de blessure direct in en nam de juiste maatregelen om te voorkomen dat Lejaretta zijn verdere leven verlamd zou zijn. Marino droeg een half jaar lang een corset, maar hij revalideerde met succes.

Tot volgende week!”

Jan Houterman

Door Fred van Slogteren, 27 november 2006 17:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web