ad ad ad ad

Het hondje van Wim …

Hoewel het overbrugbare afstanden zijn, bracht de verhuizing naar Ruurlo andere trainingsgebieden in zicht. Vooral ’s winters. Na nog een jaartje wisselend linkshalf of linksbuiten in het sterrenteam van de FC Ruurlo te hebben gespeeld, trok opnieuw de fiets. De Lochemseberg werd verkend en je bleek prachtig te kunnen dwalen op het Grote Veld tussen Lochem en Vorden. Vanuit Ruurlo gezien was Montferland of de Kruisbergse bossen minder logisch dan het landelijk bekende motorcrosscircuit ’t Zand. Al snel ontdekte ik daar de sporen die alleen kenners weten thuis te brengen; de afdrukken van Clement Grifo’s. Dat profiel bestaat nog steeds. Toen reden alleen de echte specialisten op die banden. Je hoefde ze maar te volgen en je wist hoe het trainingscircuit van Albert ... 
... en Gerrit Scheffer liep. Nog steeds maken we gebruik van dit rondje, hoewel in de loop der tijd het enigszins is verlegd. Het gebied is vochtiger geworden en motorcrossen op het ’t Zand is uit den boze. Alles verandert nu eenmaal en alleen oldtimer liefhebbers kennen nog merken als BSA of Norton. Laat staan dat er ooit nog iemand iets van Tinus en Bertus heeft gehoord!
Witte Wievenkoel
De meest bijzondere ontmoeting stamt ook uit die tijd. Ik reed wat rond op de heuvels bij Barchem tot iemand mij voorbij stak. De normale reactie volgde: ik wilde in het wiel. Maar die plek bleek al bezet. Daar liep namelijk een hondje. Ik volgde die twee en ontdekte een even mooi als zwaar parcours. Voortdurend ging het op en af en elke ronde stortten we ons in de Witte Wievenkoel om er vervolgens ploegend door los zand weer omhoog te rennen. Inmiddels was het hondje afgehaakt. Elke ronde passeerden we hem terwijl hij trouw lag uit te hijgen op steeds dezelfde plek. Zijn ogen volgden ons, ook als we uit zicht waren. Het was ergens in oktober. ‘Twee rondjes,’ begreep ik na een tijdje van de eigenaar toen ik had gewezen naar het hondje, ‘in januari rent hij de hele training mee.’ Toen het nieuwe jaar volgde kon ik zelf constateren dat daar geen woord aan gelogen was.
Hondje met wielergenen
Toen had ik al wat beter kennis gemaakt met zijn baas, de oud-coureur Wim Dieperink (foto). Hij woonde toen in Lochem. Een paar keer per week crosste hij dwars door de bossen richting het zelfbedachte circuitje. Steeds met zijn hond als trouwe trainingspartner. Vreemd eigenlijk dat ik ben vergeten wat voor soort hond het was. In ieder geval iets ruwharigs en een fractie groter dan een Jack Russell. Het had ook een vervelende gewoonte; zodra het bergop ging rende hij naast je in plaats van achter je. Een hondje met wielergenen dus. 
Weigerende woorden
Na een paar jaar verhuisde Wim. Geen idee waar naartoe. Ruim dertig jaar later kwam ik hem weer tegen; hij woont in Aalten. Toen begreep ik ook dat hij de hele wereld over had gereisd om iets met techniek te doen. De intrigerende vraag die mij bezighield was: Hoe hij dat deed? Niet alleen was Wim een man van weinig woorden, maar het waren ook nog eens woorden die weigerden ongeschonden zijn mond te verlaten. Wim stotterde en niet zo zuinig. Nu maken ze tv-programma’s over jonge mensen met stotterproblemen. Er is zelfs een prachtige film over een Engelse koning die niet uit zijn woorden kon komen.
Bij Wim merkte ik nooit iets dat leek op gebukt gaan onder een spraakhandicap. Hij deed gewoon de dingen die hij deed. En hardfietsen kan heel goed zonder daarbij te lullen. Bovendien gedijt zo’n winterse veldtraining in gezelschap van een meerennend hondje misschien wel beter in stilte. Dat is trouwens het mooie van hondjes, groot of klein, die denken niet in handicaps.
Tot een volgende keer!
Joep Scholten 
Door Fred van Slogteren, 27 oktober 2013 10:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web