ad ad ad ad

De Burgerlijke Stand van 29 oktober.

Maurice BLOMME (1926, overleden 11.04.1980, België)

Een renner uit een belangrijke époque van het Belgische wielrennen. Je had toen de grote drie in Van Steenbergen, Ockers en Schotte en daaronder een heel leger Belgen die grote koersen en klassiekers konden winnen en ook wonnen. Namen als Jan Adriaensens, André Rosseel, Marcel Rijckaert, Marcel Hendrickx, Raymond Impanis, Nest Sterckx, André Vlayen, Pol Schaecken en zo kan ik er nog wel twintig bedenken. En natuurlijk ook Maurice Blomme in zijn proftijd (1949-1959) een van de beste tijdrijders ter wereld. Dat duurvermorgen had hij opgedaan in de vele veldlopen waaraan hij als atleet had deelgenomen voor hij wielrenner werd. In 1950 won hij de Grand Prix des Nations, toen de meest prestigieuze tijdrit van het hele seizoen. Blomme zou ook een uitstekend wegrenner zijn geweest, maar als typische tijdrijder miste hij tactisch inzicht en liet hij zich door mindere renners nog wel eens in de luren leggen. Daarom is zijn erelijst niet groot. Hij startte slechts twee keer in de Tour de France. Dat was in 1950 en 1952 en hij reed de ronde beide keren niet uit. Wel won hij in 1950 een etappe. De meeste Vlaamse wielrenners werden na hun carrière of kroegbaas of fietsenmaker. Maurice Blomme werd beide. Overdag in de rijwielwerkplaats en ‚s avonds achter de toog pinten tappen. Dat was in Roeselare, de Oostvlaamse stad waar hij ook overleed.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Jan PIETERSE (1942, Nederland)

Als boerenzoon uit Oude Tonge was hij wielrenner in een tijd toen zijn woonplaats nog echt op de Zuid-Hollandse eilanden lag. Om zijn krachten met de sterkste amateurs van die tijd te kunnen meten, moest hij naar Brabant en door al die onbetrouwbare pontverbindingen was hij vaak vele uren onderweg om er te komen. Maar dat had hij er voor over en hij had voldoende klasse om zich ondanks de handicap van zijn geïsoleerde thuishaven in de nationale selectie te rijden. In 1963 won hij verrassend de Ronde van Oostenrijk. Een pittige klimkoers, maar de jongen die op zijn eigen geboortegrond slechts molshopen kende, ging daar met de beste amateurs van de wereld de verschrikkelijke Grosz Glockner op. Hij kon ook een aardig stukje tijdrijden en dat leverde hem een plaatsje op in de viermansformatie die de 100 kilometer ploegentijdrit bij het WK van 1964 en de Olympische Spelen van hetzelfde jaar moest gaan afraffelen. Bij het WK werd het niks, want de ploeg was geen eenheid. Bondscoach Middelink greep in en Gerben Karstens kwam in de ploeg ten koste van de Rotterdammer André van Middelkoop. Met Karstens, Pieterse, Dolman en Zoet ging de Nederlandse ploeg op 14 oktober in Tokyo van start en ze wonnen goud. Karstens en Dolman beleefden daarna nog diverse hoogtepunten in hun carrière, maar voor Zoet en Pieterse was die dag het hoogtepunt. Als beroepsrenner kreeg Jan Pieterse te maken met meer pech dan hem lief was en ook in zijn privéleven kreeg hij met veel persoonlijk leed te maken. Hij stopte al op een leeftijd waarop een echte wielercarrière nog moet beginnen en hij ging het verzekeringsvak in. Daarin maakte hij een mooie carrière ver van de wielersport. Het enige dat nog aan de wielrenner Jan Pieterse herinnert is die gouden plak die ergens bij hem thuis in een laatje ligt. (Foto: archief Wim van Eyle)

De andere op 29 oktober geborenen zijn:

DIERICKX, André (1947, België)
JOOSEN, Paul (1917, overleden 03.09.1990, Nederland)
KOEKEN, Cees (1948, Nederland)
RAGGIANTE, Sabrina (1968, Italië)
WOJTAS, Arkadiusz (1977, Polen)

Door Fred van Slogteren, 29 oktober 2006 0:00

Maurice Blomme

Roeselare: Oostvlaamse stad???

Geplaatst door R. Moortgat, 25 december 2007 19:02:49

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web