ad ad ad ad

De Burgerlijke Stand van 27 oktober.

Cees PRIEM (1950, Nederland)

Cees Priem was in de jaren zeventig een van de beste amateurrenners van ons land die in vierenhalf seizoen 46 overwinningen behaalde. Daaronder Olympiaís Tour en een aantal klassiekers, een bronzen medaille op de Olympische Spelen van 1972 en nog veel meer. Met dat visitekaartje stapte hij over naar de profs en hij werd als kopman binnengehaald bij de Nederlandse profploeg Frisol, onder leiding van Piet Libregts. Priem was allround, want hij kon goed tijdrijden, aardig bergop en ook nog een sprintje winnen en als het moest van razendsnelle mannen als Freddy Maertens en Rik Van Linden. Maar al in zijn eerste jaar als beroepsrenner kreeg hij rugklachten en dat ontwikkelde zich tot een hernia. Na de operatie had hij als renner ingeboet, want hij kon niet meer zo hard aan het stuur trekken en ook het bergoprijden was een stuk minder. Hij verloor zijn positie van kopman en hij verbond de rest van zijn rennersleven aan dat van Jan Raas, vriend en aangetrouwd familielid. Het was een hechte combinatie die na de breuk met Peter Post een eigen ploeg opzette voor sponsor Kwantum Hallen. Raas was de baas en Priem de personeelschef, want hij trok in het peloton de renners aan die in het systeem pasten. Na zijn carriŤre stortte hij zich enkele jaren in zijn eigen bouwbedrijf tot hij een aanbieding kreeg om een profteam op te zetten. Dat werd TVM en hij maakte er wat moois van. Met heel wat minder budget dan Raas bij Buckler en later bij Rabobank zette hij een sterke ploeg neer met jonge renners van overwegend Nederlandse bodem. Coureurs als Blijlevens, Knaven en Voskamp hebben zich bij hem ontwikkeld tot winnaars en hij werd een gerespecteerd ploegleider. Weleens wat horkerig en ontevreden ogend, maar iemand met het wielerhart op de juiste plaats. Tot de Tour de dŰpage in 1998 het TVM-sprookje opblies. De Zeeuwse ploegbaas belandde in het gevang en dat is een periode geweest die emotioneel zwaar op hem heeft ingegrepen. Als goed zakenman heeft hij zich weer een bestaan verworven in de luwte van de echte wedstrijd en hij zal daar tevreden mee zijn. Hij weet immers welke risicoís een eerstverantwoordelijke loopt. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Santiago BOTERO ECHEVERRY (1972, Colombia)

Hij kwam in 2002 sterk in beeld als een begenadigd klimmer die in de Tour de France van 2002 vierde werd in het algemeen klassement en twee etappes won. In de jaren daarvoor had hij zich al laten zien als een drieste aanvaller, die het liefst alleen op avontuur ging. Met zijn aanvalsdrift had hij al eens het bergklassement gewonnen, maar in 2004 deed hij het allemaal wat slimmer en beheerster. De buffel van Medellin werd hij genoemd, naar zijn geboorteplaats in Colombia. 2003 en 2004 waren wat mindere jaren, maar dit jaar kwam hij sterk uit de startblokken met het winnen van de Ronde van RomandiŽ. Hij zat echter in die ongelukkige Phonak-ploeg en het zo hoopvol begonnen seizoen eindigde in een drama. Santiago stond op de lijst-Fuentes en Phonak stelde hem per direct op non-actief. De Colombiaanse wielerbond weigerde hem echter te schorsen, omdat er geen enkel bewijs was van dopinggebruik. Althans niet in het recente verleden, want in 1999 was Botero al eens geschorst vanwege een positief uitgevallen controle. Hij verblijft al sinds juni in zijn vaderland en hij heeft naar eigen zeggen alle moraal verloren. Er is niets bewezen, niks aangetoond en die zaak moddert maar voort. De kans dat er nooit meer iets bewezen zal worden, wordt iedere dag groter en het eind van het liedje zou wel eens kunnen zijn dat de 34-jarige Colombiaan te lang buiten competitie is waardoor hij de aansluiting met de internationale wielertop wellicht niet meer zal kunnen maken. Een miljoeneneis als schadevergoeding ligt dan in de rede, maar wie moet je daarvoor aanklagen? Phonak, de UCI, de heer Fuentes? Zeg het maar. Financieel zal het Botero allemaal niet raken, want hij komt uit een gegoede familie, heb ik begrepen. Maar het blijft een rare zaak, zeker omdat je er behoudens een voorlopige amnestie voor Basso vrijwel niets meer van hoort. Het is eigenlijk een schande. (Foto: © Cor Cos)

De andere op 27 oktober geborenen zijn:

DERVAES, Joseph (1906, overleden 12.04.1986, BelgiŽ)
HOUWELINGEN, Adri van (1953, Nederland)
KUSCHYNSKI, Alexandr (1979, Wit Rusland)
NULENS, Guy (1957, BelgiŽ)
PEETERS, Ward (1920, overleden 30.01.2002, BelgiŽ)
SCHR÷DER, BjŲrn (1980, Duitsland)
VAN CONINGSLOO, Georges (1940, overleden 07.04.2002, BelgiŽ)
WILLEMS, Ko (1900, overleden 12.10.1983, Nederland)

Door Fred van Slogteren, 27 oktober 2006 0:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web