ad ad ad ad

Een mooie dag …

“Volgende week zaterdag wordt weer de Ster van Zwolle verreden, een koers waaraan ik in mijn  wielertijd twee keer heb deelgenomen. Beide keren moest ik al vroeg van de fiets om over de puinhopen te stappen die de weg blokkeerden. Nooit kwam ik verder dan het eerste omloopje. Goed beschouwd had ik er niets te zoeken. Ergens tussen de duizend en vijftienhonderd wegkilometers waren wat magertjes om potten te kunnen breken. Van Herman Hoogzaad begreep ik dat hij er al achtduizend op had zitten toen hij won. De dag erna Kamp Lintfort stond me beter aan. In 1977 was het begin maart fris maar zonnig. Er scheen scherp licht zo vroeg in de ochtend. Nauwelijks ... 
... wind. Behalve dan de wind die een voorsnellend peloton genereert. Alles beloofde ‘een mooie dag’ te worden; zo’n dag waar Bløf ooit over zou zingen. 
Continu reden we op een lint. Over brede rechte wegen afgewisseld met een smal en kronkelend parcours. Het lint was kleurig en schier eindeloos. Voor mijn doen reed ik voorin. Tot er iemand een rare zwieper maakte en moest uitwijken naar een bouwland van rivierklei. Vers geploegd. Mijn cyclocross-steile-afdalingreflex voorkwam erger. In plaats van voorover te duiken in de klei zoals een paar renners achter mij deden, redde ik de meubelen door ver te blijven hangen achter mijn zadel. 
Daarna terugbaggeren naar de rand van de weg. Daar wachten, want eerst moest dat eindeloze lint passeren. Toen de laatste fladderende resten voorbij waren, kon ik verder. Pas na een kleine heuvelzône voorbij Alpen reed ik weer voorin. 
Lang, recht en breed grijnsde ons toe. Zo’n twintig kilometer nog naar de finish, geen plek voor een demarrage. Waarom ik het toch deed? Misschien omdat het zo prachtig leeg was? Of mooi stil? Ik heb mooie herinneringen aan lange rechte wegen omzoomd door bos. Al gauw had ik zo’n vijftien seconden tot de waanzin van mijn actie zich opdrong. Tot er plotseling iemand aansloot. Onmiddellijk nam hij ook over en kon ik zijn nog jonge gelaat monsteren. Geen idee wie hij was, maar zijn truitje was van het bekende paars. 
We reden prachtig samen en zeiden geen woord. Met elke pedaalklap vergrootten we onze voorsprong. Maar amper duizend kilometer wegtraining laat zich niet wegpoetsen. Maar omdat hij geen moment verzaakte, wilde ik dat ook niet.  We spurten om de zege. Hij sloot ons stilzwijgende verbond af met een mooie zege.
Tijdens het interview met de speaker hoorde ik dat hij Guus (foto) heette. Bij een mooie dag past nu eenmaal een mooie naam. Een jaar later zou hij wereldkampioen 100 km ploegentijdrit worden samen met Bert Oosterbosch, Jan van Houwelingen en Bart van Est.
Tot een volgende keer!”
Joep Scholten
Foto: archief dewielersite.net
Door Fred van Slogteren, 24 februari 2013 12:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web