ad ad ad ad

Een halve eeuw in het centrum van de wielersport ...

“Sta ik in 1964 in Veldhoven aan een fiets te sleutelen, staat daar een dikke man met een grote sigaar naar me te kijken. Die roept ineens: Mot je een bak koffie?. Hij komt met die koffie aan en zegt: kejje me niet?, ik zeg: ja, van gezicht, hoe was de naam ook weer? Ik had natuurlijk al lang gezien dat het Pellenaars was, maar ik vond het wel leuk om hem dat zelf te laten zeggen. Zegt-ie: Zeg maar tegen je baas dat je over veertien dagen met mij mee gaat naar de Tour. Zo ben ik erin gerold. Ik was elektromonteur bij een installatiebedrijf en in het weekend was ik om wat bij te verdienen mekanieker bij Dextro, een bekende amateurploeg in die tijd. Ik ben er pas in 2008 mee opgehouden en met die ... 
... twee jaar bij de amateurs mee is dat 46 jaar. Altijd van het een in het ander gerold en nooit om werk verlegen gezeten.” 
Snorremans
Aan het woord is John Krijnen, die als mecanicien 46 maal bij WK-toernooien voor de KNWU heeft gewerkt en ook nog eens drie keer bij de Olympische Spelen. Verder was hij dertien keer actief voor een ploeg in de Tour de France en bijna honderd keer stond hij koppels bij in de zesdaagsen. Hoewel hij in zijn lange loopbaan heel veel van huis is geweest, vindt-ie dat hij een hartstikke mooi leven heeft gehad. Hij is zijn vrouw dankbaar dat ze hem altijd heeft gesteund, maar voor hem zelf zijn er moeilijke momenten geweest. Zoals die keer toen hij eens elf weken aaneen onderweg was en toen hij eindelijk de sleutel in het slot stak zijn dochtertje geschrokken riep: “Mam, er staat een man in de gang met een koffer.” Dat was voor de altijd fraai gekrulde snorremans aanleiding direct de telefoon te pakken en zijn toenmalige werkgever mee te delen, dat het zo niet langer kon. 
Vanzelf mekanieker geworden
Krijn, zoals de renners hem altijd noemden, is ooit zelf wielrenner geweest. Als amateur kon hij goed meekomen maar raakte onfortuinlijk bij een valpartij betrokken en blesseerde zijn rug zodanig dat het actieve wielrennen verleden tijd was. De oud-wielrenner hielp daarna op zaterdag wel eens in de werkplaats van een fietsenwinkel en voor hij het wist was hij mekanieker bij amateurploegen en geen weekend meer thuis. Eerst bij Polynorm, daarna bij Dextro en toen dus naar de profs van Pellenaars bij Televizier, een stap waarvoor hij zijn baan moest opzeggen. 
Tourzege Janssen
Hij was daar niet in vaste dienst en John heeft daarom ook altijd voor de KNWU gewerkt tijdens WK-toernooien. Toen er in 1968 onder supervisie van de wielerunie een nationale ploeg aan de Tour moest deelnemen, was hij van de partij en maakte van dichtbij de Touroverwinning van Jan Janssen mee. Vier seizoenen bleef hij Televizier trouw en hoorde toen dat het afgelopen was, omdat de sponsor er mee ophield en Pellenaars nog geen nieuwe had gevonden. Gé Peters van de Caballero-ploeg was goed bevriend met d’n Pel en dat was genoeg om Krijn snel aan een nieuwe baas te helpen. Met Caballero deed hij in 1970 zijn zesde Tour en daarna stopte de sigarettenfabrikant met de profsectie, maar de amateurploeg heeft nog tot 1975 bestaan. Daarna trad John als medewerker van de reclame-afdeling in vaste dienst, omdat het sigarettenmerk jarenlang sponsor was van vaderlandse criteriums. 
Roy Schuiten
Aan alles komt een eind en in 1986 was er voor John Krijnen geen werk meer. Hij moest op zoek naar een ploeg maar voor hij zich dat nog realiseerde ging de telefoon en een bekende stem zei: “Krijn, volgend jaar werk je voor mij.” Die stem behoorde toe aan Roy Schuiten, een goede vriend en de oud-wereldkampioen achtervolging slaagde er inderdaad in om een topformatie bij elkaar te krijgen, die direct eerste viool speelde in het internationale peloton. De PDM-ploeg zat professioneel perfect in elkaar en er was van alles het beste. Schuiten verdween al snel, maar Krijnen heeft de hele periode van zeven jaar meegemaakt. Hij kijkt erop terug als het hoogtepunt van zijn carrière, hoewel hij bij die ploeg ook het dieptepunt heeft meegemaakt met de beruchte Intralipid-affaire.
Bedorven kip
“Ik heb de ploegarts nog gewaarschuwd. Die dozen stonden in die hete vrachtwagen tussen mijn spullen. Er was ook een grote koelkast aan boord en ik zeg tegen hem: Zou je dat er niet in zetten. Hij antwoordde uit de hoogte: zorg jij nou maar dat de banden opgepompt zijn. Een paar dagen later werd het hele zooitje ziek en was het over en uit. Alcala, dat kleine Mexicaantje, was zo link op die Sanders dat-ie hem aanvloog. Ik heb hem tegengehouden, anders had-ie hem geheid vermoord. Toen ging de ploegleider er nog eens overheen met een verklaring dat ze bedorven kip hadden gegeten. Die kok van het hotel waar dat gebeurd had moeten zijn, kwam natuurlijk direct in opstand. En terecht. Ik ben toen zo kwaad die hele zooi geworden dat ik in drift het hele dashboard uit de auto heb getrapt.”
Baancoach Pieters
Toen PDM er een jaar later mee stopte leek zijn carrière voorbij. Hij was 58 jaar en besloot dat het mooi was geweest. Maar weer ging de telefoon en de stem was dit keer van Peter Pieters, net benoemd tot bondscoach van de baanrenners van de KNWU. Of John geen zin had om vaste mekanieker te worden bij zijn selectie? Na zes keer NEE werd er opgehangen met de afspraak dat de werkloze mekanieker er nog eens over zou nadenken. Nog geen twaalf uur later hing Pieters weer aan de lijn met de vraag of hij al had nagedacht. Ze werden het eens over één jaar en het zijn er twaalf geworden. 
Rust bij Krijn
De reden waarom al die mensen hem er zo graag bij wilde hebben was zijn empatische houding ten opzichte van veel renners en rensters. Krijn heeft namelijk ook een pedagogische kant en wist vaak precies de juiste toon te treffen om een gespannen renner te motiveren of op zijn of haar gemak te stellen. Roy Schuiten werd daardoor een vriend voor het leven, net als Keetie Hage, Leontien van Moorsel, Peter Pieters, Sean Kelly en nog vele anderen, omdat ze toen bij Krijn in het hok kwamen buurten om de rust te vinden voor een topprestatie. 
Ook nu nog actieve renners als Theo Bos en Peter Schep komen regelmatig in Bussum langs bij de man die achter zijn huis nog een compleet ingerichte werkplaats heeft en boven op zolder een piepklein wielermuseum koestert. Met prachtige herinneringen aan een halve eeuw wielersport aan de hand van truien, borden, speldjes, medailles, balhoofdplaatjes, tijdschriften en nog veel meer als aandenken aan zijn jongens en meiden, die mede dankzij hem grote prestaties hebben geleverd. (Foto: © T&T Tekst & Traffic)
Dit artikel is eerder gepubliceerd in Wielerland Magazine.

Door Fred van Slogteren, 27 januari 2013 12:00

Krijn

Dit zijn de ware helden van de wielersport. Lang geleden dat ik weer eens zo'n goed stuk hier vond.

Geplaatst door marco V, 27 januari 2013 13:14:25

Johnny Caballero

Mooie kerel, aardig. Volgens mij ook wel een beetje "fout", zoals de meeste mecaniciens en andere mensen, die om een wielerploeg heen hangen.
Heeft ie ook niet een tijdje gesleuteld in en damesploeg van Joop Riethoven? En de beruchte Festina ploeg natuurlijk.
Vorig jaar in Neerkant nog een poosje met 'm gebabbeld.

Geplaatst door Harrie Hofstede, 28 januari 2013 08:33:58

Een zadel met herinnering

Op mijn gewone fiets prijkt al bijna veertig jaar een Brooks zadel speciaal geprepareerd door John Krijnen. Ooit kwam hij via Roy in mijn bezit.

Hoe veel of weinig fout moet je trouwens zijn om het predikaat 'een beetje fout' te rechtvaardigen, Harrie?

Wel maakte hij natuurlijk een grote vergissing. Niet dat dashboard van de auto maar de ploegarts en ploegleiding van PDM had hij wat mij betreft in elkaar mogen tremmen.

Geplaatst door joep scholten, 28 januari 2013 12:26:01

John Krijnen

Ja welke renner uit die periode, 1960 - 1965 kan Johnny Krijnen zich niet herinneren, altijd aanwezig, in wat voor hoedanigheid dan ook, maar vooral het fietsen in orde brengen, daar had hij zijn zinnen opgezet. Ja het is leuk iets van hem te vernemen, nadat hij van zijn hobby zijn werk had gemaakt. Ik zelf moest deze bezigheid immer zalfs doen, daar gebruikte je meestal de maandagavond voor, was tevens een rustdag na het koersweek-end. De ene maal was het zo gepiept, de andere keer moest je de hulp inroepen, van Ome Henk Ammerlaan, alwaar je meestal, ondanks de protesten van zijn vrouw, Zelfs Zaterdagsavond na tienen kon je bij hem terecht, ingeval, dat je het zelfs niet kon reparen. Ook Gerrit Bontekoe assisteerde mij, indien noodzakelijk. Ja er stond voor hen nauwelijks een vergoeding tegenover, bij Ome Henk Ammerlaan kon je veel voorelkaar krijgen voor enkele ¨Golden Oogst ¨sigaren. Dat zij er niet meer zijn, is een natuurlijke weg , echter zij waren voor mij onmisbare personen in mijn fietscarriere, Dat zelfde Gaat uiteraard ook voor John Krijnen, echter wat wel opvalt op de foto, is dat de aanvankelijk magere kerel, John Krijnen enorm in omvang is toegenomen. Ik denk dat hij met zeer veel plezier van zijn hobby zijn werk had gemaakt, en de financieele vergoeding navernant. Dat het hem goed gaat is fijn te horen, en hoop dan ook dat hij nog vele jaren bij het wielrennen betrokken te zijn, zeker weten en groet hem vanuit Tenerife, alwaar het fijn toeven is. Theo ten Dam.

Geplaatst door Theo ten Dam, 28 januari 2013 16:02:22

Een beetje fout?

Boven het krakkemikkige pand van de wielerzaak van Willem Metz had John Krijnen een verdieping in gebruik in de tijd hij mecanicien van Caballero was. Regelmatig kwamen wij renners even bij hem buurten. Zomaar lekker ouwehoeren over de koers. Ook staken soms wel een handje toe bij het reinigen van fietsonderdelen. Midden in de huiskamer stond de teil gevuld met stookolie waar pignonnen en losse tandwielen in werden gereinigd. In het bovenhuis aan de overkant van het smalle straatje woonden twee mooie meiden. Hun moeder was altijd thuis, maar door ziekte bedlegerig. Velen van ons hebben geprobeerd om een van de twee meiden te versieren, maar slecht enkelen hebben hun voetje tussen de deur gekregen. Als die dan weer terug rond de teil met stookolie zaten mochten wij meegenieten van hun pikante verhalen. Johnny Krijnen zat erbij en genoot er zichtbaar van en buiten het pand hield hij zijn mondje, daar kon je zeker van zijn.

Ik zal eerlijk zijn velen zullen mij kennen als een serieuze renner die alles over had voor zijn sport. Ik was pas laat seksueel actief. Jarenlang is mij voorgehouden dat de racefiets voor het meisje ging. Mensen als Gé Peters en Willem Metz hebben het me gezegd en ik geloofde het in de volle overtuiging dat het mij zou helpen een goede wielrenner te worden.
Dus deed ik uit principe nooit mee met de versiertoer. Toen ik me een keer liet gaan en het me lukte een afspraakje met een "schone" te maken voelde het eerst als een overwinning, maar daarna als deceptie. Die avond zal het meisje, nu oma, wel nooit zijn vergeten, want nog voor het “moment suprême” nam ik haastig afscheid en zette haar op de bus naar huis.
Nog dezelfde week vertelde ik mijn verhaal rond de teil met stookolie. Iedereen lachte me uit behalve John. Weet je wat mij is overkomen van de week? Reageerde Johnny: Je kent die griet van twee huizen naast ons wel? Ja, dat was de dochter van "Appeltje" de voddenboer. Ze had al wel een kind, maar was nog single!
Nou, ik maak wel eens een leuke opmerking naar haar, zomaar zonder foute bedoelingen en zij op haar beurt flirt wel eens terug. Een paar dagen geleden zag ik haar weer, en ik maakte een opmerking. Ze sprong als door een adder gebeten al schreeuwend op mij af. "vuile viezerik die je d'r bent! Het met mij willen aanleggen terwijl je getrouwd bent en een hok met koters hebt. Vuilak!
Johnny heeft nog alle zeilen bij moeten zetten om de dochter van "Appeltje" te overtuigen dat hij helemaal geen foute vent was.

Geplaatst door Jan v d Horst, 28 januari 2013 17:53:20

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web