ad ad ad ad

Uit de ordners van Jan …

“Zo maar een rijtje namen: Jan Liber, Jacques Veltman, Jan Hoven, Jan Cottaar, Frans Oudejans, Evert van Mokum, Mr. Jan Veenhoven, George Hogenkamp, Bob Spaak, Frits van Griensven, Gerard Sillen en Jan Cornelisse. Een illuster gezelschap waarvan de leden in 1952 één ding gemeen hadden, ze waren allemaal medewerker of redacteur van het blad Wielersport. De redactie was toen al gevestigd aan de Elandsgracht 37 in Amsterdam Centrum. Op dat adres zit nu een beautysalon en een bodycare- en bruiningscentrum, waar waarschijnlijk geen spoor meer is te vinden van ... 
... de 33 jaar wielerhistorie die in dat pand met inkt op papier is gedrukt. Zoals bekend kwam er eind 1985 door faillissement een eind aan het blaadje Wielersport.  
Rooie Toon
Dit is de voor de cover van nummer 39 van de eerste jaargang, verschenen op 4 december 1952 en de lezer moest er 35 cent voor neertellen om het in bezit te krijgen. Met zestien pagina’s was het maar een dun blaadje maar wat mocht je ook verwachten voor een kwartje en een dubbeltje. Trouwens voor een rijksdaalder had je al een kwartaalabonnement met tien nummers. Goeie ouwe tijd. Op de cover staat een foto van een internationale koppelwedstrijd in Zürich die werd gewonnen door het Zwitserse koningskoppel Von Büren en Koblet voor het Nederlandse keizerkoppel Schulte-Peters. Onder de foto staat een advertentie van JOCO Sport- en Racerijwielen uit Amsterdam. Zij hebben dit seizoen bewezen, producten van grote accuratesse en vakmanschap te zijn, staat er in. Prachtig toch. Op www.rijwiel.net lees ik dat Matheus Antonius de Jonge – beter bekend als Rooie Toon - in 1919 de oprichter van Joco was, eerst als rijwielzaak en vanaf 1924 ook als rijwielfabriek. De bedrijfsnaam was officieel M.A. de Jonge & Co, kortweg JOCO. 
Bisschoppelijke zegen
De roomskatholieke kerk was in die tijd nog heel belangrijk in de wielersport, vooral in de zuidelijke provincies. Regelmatig gingen renners voorafgaand aan een grote koers naar de kerk of mochten ze op audiëntie bij de Paus. In dit nummer schreef Gerard Sillen over de jaarlijkse zegening door monseigneur Lemmens, de toenmalige bisschop van Roermond, van 150 Limburgse renners en hun racefietsen. Daarbij waren onbekende nieuwelingen, sterke amateurs maar ook de kopstukken van die tijd als Jan Nolten, Jefke Janssen, Hub Vinken, Jean Schweitzer, Piet van den Brekel, Piet Haan en Jan Lambrichs. In rijen van drie – met de rozenkrans in de hand – stond men in de O.L. Vrouwe Kerk aan het Koningsplein te Maastricht alwaar kapelaan Joosten de Heilige Mis opdroeg. Na de Mis sprak de bisschop de renners toe. Hij vergeleek het leven met het rennersvak. Vervolgens ontvingen allen de pauselijke zegen. Buiten werden vervolgens de racefietsen gezegend en ontving iedereen een medaille en een bidprentje.
Met overmacht
Hij stond al op de cover en werd in het binnenwerk ook nog eens gememoreerd in een artikel van Frans Oudejans. Gerrit Schulte, die een maand later zijn 37e verjaardag zou vieren leverde op de baan nog altijd de beste Nederlandse prestaties. Vooral als hij weer eens in een krant was afgeschreven, spoot de adrenaline bij de blonde Bosschenaar naar zijn ziel en ging hij weer als een gek tekeer. Zo won hij in Parijs nog met grote overmacht een omnium, waarbij ook de grote Fausto Coppi kansloos was. Volgens Oudejans ging in 1952 met de zesdaagsen alles naar wens.
Levensgevaarlijk
Op het moment dat hij zijn ode aan Schulte schreef was in West-Berlijn de 37e editie van de zesdaagse aan de gang. Een jubileum-SIX, want het was de honderdste op West-Duitse bodem na de Tweede Wereldoorlog. Wedstrijdleider Paul Buschenhagen was er in geslaagd tal van grote namen te engageren, zoals Roth, Bücher, Koblet en Von Büren. En dat was bijzonder want de baan van het Berlijnse Sportpaleis was zo gevaarlijk dat er reeds drie keer een renner was verongelukt, onder wie een jaar eerder de Nederlander Gerard van Beek. Ook tijdens de Zesdaagse van Berlijn 1952 ging het op de eerste dag al mis. De Australiër Reginald Arnold brak zijn sleutelbeen en een rib en de Duitser Sepp Berger liep een lelijke schouderwond op. Een dag later waren al vier koppels uit de strijd. De Fransman Emile Carrara en de Duitser Heinz Zoll zouden uiteindelijk het evenement winnen.  
Velen zullen de rubriek Wielervaria van Jan Cornelissen nog kennen. Korte nieuwsberichten over het wel en wee van Nederlandse renners. Voorbeeld: ‘Jan Derksen gaat met de wereldkampioen achtervolging Patterson naar diens geboorteland. Op donderdag 18 december stappen de vrienden op Schiphol in een KLM vliegtuig dat hen naar Australië zal brengen, waar zij een tournee zullen beginnen.’ Dat soort berichten tref je tegenwoordig niet meer in Wieler Revue of Wielerland Magazine aan.       
Tot volgende week!”
Jan Houterman
Door Fred van Slogteren, 26 november 2012 10:00

goedkoop?

Voor al diegenen die denken dat 35 cent voor een wielerblad bij de kiosk voor niks was, de mededeling dat ik in 1952 als 13-jarige schooljongen 50 cent zakgeld in de week kreeg. Daar moest ik ook de contributie voor mijn basketballclub van betalen en een kwart flesje melk als ik overbleef op school. Dat was dus auto's wassen of een krantenwijk. Er waren nog nauwelijks auto's bij ons in de straat en voor een krantenwijk gold een wachtlijst van honderd wachtenden voor je. Dat was die goeie ouwe tijd voor kinderen. We waren wel redelijk tevreden met wat we hadden, hoewel het wel ietsje meer had mogen zijn. Wat niet wil zeggen dat ik de tegenwoordige jongeren benijd. Groet! Fred

Geplaatst door Fred, 26 november 2012 12:04:10

Ach Fred...

Vergelijken heeft totaal geen zin. Ik wilde begin jaren zestig zó graag wielrennen, was dertien en had helemáál geen zakgeld. Kwam uit een 'knoert' van een gezin, dus geld was zeer schaars bij ons. Pa had daarnaast met geen enkele sport iets op, dus een mogelijke carrière lijkt dan niet in het verschiet te liggen. Toch via een zwager, een racefiets kunnen kopen, en enige jaren mee kunnen 'kachelen'. Toen ik Amateur moest worden, was de financiële toestand niet echt veel beter geworden. Dus de racefiets maar aan de overbekende wilgen gehangen.
Ben de sport als dusdanig wel altijd trouw gebleven, en kijk nog altijd met voldoening terug op de jaren dat ik mijn koersjes kon rijden. Ondanks het gebrek aan de zo nodige pegeltjes...

Geplaatst door Gerrie Hulsing, 26 november 2012 12:44:23

Vroeger

Zijn vroeger alle renners niet zo begonnen? Grote gezinnen en geen geld voor een fiets.

Ik heb ooit het verhaal gelezen van Keesje Haast. Zijn ouders hadden een boerderij met o.a. varkens. Er was een big bij die niet goed "opkwam" en klein bleef. Die kreeg Keesje met de mededeling: "kijk maar wat je ervan maakt". Kees moest ook melk wegbrengen en elke dag bleef er wel wat melk over voor zijn big, die binnen een aantal maanden uitgroeide tot een groot varken. Van de opbrengst van het varken heeft hij zijn eerste koersfiets gekocht.

Geplaatst door William van Peer, 26 november 2012 13:38:19

Vroeger

http://wielersport.slogblog.nl/post/1/3993

Geplaatst door Jan v d Horst, 26 november 2012 14:17:38

Vroeger

Geweldig stukje Jan.
Wat ik er met name aardig aan vond, was dat ik er deels een rode draad in zag. De reactie van je ouders, gelijk de mijne!
Mijn eerste fiets moest in 1963, 100 piek kosten. Ik durfde dat bedrag niet eens tegen mijn moeder uit te spreken. Heb in ieder eval wel besloten om mijn 'carrière' eens in boekvorm te gieten. Gewoon om vele anderen eens te laten zien dat niet alles altijd maar vanzelfsprekend is.

Geplaatst door Gerrie Hulsing, 26 november 2012 15:45:13

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web