... vluchten, toen we net over de Tsjechische grens uitstapten, onze fietsen in ontvangst namen om eerder dan gepland met onze fietsvakantie te beginnen. Waar we precies waren, wisten we maar half, maar als je een rivier volgt kom je altijd ergens uit, leert de ervaring.
AJAX en Stybar
Tot onze verrassing was onze eerste pleisterplaats een stadje met de vreedzaam klinkende naam Terrezin, een voormalig fort dat in het Duits bekend is als Theresienstadt. Een beruchte naam uit de Tweede Wereldoorlog vanwege het daar gevestigde concentratiekamp. Hoewel geen vernietigingskamp, maar een doorgangslager zijn daar toch 33.000 joden aan hun eind gekomen. Dat hoorden we althans de volgende dag tijdens een bezoek aan het plaatselijke ghettomuseum. Het was een treurige omgeving met overal vervallen industriegebouwen en een penetrante stank van bruinkool. De gids die ons rondleidde had geen last van die somberheid, want toen hij er achter kwam dat we Hollanders waren begon hij direct over AJAX. Nadat we hadden duidelijk gemaakt dat we meer van de wielersport waren, werd hij nog enthousiaster en begon over Zdenek Stybar. Ik probeerde van de man af te komen, maar hij raaskalde verder zonder onderbreking. Dik nam het mij kwalijk dat ik niet gewoon was doorgelopen en daarom was het ijzingwekkend stil toen we in ons tentje – de ene kwaad en de ander verongelijkt - het avondeten nuttigden.
Dikke schommel
Onze stemming klaarde pas op toen we de volgende dag door de vrije natuur fietsten in een decor van prachtige gele koolzaadvelden, afgewisseld met bossen die overal worden doorkruist door spoorrails. Voor mij zeer herkenbaar, want in de jaren zestig toen ik met onder andere Piet Deenen, Jan Serpenti, Hans Hesen, en Peter Heijnig in ditzelfde gebied koerste, was het niet anders. Toen op een ranke racefiets zonder ballast en nu op een volgeladen pakezel met trappers, heuvel op en heuvel af. Ik voelde het verschil nauwelijks, want in de eerste plaats waren we nog fris en in de tweede plaats op weg naar Bratislave, de stad waar ik destijds een date met de wonderschone Eva misliep en dan voel je geen pijn. Dat het mooie meisje van toen door de tand des tijds en een zwaar leven best kon zijn veranderd in een dikke schommel met een versleten jasschort en een tandenloze mond, zoals je nog wel eens in documentaires op TV ziet, realiseerde ik me wel maar wilde het niet geloven.
Schoonmoeder achterop
Voor Dik lag het anders, want die was aan de reis begonnen met de ambitie alle historische en culturele wetenswaardigheden van Tsjechië en Slowakije tot zich te nemen. Hij vindt fietsen heerlijk om te doen, maar het wielrennen volgt hij niet. Hij weet wie Janssen en Zoetemelk zijn, maar daar houdt het wel mee op. Toen er echter die dag bij toeval een ruïne van een Russisch klooster op onze weg lag, kreeg ik tot in detail alles te horen over de bouwstijl, de kloosterorde en wat verder relevant was om te weten. Dat kostte nogal wat tijd en ik maande hem tot spoed omdat we nog de nodige kilometers te gaan hadden. Toen we uren later in het plaatsje aankwamen waar we hoopten een camping te vinden, bleek die echter 30 kilometer verder te liggen en dus was het andermaal heuveltje op en heuveltje af in de hoop dat die camping daar ook echt zou liggen. Het voelde alsof mijn schoonmoeder achterop zat, want ik kwam steeds moeizamer vooruit.
Links of rechts?
Ook Dik zat af te zien als een beest, maar ons hart veerde op toen we een bordje Camping tegenkwamen op de kruising van twee wegen met zowel een pijl naar links, als één naar rechts. Twee campings dus. Dik wilde als sympathisant van het communisme uiteraard naar links, terwijl mijn voorkeur precies tegengesteld was. Ik zette mijn zin door en Dik volgde lichtelijk mopperend mijn spoor. Prompt moesten we weer een heuvel op van 12 procent om er even later achter te komen dat die camping al twee jaar niet meer bestond. Dezelfde weg terug en op de splitsing alsnog naar links waar we uiteindelijk opgebrand bij een terrein aankwamen waarop wat blokhutten stonden. Je kon er je kont niet in keren, maar daar stond tegenover dat we ook geen tentje hoefden op te zetten. Iets te eten was er niet, dus moesten we op de tweede dag al onze noodvoorraad met hoofdzakelijk zoetigheid aanspreken. De andere campinggasten keken ons niet aan, draaiden hun hoofd om en meden ieder contact. We vonden dat vreemd, maar kwamen er later achter dat we voor Duitsers werden aangezien, reden waarom ik de verdere reis met een, van mijn vriend Henk Vogels gekregen, petje met de Australische kleuren rondreed en verdomd: dat hielp.
Verandering van plan
In de stad Tabor ontdekten we dat de communicatie daar veel makkelijker ging. Vooral met jongeren, die veelal iets van Engels spraken. Na een bezoek aan een museum op het stadsplein kregen we contact met een groep hasjrokende studenten. Ze wilden allemaal met ons op de foto en riepen in koor dat Amsterdam O.K is. We waren toen al een aantal dagen onderweg, maar door de culturele belangstelling van mijn reisgenoot nog niet veel opgeschoten. Ik begon te vrezen dat we nooit mijn reisdoel Bratislava, de hoofdstad van Slowakije, zouden bereiken als we zo doorgingen. Tijdens de maaltijd met worst, spek en veel bier liet ik Dik weten dat ik daar niet per se naar toe hoefde en we besloten verder maar doelloos te gaan zwerven.
Een beetje laf natuurlijk, maar misschien vreesde ik toch te veel met een oud en onaantrekkelijk schepsel te worden geconfronteerd en die tandeloze mond werd in mijn fantasie steeds groter en leger. Het weer was waardeloos en in mijn slaapzak weggekropen pinkte ik heimelijk een traantje weg. Het kan ook een regendruppel zijn geweest, want ons tentje bleek niet bestand te zijn tegen de plensbuien die onophoudelijk op ons neerdaalden.
Volgende week het tweede en laatste deel.
Tot volgende week!"
Jan van der Horst
AARZEL NIET EN MELD JE AAN VOOR HET SLOGBLOG TOURSPEL 2012!
DES TE MEER DEELNEMERS, DES TE MEER SPANNING!