
“Vandaag is het Bevrijdingsdag en gisteren werden tijdens de jaarlijkse herdenking de slachtoffers van het nazisme herdacht. Het deed me denken aan de struikelsteen die ik onlangs in het centrum van Gouda in het plaveisel zag liggen. Ik had erover gehoord, maar er nooit een eerder gezien. De struikelsteen is een project van de Duitse kunstenaar Günther Demnig, die het initiatief heeft genomen dergelijke Stolpersteine te leggen op plaatsen waar vroeger slachtoffers van het ...
... nationaal-socialisme hebben gewoond. Aan het einde van 2011 waren er circa 32.000 gelegd, en wel op zevenhonderd plaatsen in diverse Europese landen.
In Keulen
‘Een mens is pas vergeten als zijn naam vergeten is’, zegt Demnig. Daarom komt de naam van het slachtoffer steeds op een klein plaatje van messing te staan met enkele relevante gegevens in een vaste opmaak. De Duitse wielrenner Albert Richter wordt met zo’n struikelsteen herdacht in de Sömmeringstrasse in Keulen-Ehrenfeld. Omdat het huis waarin hij opgroeide niet meer bestaat is vlakbij het oorspronkelijk nummer 72 de steen met de naam Albert Richter gelegd. in aanwezigheid van leden van diverse Keulse wielerclubs.
Violist
Albert Richter werd in 1912 geboren. Zijn vader zag in hem een violist en net als zijn twee broers leerde hij al vroeg een muziekinstrument bespelen. Keulen was in de jaren twintig en dertig het centrum van de Duitse wielersport en het baanrennen was er erg geliefd. Zeer tegen de zin van zijn vader nam de jonge Albert deel aan wielerwedstrijden en toen hij daarbij eens zijn sleutelbeen brak, kwam het tot een heftige botsing. Hij zette echter door en won als 19-jarige al de Grand Prix de Paris.
Achtzylinder
Deelname aan de Olympische Spelen in 1932 in Los Angelos ging niet door omdat de Duitse wielerbond dat niet kon financieren en hem vergat (?) in te schrijven. Het was een dramatische tijd met een gigantische inflatie en een grote werkloosheid. Ook Albert had geen werk, maar nadat hij als amateur tot ieders verrassing wereldkampioen sprint was geworden en zich de bijnaam Achtzylinder had verworven, hoopte hij als beroepsrenner het geld te verdienen om zijn familie te ondersteunen, die vanwege die massale werkloosheid in grote armoede leefde.
De Drie Musketiers
Albert Richter liet zich in het profwereldje begeleiden door Ernst Berliner, een joodse manager. De twee trokken naar Parijs, toentertijd het mekka van het internationale baanwielrennen. Richter reed veel in het buitenland, omdat hij in eigen land weinig concurrentie had en de zesdaagsen er verboden waren. Omdat hij het Frans snel machtig was raakte hij bevriend met enkele van de andere renners met wie hij een rondreizende sprintelite vormde. Zo waren de Belg Jef Poeske Scherens, in die tijd bijna onverslaanbaar, en de Fransman Louis Toto Gérardin goede vrienden en dit trio stond bekend als De Drie Musketiers.
Misdadigersbende
In 1934 weigerde Richter bij het WK tijdens de ceremonie protocollaire de Hitler-groet te brengen. Voor zijn buitenlandse collega´s was dat geen verrassing, want die wisten dat Albert al heel vroeg fel gekant was tegen Hitler en zijn trawanten en over een misdadigersbende sprak als hij de nazi´s bedoelde. Bij internationale wedstrijden trad hij dan ook aan in het shirt met een adelaar erop, in plaats van een hakenkruis. Door deze eigenzinnige en principiële houding viel hij al snel in ongenade bij de Duitse machthebbers, die de door Europa trekkende renners van deviezensmokkel verdachten. Profs moesten in die tijd al hun verdiende geld afstaan en die maatregel werd waar mogelijk ontdoken.
Op de vlucht
In september 1939 brak de Tweede Wereldoorlog uit toen Hitler met zijn legers Polen binnenviel. Berliner was toen al, zoals zoveel Duitse joden, naar ons land gevlucht. Richter besloot naar Zwitserland uit te wijken om niet als soldaat naar het front gestuurd te worden. Op oudejaarsdag 1939 verliet hij Keulen om per trein naar het neutrale Alpenland te reizen. In de banden van zijn fiets had hij een aanzienlijk bedrag aan Reichsmarken verstopt. Dat geld behoorde een reeds gevluchte joodse Keulenaar toe en Richter had beloofd het voor hem mee te nemen. Bij een grenscontrole in Weil am Rhein werd echter bij een controle het geld in de banden ontdekt.
Dood in de kelder
Richter werd in de gevangenis van Lörrach opgesloten. Twee dagen na zijn arrestatie werd hij dood in de kelder van het plaatselijke ziekenhuis gevonden. Volgens de nazi´s had hij zich opgehangen, maar voor de kogelgaten in zijn rug hadden ze geen verklaring. Na de oorlog heeft Berliner nog vergeefs geprobeerd te achterhalen wat zich precies heeft afgespeeld en waarom de grenscontroleurs blijkbaar op de hoogte waren van het gesmokkelde geld in de tubes. Het heeft er alle schijn van dat hij door een of meer Duitse renners is verraden, maar dat viel niet meer te bewijzen.
Dossier gesloten
Scherens heeft later verklaard van Toni Merkens – een andere Duitse sprinter uit die tijd - te hebben vernomen, dat de gevangenbewakers in Lörrach Richter hadden verteld dat op deviezensmokkel nu eenmaal de doodstraf stond, maar dat ze hem de kans zouden bieden te ontsnappen door de poort open te laten. Richter heeft dat geloofd en zou tijdens die ontsnapping in de rug zijn geschoten. De Duitse overheid heeft na de oorlog weinig gedaan de ware toedracht te helpen achterhalen en het dossier is al snel gesloten. Later, in het midden van de negentiger jaren, is Albert Richter alsnog gerehabiliteerd en is onder andere het Keulse wielerstadion naar hem vernoemd.
De journaliste Renate Franz heeft aan de geschiedenis van Albert Richter in 1998 een boek gewijd met de titel: Der Vergessene Weltmeister.
Tot over veertien dagen!”
Jac Zwart



