ad ad ad ad

Het peloton bleef staan……

In dit verhaaltje gaat het over een confrontatie met een jurylid en ik heb meerdere malen in Wielerexpress geageerd tegen het optreden van sommige juryleden ofwel jurybesluiten. Niet omdat ik iets tegen juryleden heb. Integendeel zelfs. Mijn relatie met het jurykorps was – en is – altijd heel goed geweest en dan vooral als dat gebaseerd is op wederzijds respect. Mooie herinneringen roepen willekeurige namen op zoals Jan Ottenhof, Silleman, Bas Goud, John Lakerveld, Wim Zweedijk, George van den Ende, Cor Elswijk, Jan Cornelisse, Luc Reinds, Henk Bruijntjes, Harry van Gestel, Joop Stoop, Stef van den Berghe, Chris Delbressine en talloze andere fijne sportmensen in de diverse nationale districten. Er waren echter ook juryleden – hoewel dat slechts een zeer klein gedeelte was – die niet om konden gaan met de ‘macht van de blauwe blazer’. Zet ... 
... mensen een pet op het hoofd, doe ze een band om de arm, geef ze een bepaalde controlerende functie en bij sommige (!) personen manifesteert zich dan een bijna duivelse gedaanteverandering, omdat zij op dat moment een bepaalde ‘macht’ hebben en daar misbruik van maken.
Braakneigingen
In de Ronde van Bovenkarspel was Dick Beusekamp – destijds een wielervriend van mij – zijn shirt vergeten. Het was in die tijd voor niet gesponsorde renners verplicht om in de clubtrui te rijden. Beusekamp leende een shirt van een renner van een andere club en dat viel in de finale(!) van de koers blijkbaar op bij jurylid Bram Koopmans, toen Beusekamp deel uitmaakte van een kopgroep. Op persoonlijke titel – vernam ik later – sommeerde Koopmans, die een functie had als microfonist, hem om de koers te verlaten. Voor mij een bewijs dat de blauwe blazer bij Bram Koopmans het slechte in hem manifesteerde, want hij had ook gewoon zijn mond kunnen houden. Koopmans was een door vrijwel iedereen hoog geprezen en bejubeld wielermens, maar voor mij was hij sinds deze dag niet meer dan een platvloerse Mokumse praatjesmaker. Jo Oskam (ooit consul van Utrecht) was daar ooit een bijna satanisch voorbeeld van en de bijna traumatische herinneringen daaraan roepen bij mij – en anderen – na meer dan dertig jaar nog braakneigingen op. Gelukkig overheerst het positieve gevoel wanneer ik terugdenk aan mijn contacten met juryleden in blauwe blazer.
Een terzijde van Tim
Over het nu volgende Wielerexpressverhaal schreef Tim Krabbé in de NRC van maart 1983 een zeer uitvoerige recensie waarin onder andere stond:….Wielerexpress is ooit begonnen als een simpele agenda en dat groeide ieder jaar uit met meerdere verhalen. In Jan Zomer voltrekt zich het wonder van het schrijven, waardoor hij de meest lezenswaardige schrijver over wielrennen is die zelf uit het wielrennen voortkomt. Het kost geen enkele moeite om aan te wijzen wat er niet deugt, maar ik zou niet onder woorden kunnen brengen waarom ik hem ademloos lees. De zeggingskracht over een voorval bij de start van de Ronde van Boskoop, die hij als veteraan vorig jaar wilde rijden, is kenmerkend.
Ronde van Boskoop 1982
Het weer is goed en het is een van mijn eerste wedstrijden als veteraan, nadat ik bijna twintig jaar als een simpel amateurtje in het peloton heb meegereden . Samen met plaatsgenoot Cor Leunis gaan we naar Boskoop en we rijden de koers als voorprogramma van een wedstrijd voor beroepsrenners in de Zesdaagse van Rijn en Gouwe. Het is een doordeweekse koers en de vertrouwde stem van Chris Delbressine zorgt voor een goede ambiance. Het valt mij – als ik aan de start sta – op dat één jurylid zijn neus bijna tegen het glas van de jurybus drukt en nadrukkelijk naar mij kijkt. Hij wenkt een ander jurylid en samen bespieden ze mij met onderzoekende blikken. Mijn gedachten zijn bij de naderende start en de daarmee gepaard gaande spanning. Dan ineens zie ik dat het betreffende jurylid uit de bus is gekomen en zich in zijn blauwe blazer diagonaal door het peloton begeeft en mijn richting nadert. Ik hoop dat zijn bijpassende grijze broek daarbij gesigneerd worden met de kettingprofielen van de dicht bij elkaar staande coureurs. Eindelijk heeft hij zich naar mij toe gewurmd. De man, amper ouder dan ik, heeft een sympathiek gelaat en oogt als een jonge vent die in een film wel eens achter de bridgetafel of roulette als anoniem en nietszeggend decor fungeert. 
Verboden reclame
De volgende dialoog ontspint zich. ‘Ben jij Jan Zomer?’. ‘Ja, dat ben ik’. ‘Dan mag jij niet starten, want je fietst (hoewel ik nog stond) met ongeoorloofde reclame op je shirt’. Ik moest even nadenken en realiserende me, kijkend naar zijn priemend wijzende vinger, dat hij de kleine geborduurde lettertjes op mijn shirt bedoelde. Als toelichting even het volgende: Ooit fietste ik samen met nog drie broers en we woonden allemaal nog bij mijn ouders thuis. Omdat we in dezelfde clubshirts reden, was het vaak een puzzel om je eigen shirt weer uit de wasmand te kunnen plukken. Omdat ik lichtelijk allergisch ben voor mogelijk achtergebleven lichaamsgeurtjes van mijn broers, wilde ik vermijden dat ik niet in mijn eigen shirt zou koersen en om die reden borduurde mijn moeder destijds met kleine lettertjes mijn naam op het shirt. Ook toen wij allen (ik overigens als laatste) het ouderlijk huis hadden verlaten, hield ik deze traditie als een vorm van nostalgie in ere en om die reden stond mijn naam op het shirt waarmee ik aan de start verscheen in de Ronde van Boskoop. 
Griezelige arrogantie
‘Wie heeft deze naam goedgekeurd’, is de vraag van het jurylid. Ik besef dat hij mijn naam nog steeds ziet als een vorm van reclame die moet voldoen aan bepaalde keuringseisen, maar mijn antwoord luidt ‘de burgerlijke stand’. De man kan mijn humor niet waarderen en wijst er nogmaals op dat hij mij een startverbod geeft en als alternatief geeft hij mij in overweging om het shirt binnenstebuiten te keren. Ik ben niet van plan om als clown te gaan rondrijden en wijs hem erop dat het volgens het KNWU reglement verboden is om met afgedekte niet goedgekeurde reclame te rijden. Dus als ik mijn shirt omdraai is de volgens hem verboden reclame afgedekt – wat niet is toegestaan – door binnenzijde van mijn shirt. Hij luistert niet en is alleen maar bezig met zijn eigen ego en zijn wapperende hand naar de lege straat achter het peloton als signaal dat ik moet verdwijnen, getuigt van een griezelige arrogantie. Daar sta je dan als volwassen renner die in alle haast uit zijn werk naar Boskoop is gegaan om sport te bedrijven en dan staat zo’n blauwe blazer je daar te vernederen. 
Kettingsmeer op jurybroek
Een bijna agressieve drift borrelt in mij op en ik negeer de man die voor mijn fiets staat in zijn KNWU blazer en grijze broek. Ik rommel wat met mijn fiets en mompel enkele niet of nauwelijks hoorbare verwensingen. Daarbij schuif ik nerveus maar bewust mijn fiets heen en weer en zie dat mijn goed gesmeerde ketting een prachtig patroon achterlaat op zijn grijze broek. De man bemerkt het niet, maar ik geniet heimelijk en schuif nogmaals mijn fiets heen en weer. Er ontstaat rumoer om mij heen en sommige veteranen laten blijken dat zij deze man als een ongewenste indringer in het veteranenpeloton beschouwen. Ik wil de situatie niet laten escaleren en wil vermijden dat het waas dat langzaam voor mijn ogen komt, resulteert in bepaalde verbale verwensingen ofwel grof taalgebruik, want dan heeft deze man een extra reden om mij niet te laten starten. Abrupt draai ik mijn fiets om, waarbij de remgreep op mijn stuur in zijn blauwe blazer blijft haken. Ik geef een paar extra rukken aan mijn stuur en hoop inwendig dat ik de voering van zijn blazer hoor scheuren. De situatie wordt lichtelijk kolderiek als het jurylid door mijn fysieke manoeuvres uit zijn evenwicht raakt, maar uiteindelijk verlaat ik toch het peloton en de man blijft met een triomfantelijke grijns, besmeurde broek en scheef hangende blazer achter. 
De veteranen weigeren te vertrekken
Dan ineens hoor ik enkele renners roepen: ‘Jan, kom terug want we vertrekken niet’. Het peloton heeft blijkbaar in enkele seconden een beslissing genomen en nu ontstaat er een lichtelijk hilarische consternatie op de jurywagen. Chris Delbressine (foto) is inmiddels op de hoogte van de situatie en lost op ludieke wijze zelfstandig het probleem op als hij met bulderende stem door de microfoon zegt: ‘Jantje je vertrekt gewoon en de jury – waar hij overigens ook zelf toe behoorde – moet verder niet zeuren’. Grappig overigens dat Chris mij als veteraan nog de koosnaam Jantje geeft. Ik vertrek en moet me na afloop melden bij de jury.
Geen aantekening
In het gesprek met de jury, blijkt dat zij niet op de hoogte waren van de persoonlijke beslissing van één mede jurylid en dat er verder geen aantekening wordt gemaakt in het juryrapport. Ik geef de heren een hand en het betreffende jurylid en ik kijken elkaar daarbij indringend en zwijgend aan, ik blijf hem aankijken totdat hij de blik afwendt. In zijn ogen lees ik geen negatieve reactie, ergernis, teleurstelling of irritatie. Integendeel zelfs, hij kijkt mij berustend aan en lijkt te beseffen dat de collectieve macht van de bontgekleurde tricots in het veteranenpeloton sterker is gebleken dan de ogenschijnlijke almacht van één individuele blauwe blazer inclusief de met kettingsmeer gesigneerde grijze pantalon. 
De vraag die blijft
’s Avonds thuisgekomen vertel ik het relaas aan mijn vrouw, maar die luistert amper naar mijn gewauwel en is al weer bezig met de zorgen van de andere dag met twee opgroeiende kinderen. Toch blijf ik worstelen met de vraag of deze man nou gewoon ‘een aardige vent was’, want zo kwam hij in feite toch op mij over, die niet kon omgaan met het misplaatste gevoel van macht dat de blauwe blazer hem gaf. Op deze aan mijzelf geplaatste vraag, vind ik geen passend antwoord, maar ik trek wel de conclusie dat een blauwe blazer – of welk uniform of gezagsymbool dan ook – in staat is om sommige mensen boven en uit zichzelf te doen treden of stijgen. Dat kan een positief effect hebben, maar in dit geval signaleerde ik dit als een negatief randverschijnsel. 
Tot volgende week!
 
Jan Zomer 
Dit verhaal is eerder gepubliceerd in de Wielerexpress jaargang 1983
Foto: © Cor Vos
  

Door Fred van Slogteren, 4 maart 2012 12:00

Machtwellust

...óf Jan Zomer heeft een selectief geheugen, óf is met het schrijden der jaren milder geworden. Want om 'mooie herinneringen' te hebben aan jurylid Jan Silleman gaat er bij mij niet in. Silleman was dus de handlanger van Koopmans. Zelden in mijn leven zo'n, op macht belust kereltje, meegemaakt. Ik had sowieso mijn donker bruine vermoedens over het geestelijk niveau van sommigen van hen...

Geplaatst door André Stuyfersant, 04 maart 2012 14:40:16

juryperikelen

Ik vraag me oprecht af welke renner nu en/of in het verleden niet eens "hommeles" met het KNWU jurykorps heeft gehad. Hier op dit blog heb ik in een reactie heb ik al eens gemeld over een boete voor ongeoorloofde reclame die ik kreeg voor een stickertje van een Chiquita banaan die ik op de klep van mijn achterstevoren onder mijn helm droeg. En over de boetes van maar liefst 25 gulden die je kreeg in geval dat je een "dubbel contract" pleegde. Omdat je als mindere coureur (zoals ik ;-))overal in de buurt maar inschreef waar je maar kon, omdat je in 9 van de 10 gevallen je kaart terugkreeg met de vermelding "VOL". Ja... mocht je eventueel op de dag van de koers met die kaart heel misschien nog rijden als er afmelders waren. Tot overmaat van ramp werd je nog eens publiekelijk aan de schandpaal genageld in de "Wielersport", waar ze een speciale rubriek hadden voor ons "zondaars".
Of de boete die me werd beloofd als ik zou starten in de cyclocross van Son en Breugel in ik meen 1980 of 1981. Als net naar Den Haag verhuisde Brabander op bezoek bij mijn familie in het Brabantse, had ik afgesproken met mijn broer (ik reed bij de liefhebbers, hij bij de amateurs, onze pa was in het bestuur van TML Geldrop destijds) om er een gezellig wieler-familie-dagje van te maken. We zaten al onder de smurrie bij het inrijden. Leuk parcours weet ik nog, inclusief hindernissen in de plaatselijke manege. Enfin de koers zou gaan starten en werd mijn naam afgeroepen om me te melden dat ik me naar de jurywagen moest begeven. Waarom ik dacht dat ik hier mocht starten. Met het schaamrood op de kaken, "omdat ik mijn kaart had teruggekregen, meneer". Ja... maar vandaag is in het district Zuid Holland I in (ik meen) Nieuwkoop, en dáár moet jij starten, en zeker niet hier.Toch nog voorzichtig een hele discussie proberend waarom ik dan toch mijn kaart om wél te mogen starten had teruggekregen. Ja, dat had nooit mogen gebeuren. Maar toch werd me een boete van 25 gulden (dat was schijnbaar het standaard KNWU tarief) in het vooruitzicht gesteld. Ik had echt toch uit pure nijd willen starten, maar 25 gulden... daar kocht je een nieuwe tube voor....

Geplaatst door MarcoV, 06 maart 2012 00:00:07

Jurycorps

Als jong ventje ging ik jaarlijks naar het Zuiderpark, alwaar ieder jaar ik dacht vanaf 1948 het Haags Vacantie Comité de wielerronde van Het Zuiderpark organiseerde,i.s.m. de Haagse wielerclubs met renners als de Gebr. Tinus en Jan Kettenis, Cas Mooiman, Theo Houeman en broer Wim, Rinus van Rijn, Andre de Korver uit het Rotterdamse, Gebr.Frans en Piet Versluis uit Waddinxveen en vele andere behoorden toen tot het deelnemersveld, ik genoot toen al van deze facinerende sport, echter niet wetende dat ik jaren later ook deelnemer werd van het peleton, maar dat is wel gebeurd, in die Ronde van het Zuiderpark was altijd als speaker aangesteld de Heer Louis Didier, die als hij aan het woord wilde komen altijd een fluitend geluid liet horen, indien de muziek op moest houdem en hij aan het woord wilde, Ja Louis Didier was als oudcoureur van de jaren 1920 - 1940 omgevormd als speaker bij het toenmalige Jurycorps, onder leiding van De Heer Meijer en later de Heer Willem Krens als Consul van Zuid-Holland, dit is mij altijd bij gebleven, in mijn wielercarriere was George van der Ende , als opvolger van Chris Delbressine, een zeer goed speaker, hetgeen Rob ten Hage , maar kort, en Jan in t Veld gedurende vele jaren,de criteriums in de regio den Haag en Westland van commentaar voorzag. ik ben al deze personen dankbaar dat zij de wielersport dienden en een goed hart toe droegen!, ik groet U uit een vandaag warm Tenerife. Theo ten Dam.

Geplaatst door Theo ten Dam, 16 maart 2012 16:17:42

Jan Ottenhof is mijn opa

Geplaatst door zilpa, 17 juli 2013 18:16:10

Leden van de jury....

Ik fietste minimaal 52 wedstrijden per jaar en dat vele jaren lang.
In al die jaren en al die wedstrijden heb ik nooit, let wel, nooit enig probleem met welk jurylid dan ook gehad.
En ik was bepaald geen "brave Hendrik".
Het enige waar ik wel altijd op lette, was dat er niets was waar welk jurylid dan ook aanmerkingen op kon maken.
Kwestie van je zaakjes op en in orde hebben.

Geplaatst door Bert Visser, 15 november 2013 11:29:41

geen kwaad woord

Geen kwaad woord over Jan Ottenhof en wereld kerel recht door zee daar hou ik wel van.

Je hoefde hem nooit te Flikken dat vergat hij nooit meer.

Geplaatst door Chris Kipping, 16 november 2013 10:51:53

Waaier weg kwijt

Het was volgens mij de 2e rit in Olympias ronde toen het volgende gebeurde.Wind peleton op het kantje en er ontstonden 4 a 5 waaiers. Ondergetekende zat in de 2e waaier op een meter of honderd van de 1e. De 3e etc zaten veel verder naar achteren en in de 3e zat de Oranjetrui drager. Bepaald moment komt de 3e waaier van de linker kant naar ons toegereden, ze waren verkeerd en korter gereden. Op dat moment besloot de wedstrijdleiding dat de renners uit de 2e waaier door mochten fietsen en de derde waaier moest even wachten. Ik reed met de jongens van de 2 e waaier door maar op dat moment kwam de heer Koopmans naast mij rijden en sommeerde dat ik bij de derde waaier moest wachten. Ik legde hem uit dat ik bij de 2e waaier zat en wilde gewoon doorrijden. Dat was tegen het zere been, welke weet ik niet, maar ik werd helaas knap hard door de heer Koopmans op mijn hoofd geslagen met de rode vlag die hij bijna altijd in zijn handen had. Ik moest terug anders mocht ik de wedstrijd verlaten. Ik naar de derde waaier en mede door mijn aanwezigheid was het geen probleem meer voor de derde waaier om snel bij te komen bij de 2e en 1e. Bij het avondeten kwam mijn ploegleider naar mij toe dat er een hoop heibel was met journalisten en de heer Koopmans over het voorval die uitleg wilden hebben. Hij zei ik heb Piet niet geslagen. Ik bevestigde aan mijn ploegleider dat ik wel degelijk hard geslagen was en dat meerdere keren maar ik zei tegen hem U bent de ploegleider dus U regelt het maar. Liep voor de heer Koopmans goed af dus je zou denken niets meer aan de hand. Het jaar daarop staat het rennersveld in Amsterdam klaar om te vertrekken en ik moest helaas heel erg dringend
een plas plegen. Diverse renners stonden tussen de groep even snel het probleem op te lossen maar de heer Koopmans kwam naar mij toe en zei dat kan niet Piet dat is een boete. 25 gulden . Bij mijn opmerking dat er verschillende renners het zelfde deden kreeg ik als antwoord heb ik niks mee te maken. Dit is zomaar een verhaaltje over een Jurylid(wedstrijdleider) en een renner.

Zonder rancune schrijf ik dit, maar wel vreemd dat bij het lezen van bovenstaande berichtjes dit gelijk uit de grijze massa naar voren komt.

Geplaatst door Piet Kettenis, 17 november 2013 12:42:09

Piet Kettenis

Ik vind het helemaal niet vreemd dat deze ervaringen uit jouw grijze massa te voorschijn komen Pieterman.
Jij hebt - en zo te lezen terecht - de manier waarop Koopmans met je omging als onrechtvaardig ervaren. En aangedaan onrecht verdwijnt niet zomaar uit de menselijke geest. En uit ervaring weet ik dat niets menselijks jouw vreemd is.

Hartelijke groet,

Bert Visser

Geplaatst door Bert Visser, 17 november 2013 21:15:34

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web