ad ad ad ad

Van de smalle bandjes naar de gladde ijzers …

“Waar de Nederlandse schaatsers al jarenlang internationaal het ene succes op het andere stapelen, daar hopen we al jaren dat Nederlandse renners weer die successen aaneen gaan rijgen die we in de jaren zeventig en tachtig vanzelfsprekend vonden. Er is veel talent, maar voorlopig dateert de laatste door een landgenoot gedragen gele trui al weer van 1989; mochten we in 1985 de laatste Nederlandse wereldkampioen bejubelen en staan we qua etappezeges in de Tour de France al weer zeven jaar droog. Voor verslaggevers die beide sporten van commentaar voorzien moet het voelen als ... 
... twee volstrekt andere werelden, waarbij niet vergeten mag worden dat het langebaanschaatsen internationaal een kleine sport is, terwijl het wielrennen tegenwoordig over de hele wereld wordt beoefend en er in de laatste Tour de France renners met 29 verschillende nationaliteiten aan de start stonden.
Wieler- en schaatsverslaggevers
Ik tel vier Nederlandse verslaggevers die in de loop der jaren zowel het schaatsen als het wielrennen voor de vaderlandse TV hebben verslagen. Lang geleden al weer waren dat de legendarische Theo Koomen en Heinze Bakker en nog steeds actief zijn Mart Smeets en Herbert Dijkstra. Er is er echter maar één van die vier heren, die beide sporten op een acceptabel niveau heeft beoefend en dat is Dijkstra. De op 13 juli 1966 geboren Drenth was zowel een goede langebaanschaatser als een talentvol wielrenner en hij heeft ons land in de jaren tachtig zowel op de Olympische Zomer- als Winterspelen vertegenwoordigd. En nog wel in hetzelfde jaar, want in 1988 droeg hij het Olympisch kostuum eerst in het winterse Galgary en een dik half jaar later in het warme Seoul. De man heeft dus enig recht van spreken als hij het commentaarhok betreedt, of dat nu in een bloedhete aankomstplaats in de Tour de France is of hoog boven de ijsvloer van Thialf of een ander ijsstadion op dit ondermaanse. 
De eerste internationale ervaringen
Na wat prille vingeroefeningen in het judo en als zwemmer in welke sporten hij overigens Drents kampioen is geweest, bekeerde de jonge Dijkstra zich – geïnspireerd door provinciegenoot en idool Piet Kleine – tot zowel het schaatsen als het wielrennen. Ook in die sporten schopte hij het tot kampioen van zijn provincie, maar ook landelijk en internationaal deed hij al snel van zich spreken. Als junior-schaatser domineerde hij zijn provinciegenoten Gerard Kemkers en Gert Jakobs en behaalde podiumplaatsen bij het NK voor D-, C- en B-junioren. Zijn selectie in 1985 voor het WK Allround voor junioren in het Noorse Røros ervoer hij als een hoogtepunt. De afsluitende langste afstand haalde hij niet, maar latere wereldkampioenen als Eric Flaim en Roberto Sighel deden dat evenmin. Onder leiding van Leen Pfrommer bestond de Nederlandse ploeg verder uit Gerard Kemkers en Jacques Orie, nu twee topcoaches die hij vanuit zijn huidige positie regelmatig moet becommentariëren. 
Direct in de selectie
Ook als wielrenner timmerde Dijkstra nadrukkelijk aan de weg. Bij zijn overstap naar de amateurs was er direct plaats voor hem in de nationale selectie die onder leiding stond van André Boskamp. De bondscoach regeerde de geselecteerden met straffe hand en hij trok met zijn jongens de hele wereld door om waar dat ook maar kon aan zware wedstrijden mee te doen. Met jonge talenten als Tom Cordes, John Talen, Rob Harmeling, Arjan Jagt en Gerrit de Vries reed Herbert als eerstejaars amateur een volledig internationaal programma, maar voor het WK ploegentijdrit 1986 in Colorado Springs werd hij nog te licht bevonden. Cordes, Talen, Harmeling en De Vries werden wereldkampioen en reserve Herbert Dijkstra mocht slechts in het geluk delen. Met Jan Hendrik Dekker, Rob Kleinsman en Bob Rasenberg werd hij in diezelfde discipline wel tweede bij het WK voor studenten. 
Eerste NK Afstanden
Hij was er inmiddels achter dat hij op de smalle ijzers tekort kwam op de sprintafstanden en er daarom geen toekomst voor hem zat in het Allround schaatsen. Hij stapte over naar het marathonschaatsen en in het najaar van 1987 won hij bij de tradionele seizoensopening in Amsterdam de Jaap Eden Trofee, zijn eerste en enige marathonwedstrijd op kunstijs. Kort daarna werden voor het eerst Nederlandse kampioenschappen gehouden op afstanden, zoals op de Olympische Spelen al veel langer gebruikelijk is. Dijkstra rook zijn kans en keerde terug naar het langebaanschaatsen met als oogmerk zich een ticket te verwerven voor de spelen in Galgary. Met een vijfde plaats op de 5.000 meter en een tweede op de 10 kilometer reed hij zich bij het NK Afstanden van 1987 in de Olympische selectie. Het werd geen teleurstelling, maar met een dertiende plaats op de vijf en een elfde op de tien kilometer bleef de toekomstige TV-verslaggever ver uit de buurt van eremetaal. 
Olympische reserve
Zijn Olympische missie kreeg datzelfde jaar nog een vervolg toen hij als wielrenner voor het onderdeel ploegentijdrit in aanmerking kwam voor uitzending naar de Olympische Zomerspelen van 1988 in het Zuid-Koreaanse Seoul. Daarmee was Herbert Dijkstra de eerste en enige Nederlandse sporter in de Olympische geschiedenis die in hetzelfde jaar zowel naar de Winter- als de Zomerspelen is uitgezonden. Uitgezonden slechts, want in Seoul behoefde hij niet in actie te komen, omdat hij slechts als reserve werd opgesteld. Maar hij was wel degelijk Olympisch deelnemer die trots heeft meegelopen in zowel het openingsdefilé als de slotceremonie. In Seoul deed hij ook nog een ervaring op die hem de weg zou wijzen naar zijn verdere toekomst. Als verslaggever voor Radio Drenthe deed hij in Zuid-Korea zijn eerste ervaring op als verslaggever.
Dokter Clavan
Nog datzelfde Olympische jaar begon de Drenth aan een opleiding aan de Academie voor Lichamelijke Opvoeding in Amsterdam. Daarnaast bouwde hij zijn topsportcarrière af als marathonschaatser en behaalde hij nog diverse ereplaatsen bij het NK marathon, het KNSB Cup-klassement en in wedstrijden op natuurijs, zoals de alternatieve Elfstedentocht. Uiteindelijk werd hij sportverslaggever die in het verslaan van wielerwedstrijden de kijkers mag wijzen op de soms opflikkerende lichtpuntjes die op toekomstige Nederlandse wielersuccessen kunnen wijzen, terwijl hij als schaatscommentator – naar ik mag hopen - naar wat meer buitenlandse concurrentie verlangt om de strijd aan te gaan met de vooral bij de mannen vaderlandse dominantie. In dat zwart-wit spel van hoop en verwachting is een genuanceerde mening als van een ex-schaatser/wielrenner op zijn plaats. Dat hij daarbij door collega Smeets tot vervelens toe wordt aangekondigd als ervaringsdeskundige dokter Clavan is niet alleen vervelend, maar ook respectloos. Van Kooten & De Bie komen niet meer terug, maar clichémannetjes zijn in de sportjournalistiek van alle tijden.(Foto: © Cor Vos)
IJs en wieler dienende, tot binnenkort!”
Ad van der Linden
De winter zit er bijna op en dit is voorlopig dan ook de laatste bijdrage van Ad van der Linden over schaatsende wielrenners en wielrennende schaatsers. Op zaterdag 10 maart komt hij nog één keer terug met een heel bijzondere aflevering over een man die na een prachtige carrière op de smalle bandjes op zijn (voor een topsporter) oude dag nog een onverwachte schaatsloopbaan aan het realiseren is.

Door Fred van Slogteren, 25 februari 2012 12:00

Geboorte data schaatsende wielrenners

Beste Fred,

I behoor tot een groepje enthiousiaste schaats-statistici, en een van onze bezigheden is het speuren in online archieven, maar ook b.v. facebook. Zo kwam een collega van mij het geboorte datum van Marius Strijbis tegen.
Zelf een fervent schaatser die toen tot de NED subtop behoorde en ooit het werelduurrekord op de schaats bezat. Dit ter inleiding. Het komt erop neer dat mijn collega's en ik wel vaker deze prachtige site zullen bezoeken en daarbij misschien jij om info zullen vragen, mochten wij dat zelf niet kunnen vinden.

mvg, Vincent van Lierop

Geplaatst door Vincent van Lierop, 16 juli 2012 22:30:03

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web