
“Redacteur en uitgever Charles Ruys noemde zijn geesteskind KOERS graag ‘Het Maandblad Van De Pedaalridders’. Deze uitgave verscheen voor de zesde en laatste keer in januari 1983. In zijn voorwoord wond de kleurrijke Ruys er geen doekjes om: ‘In november 1982 was verschijnen onmogelijk door een gebrek aan advertenties, er was sprake van een dood punt op dat gebied. Ondanks dat het blad goed valt bij de lezers en het abonneebestand behoorlijk oploopt, blijven het moeilijke tijden.’ Het zou Ruys niet meer lukken een …
… zevende editie uit te brengen. Wel slaagde hij er in om de wielerliefhebber met deze uitgave 32 pagina’s leesvoer in handen te spelen, waar ze van zullen hebben genoten.
Harry van Gestel
Op de cover staat een prachtige foto van Rein Groenendaal, de crosser die het gewone volk zo aansprak. Het was een verwijzing naar het artikel ‘Hij is niet uit het veld te slaan’. Dat sloeg overigens niet op Groenendaal, maar op KNWU-bestuurder Harry van Gestel, een groot voorvechter van het veldrijden. Deze Eindhovenaar verzamelde destijds een groep mensen om zich heen met als doel Nederland naar meer status te loodsen in deze zware wielerdiscipline. En dat is Van Gestel cs. uiteindelijk gelukt, denk maar aan de wereldtitel van Hennie Stamsnijder in 1981 en de mooie resultaten van Groenendaal en anderen bij wereldkampioenschappen.
Pionier Brinkman
Mannen als Hennie Stamsnijder, Rein Groenendaal en niet te vergeten Kees van der Wereld reden zich begin jaren tachtig regelmatig in de prijzen. En toch stelde Ruys dat de inbreng van Nederland in het veldrijden nogal matig was in vergelijking tot andere wielerdisciplines. ‘Ondanks de inspanningen van Van Gestel en anderen kun je een grote achterstand ten opzichte van het buitenland niet zo maar wegwerken.’ De Rotterdammer Manus Brinkman was in de jaren vijftig een echte pionier in de cyclo cross, zoals de sport toen algemeen werd genoemd. De kennis in ons land over de beste manier van koersen, training en het materiaal was echter beperkt en Manus moest het allemaal van de buitenlandse vedetten afkijken. Daarom was hij jarenlang onze beste man in het veld, hoewel hij er nauwelijks glorie aan beleefde.
Geen belangstelling
Er was in Nederland heel lang zelfs geen nationale titel te behalen in het crossen. De KNWU, de verenigingen en de pers vonden dat gedoe in de modder hooguit curieus, maar toonden verder geen belangstelling. In tegenstelling tot landen als België, Frankrijk, Zwitserland en Italië waar men aldus een geweldige voorsprong kon opbouwen. Tot Harry van Gestel zich er mee ging bemoeien om te ontdekken dat het een lange weg zou zijn om het gat met bovengenoemde landen te dichten.
De familie Sercu
Het artikel Patrick de Grote is een eerbetoon aan Patrick Sercu, die in 1983 afscheid zou nemen van de actieve wielersport. In de Zesdaagse van Rotterdam, die van 14 tot en met 19 januari zou worden gehouden, zou de Belg afscheid nemen van het Nederlandse publiek. Ruys meldde dat Sercu niet uit het wielerwereldje zou verdwijnen maar als coach van de Belgische baanrenners en als technisch leider van de Gentse wielerbaan actief zou blijven. ‘Een kei als deze kunnen we immers niet missen en het wegvallen van de naam Sercu uit de internationale wielerwereld zou een onaanvaardbare zaak zijn’ schreef Ruys. ‘Vader Albert vestigde de familienaam aan de top. Een puike coureur, die eens net naast de regenboogtrui greep door toedoen van Theo Middelkamp. Berten was een topper die vele belangrijke overwinningen boekte. Later was hij de trouwste supporter van Patrick.’
Koningskoppels
Ruys was er trots op dat hij als eerste het koppel Post-Sercu had gelanceerd. Dat gebeurde in 1968 in de eerste naoorlogse Zesdaagse van Rotterdam in de Energiehal. Sercu was een stuk jonger dan Post. ‘Het lukte mij na enkele gesprekken met De Lange dit koppel als grote kop op de affiches aan te trekken. Patrick toonde zich dankbaar en Ruys schreef dat een speciale kleurenfoto waarop Patrick ‘Voor mijn vriend Charles’ had geschreven, de muur van zijn werkkamer sierde. Het koppel Post-Sercu was anno 1983 verleden tijd, maar de Rotterdamse SIX werd dat jaar spectaculair gewonnen door Sercu-Pijnen, een minstens zo grote trekpleister en koningskoppel.
Hulde aan de Belgische pers ...
Tot slot nog een citaat uit de rubriek ‘Op weg en baan’. ‘De pure liefhebber moet alle goden danken dat er Belgische dagbladen bestaan. Immers, daarin wordt alles over de wielersport dagelijks in geuren en kleuren uit de doeken gedaan. Wat dat betreft heb je weinig aan de meeste Nederlandse kranten. De Belgen zijn echter nogal eens slordig met de spelling van namen. Of dat nu aan de journalisten ligt of aan de zetters kan ik niet bepalen. Doet er ook weinig toe.
maar …
Hennie Kuiper, is een eenvoudige naam, maar onze zuiderburen schrijven beurtelings Kuiper, Cuiper, Cuyper, Cuypers of Kuipers. Omdat daar meestal Hennie of Henny voor staat weet je toch wie bedoeld wordt. Met Jan Janssen konden ze ook aardig terecht. Dat was Janssen, Janssens, Jansen, Janse of Jansse. Per dag kon dat veranderen. Dan heb je Jan Raas en Jan Raes, Henk Lubberding of Lubberdinck, Lubberdinckx, Lubberdingx, Lubberdink en Lubberdingen. Onlangs zag ik een hele mooie. In het Belgisch kampioenschap voor studenten werd volgens een Belgische krant ene Rik Deneucker sprintkampioen. Iemand kan zo heten, alles kan, maar ik heb het toch maar even uitgeplozen en inderdaad, mijn vermoeden bleek juist: de nieuwe kampioen heet Jan Deneucker.’
Tot volgende week!”
Jan Houterman



