... verdenkt u mij van kinderlijk bijgeloof, maar als je wanhopig iedere dag op de barometer kijkt en je schaatsen drie keer dag vetvrij maakt, dan ga je vanzelf in hocus pocus geloven.
Kampioen in drie sporten
Dries van Wijhe is een uitzonderlijk mens en hij was op de fiets en op de schaats een absoluut buitenbeentje en bij mijn weten de enige die in drie verschillende sporten kampioen van Nederland is geweest. In 1973 tooide hij zich met het rood-wit-blauw na een verrassende zege in de nationale titelstrijd op de weg bij de amateurs en in 1986 en 1991 won hij het Nederlands kampioenschap marathonschaatsen op natuurijs. Tevens was hij ooit de eerste kampioen van Nederland in het marathonskeeleren. Het op 20 december 1945 geboren natuurmens begon ergens in het midden van de jaren zestig zijn sportcarrière als wielrenner. Al snel toonde hij zich een geducht tegenstander in criteriums en werd hij razend populair bij het publiek vanwege zijn aanvallende manier van rijden en de grappen en grollen waarmee hij zijn aanwezigheid opluisterde. Maar hoe dol hij zich soms ook kon gedragen en uitdrukken op zondag hoefde niemand op Dries te rekenen, want op de Dag des Heren werd er niet gekoerst of geschaatst. No way!
Vijf keer clubkampioen
Dries was in hart en nieren amateur en geld interesseerde hem geen moer. Toch moest-ie leven en daarom werkte hij als knecht op de boerderij van zijn ouders, was hij reserve-postbode als de echte ziek of met vakantie was en verpatste hij de spullen die hij met zijn sportprestaties won. Wat die immateriële instelling betreft leek hij wel wat op streekgenoot Fedor den Hertog, uit het nabijgelegen Ermelo. Ze waren lid van dezelfde wielervereniging en bij het jaarlijkse Nederlandse Clubkampioenschap behaalde De IJsselstreek onder aanvoering van Dries en Fedor vijf maal – waarvan de laatste keer bij de profs - de nationale titel. In 1973 werd Dries voor de derde keer wielerkampioen van Gelderland en verdiende daarmee een startbewijs voor het NK op het zware Cauberg-parcours nabij Valkenburg. Vanaf de tweede van de in totaal 21 ronden was hij in de aanval en kwam hij uiteindelijk op kop met Fedor, ene G. Knetemann, stratenmaker te Amsterdam en de Schicht van IJzendijke, de prachtige bijnaam van de talentrijke Zeeuw Toine van de Bunder.
Sponsor Joop de Uyl
Tegen deze drie topamateurs begon Dries het in de finale moeilijk te krijgen. In de bloedhitte had hij al te veel krachten verspeeld, maar ook de andere drie waren niet fris meer. Zo lukte het ook Fedor niet om als grootste favoriet de concurrentie los te rijden en hij vroeg zijn clubgenoot hem te helpen. Het was de bedoeling dat Dries zou demarreren en dat De Kneet en de Schicht dan wel moesten reageren, waar Fedor dan weer van zou kunnen profiteren. Zo gezegd, zo gedaan, maar toen Dries eenmaal ‘los’ was zorgde de adrenaline voor verse krachten in zijn benen en reed hij als een speer naar de eindstreep, waar Fedor korte tijd later als tweede arriveerde. Op slag was hij in heel Nederland beroemd, niet alleen vanwege die prestatie, maar ook door zijn opvallende confrontatie met de pers. Tegen het journaille zei hij dat hij amateur wilde blijven en ook geen deelname aan het WK ambieerde. Een nieuwe sponsor wilde hij ook niet, want dat was immers Joop den Uyl, die maandelijks zijn bijstandsuitkering overmaakte.
De Kerkbode
Als een volleerde komiek oogstte hij de ene lachsalvo na de andere bij de jongens van de pers en ze schreven allemaal op dat hij zijn eerste fiets had gekocht door een koe van zijn vader te verkopen. Zonder diens medeweten, want Van Wijhe senior telde zijn veestapel toch nooit. Hij breidde er vervolgens een mooie pointe aan met de opmerking dat ze er maar wat van moesten maken, omdat hij het toch niet zou lezen. Thuis waren ze alleen op De Kerkbode geabonneerd en daar zou zeker niks over zijn kampioenschap in staan. Inderdaad selecteerde de KNWU hem niet voor het WK, want Dries had inmiddels zijn toekomstplannen bekendgemaakt. In de winter van 1973 op ’74 zou hij zijn debuut maken als marathonschaatser op de kunstijsbanen. Ondanks gebrek aan ervaring en een abominabele schaatstechiek was De Dolle ook op de gladde ijzers snel in staat resultaten te behalen. Aanvallen was ook hier zijn parool en zijn eerzucht en wilskracht deden de rest.
Schoolvoorbeeld
In 1974 stond hij plots oog in oog met zijn Heiland toen hij tijdens zijn eerste deelname aan een alternatieve Elfstedentocht nabij het Noorse Lillehammer levensgevaarlijk gewond raakte bij een valpartij. Het vlijmscherpe staal van een schaats sneed bijna zijn keel door, maar gelukkig geraakte hij op tijd in het ziekenhuis waar ternauwernood zijn leven werd gered. Het onbezonnen natuurmens was er diep van onder de indruk en buitenlandse wedstrijden op natuurijs waren lange tijd taboe. Nog vele jaren was Dries daarna het schoolvoorbeeld van een fanatieke schaatser/wielrenner. Hoewel al over de dertig bleef hij, meestal op een vast verzetje rijdend, regelmatig criteriums winnen en er ging ook geen winter voorbij zonder dat hij schaatsmarathons op kunstijs op zijn naam schreef. Een groot deel van het publiek bij criteriums en marathons kwam ook speciaal voor hem, want hij was altijd de initiatiefnemer als de strijd moest ontbranden en de man die na afloop als entertainer de gulle lach veroorzaakte.
Sexshop
In 1978 is Dries nog even beroepsrenner geweest, gesponsord door een landelijk opererende sexshop. In de profcriteriums reed hij rustig mee met de renners van de ‘gouden generatie’, die net uit de Tour kwamen en ondanks het strakke regime van Jan Raas behaalde het fenomeen uit Oldebroek nog enkele ereplaatsen. Nog datzelfde jaar keerde hij terug naar de amateurrangen om vervolgens de wieler- en de schaatssport ook nog te gaan combineren met het skeeleren, een nieuwe aan het schaatsen verwante sport die in oostelijk Nederland snel populair werd. Het zal niemand verbazen dat Dries de eerste titelhouder werd in het NK marathonskeeleren. Ook kreeg hij door enkele strenge winters de kans zich op natuurijs te onderscheiden en het marathonschaatsen op bevroren meren en vaarten bleek uiteindelijk zijn grootste specialiteit. Menig klassieker bracht hij in die tijd op zijn naam, zoals de Veluwemeertocht, de Hollandse Venetiëtocht en de marathons op de Ankeveense Plassen, de Rottemeren en in Eernewoude.
Ard Schenk Award
Als er in 1985 na 22 jaar weer een Elfstedentocht kan worden gehouden is Dries ondanks zijn 39 jaar nog steeds één van de grote favorieten. De jonge garde onder aanvoering van Evert van Benthem was hem echter te slim af, want Dries miste de beslissende slag en kwam niet verder dan een tiende plaats. De tocht van 1986 reed hij niet uit door moeilijkheden met het klûnen. Wel won hij dat jaar overtuigend het NK marathonschaatsen op natuurijs. Langzaamaan gingen de jaren tellen en hoewel wat rustiger in doen en laten was Dries nog steeds iemand om rekening mee te houden. In 1989 won hij de eerste alternatieve Elfstedentocht op de Oostenrijkse Weissensee en in 1991 – op 45-jarige leeftijd - zijn tweede Nederlandse kampioenschap op natuurijs op de Ankeveense Plassen. Hij wist alleen weg te komen en tot de finish vooruit te blijven, een enorme prestatie gezien zijn leeftijd en de toenmalige concurrentie. Na afloop van dat seizoen werd hij vanwege die prestatie terecht onderscheiden met de Ard Schenk Award voor de beste schaatser van het jaar. Tot op de dag van vandaag is hij de enige marathonschaatser op de erelijst van deze prestigieuze prijs. Misschien moet er maar eens een Dries van Wijhe Award komen voor sportmensen die het schaatsen en het wielrennen succesvol combineren.
Tijdens het zetten van de laatste punt van dit verhaal hoor ik tot mijn vreugde op de radio de eerste vorstvoorspelling. Zou het inzetten van deze joker dan toch helpen?
IJs en wieler dienende, tot volgende week!”
Ad van der Linden
Foto: archief dewielersite.net