ad ad ad ad

Van de smalle bandjes naar de gladde ijzers …

Deze tijd van het jaar staat in het teken van familiebanden. Kerstmis en de oud- en nieuwviering zijn typische familiefeesten en daarom op de laatste dag van het jaar aandacht voor familiebanden in de wieler- en schaatssport, zoals er vele zijn. Enkele weken geleden schreef ik al over de gebroeders Jan en Theo Bos, waarvan Jan nu met plannen rondloopt om het wereldsnelheidsrecord op een ligfiets aan te vallen. Hij is al druk met de voorbereiding bezig, samen met studenten van de TU Delft. De poging gaat in de Amerikaanse staat Nevada plaatsvinden. Nu we toch in Amerika zijn en het over schaatsende en wielrennende families hebben, wat te denken van Beth en Eric Heiden en het wieler/schaatspaar ...

... Davis Phinney en Conny Carpenter, met natuurlijk veel aandacht voor hun talentvolle zoon Taylor Phinney. Zo kan ik alleen al in Amerika nog wel even doorgaan, in het kader van All in the family.

Stroetinga-Stroetinga
Een broederpaar dat momenteel in ons land veel aandacht opeist luistert naar de Friese achternaam Stroetinga. Het zijn de dertigjarige schaatser Arjan en de vier jaar jongere wielrenner Wim. Wim had tot eind 2010 een contract bij de Duitse Milram-ploeg, maar toen die ophield te bestaan was er geen andere ploeg in hem geïnteresseerd. Merkwaardig genoeg want hij won dit jaar drie etappes in Olympia’s Tour en in de afgelopen weken werd hij samen met Peter Schep twee keer tweede in een zesdaagse. Eerst in die van Amsterdam en daarna in de Six van Gent. Wim behoort met Schep in de 30ste Zesdaagse van Rotterdam, die in de komende week van start gaat, dan ook tot de favoriete koppels.

Schier onverslaanbaar
Marathonschaatser Arjan staat nog meer in de publieke belangstelling dan zijn broertje. Op Tweede Kerstdag behaalde hij voor de vierde keer de nationale titel marathonschaatsen op kunstijs. Zijn derde op rij en zijn totaal van vier nationale titels is een record. In de eindsprint met een hele groep schaatsers is Arjan op dit moment schier onverslaanbaar. In de geschiedenis van het marathonschaatsen op kunstijs zijn er maar drie vroegere toppers die hem qua uitslagen overtreffen. Sinds eind vorig jaar heeft de oudste Stroetinga, die in de zomermaanden ook op de fiets als wielrenner actief is, met een wedstrijd over 100 kilometer in Eernewoude ook een klassieker op natuurijs op zijn naam staan.

Derksen-Derksen
Waar de broers Stroetinga duidelijk overeenkomsten hebben, ze moeten het allebei van hun snelheid hebben, daar zijn vader en zoon Jan Derksen elkaars tegenpolen. De vorig jaar overleden wielrenner Jan Derksen senior was een echte baansprinter, terwijl zoon Jan als schaatser een echte stayer was, een man van de 5.000 en 10.000 meter die er op de korte afstanden nooit aan te pas kwam en daarom ook zelden een goed allround-klassement kon rijden. Zoals bij velen natuurlijk bekend is, heeft de oude Derksen een lange en rijke wielerloopbaan gehad. Zijn drie wereldtitels en veertien nationale kampioenstruien zijn nog niet eens het begin van een samenvatting van zijn omvangrijke palmares.

Zes jaar kernploeg
Jan junior was als schaatser van 1973 tot en met 1978 onder leiding van de befaamde coach Leen Pfrommer lid van de Nederlandse kernploeg, samen met generatiegenoten als Piet Kleine en Hans van Helden. Hij was negen keer deelnemer aan het nationaal kampioenschap allround met als beste eindklassering een derde plaats in zowel 1974 als ‘75. In dat eerste jaar won junior op het NK de vijf kilometer en in 1975 de tien. Op internationaal niveau heeft hij ons land vier keer vertegenwoordigd bij een Europees kampioenschap Allround en drie keer bij een WK All-round. In 1973 behaalde hij zijn beste eindklassering met een vierde plaats op het EK en een negende op het WK. Zowel in 1973 als in 1975 won hij bij het EK Allround een bronzen medaille op de langste afstand.

In de sport gebleven
De tegenstellingen tussen vader en zoon zijn opvallend. Waar senior een specialist in korte, hevige krachtsexplosies was, daar was junior iemand van de lange adem. De vader was bijna een kwart eeuw beroepswielrenner, terwijl de zoon altijd amateursporter is gebleven en zijn carrière maar kort duurde. Een overeenkomst tussen de twee is het feit dat ze na hun actieve loopbaan bij de sport betrokken zijn gebleven. Zo was senior jarenlang bondscoach van de baanwielrenners en daarna organisator van wedstrijden en manager van tal van baanrenners. De zoon trad wat dat betreft minder op de voorgrond, maar was vele jaren lang nauw betrokken bij professionele schaatsploegen. Bovendien maakte hij een mooie carrière in de fietsenindustrie bij onder meer Giant.

Eigen weg gegaan
Jan Derksen junior was ook een zeer goed wielrenner, de sport die hij in de zomer beoefende door het rijden van criteriums. Dat hij een andere sport prioriteit gaf, heeft misschien te maken met het feit dat hij als zoon van een beroemde vader niet tegen diens erfenis wilde opboksen, maar op eigen kracht zijn weg wilde vinden. Als zijn vader niet de zoon was geweest van een handelsreiziger maar van een beroemd wielrenner of schaatser, dan zou Jan Derksen senior wellicht dezelfde keus hebben gemaakt. Wat vader en zoon nadrukkelijk wel gemeen hebben is zakelijk instinct, want beide zijn ze op eigen kracht maatschappelijk meer dan geslaagd.

Ik wens u allen het allerbeste voor het komende jaar.

IJs en wieler dienende, tot volgende week!”

Ad van der Linden

PS. Met excuses voor de slechte kwaliteit van de foto, maar het is het enige plaatje dat ik in het archief heb kunnen vinden waar vader en zoon Derksen samen opstaan. Het is een familiekiekje uit 1957 gemaakt voor de deur van Derksens toenmalige woning in de Amsterdamse Okeghemstraat. (red.)

Door Fred van Slogteren, 31 december 2011 12:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web