ad ad ad ad

Bloedgeld ...


“Als ik me goed concentreer hoor ik het gillen weer: ‘Bloed zien, bloed zien!’ Dat riepen we als schooljongens altijd ter aanmoediging als twee klasgenoten met elkaar op de vuist gingen. Het kwam zelden zover, omdat een van de twee veel sterker of behendiger was dan de ander óf omdat de bovenmeester ingreep en de twee werden gedwongen om voor het front van de klas vrede te sluiten. Hevig teleurgesteld gingen we dan uiteen. Als tiener zat ik ’s nachts voor de buis als in het verre Amerika Mohammed Ali in de ring stond om zijn wereldtitel te verdedigen of die te heroveren. Bloed zien, bloed zien, scandeerde de adrenaline dan in mijn jongenslijf. Dat ik niet de enige was die op die manier naar boksen keek, steunde me in de overtuiging dat bloeddorst bij sportbeleving hoort. Dit terwijl de bokssport ...

... door voorstanders altijd omschreven wordt als the noble art of self-defense. Wie de film Raging Bull nog op zijn netvlies heeft staan, weet wel beter. In de afgelopen Ronde van Frankrijk zijn de bloeddorstige sportliefhebbers goed aan hun trekken gekomen. Vooral in de eerste week was het dag na dag raak en ik behoor al lang niet meer tot het bloeddorstige deel van de natie, omdat ik als wielrenner weet hoezeer een zware valpartij op je bestaan kan ingrijpen. Vallen hoort erbij, zegt iedere wielrenner, maar we verafschuwen het allemaal en schrikken ons iedere keer kapot als we het op tv zien gebeuren. Hoewel we het liever niet willen, wordt het in allerlei programma’s keer op keer herhaald en iedere keer voel je weer dat weeë gevoel in je buik, want het went nooit. De bloeddorst zit niet bij de sportmensen, maar bij de cameralieden, de regisseurs, de journalisten en de redacties van de diverse programma’s die het steeds weer uitzenden. Natuurlijk is een valpartij nieuws en het behoort tot de taak van de media dat nieuws te brengen, maar het tien keer op een avond uitzenden heeft niets meer met nieuws te maken. Oud nieuws is immers geen nieuws. Het publiek vindt het kennelijk mooi, want nooit lees ik in de krant eens een ingezonden brief waarin staat dat het nu maar eens afgelopen moet zijn met al die bloeddorst. Sterker, de mensen krijgen er geen genoeg van en de aan elkaar genaaide billen van Johnny en de kop van Laurens, nadat die op een bermbom leek te zijn gereden, krijgen we niet meer van onze harde schijf. Dit terwijl Robert Gesink als een watje is weggezet, alleen omdat er geen bloed zichtbaar was. Toen Erben Wennemars afgelopen winter ten val kwam tijdens de Veluwemeertocht en een diepe snee in zijn kin opliep, brachten de camera dat vol in beeld. "Het was machtig mooi", riep Erben opgetogen. Voor de sporter is het de dood of de gladiolen, maar bloed aan de paal hoeft voor mij allang niet meer. De bloeddorst die de kijkers aan de dag leggen is niet verontrustend, want die is van alle tijden. De gretigheid waarop die soms verschrikkelijke beelden keer op keer herhaald worden vind ik wel verontrustend. Zijn het de kijkcijfers, of zijn het de redacteuren van tv-programma’s die als schooljongens in de regiekamer ‘Bloed zien, bloed zien!’ roepen? Voor bikkels als Johnny en Laurens heeft dat eindeloos herhalen de plezierige consequentie dat de organisatoren van de rondjes rond de kerk hen graag aan de start willen hebben en bereid zijn daarvoor de beurs te trekken. Zij zijn voor Nederland de helden van deze Tour en daar mogen ze van mij beter van worden. De carrière van een profrenner is kort en bloed en bovenal Neerlands bloed levert geld op! Bloedgeld. Het wordt tijd dat de bovenmeester ingrijpt. (Foto: © Cor Vos)

Tot volgende week!”

Jan van der Horst

Door Fred van Slogteren, 31 juli 2011 12:00

gelijk

Jan, je hebt helemaal gelijk!

Geplaatst door Michel, 31 juli 2011 12:37:11

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web