ad ad ad ad

Van de boekenplank van Wim …


THEO KOOMEN
een leven in woord en beeld


door Nico Scheepmaker

 
 
Dit boek verscheen in 1986, twee jaar na het plotselinge overlijden van Theo Koomen, een man die als radioreporter de sport met ongekend enthousiasme de huiskamer in bracht. Hij was als journalist kundig in zijn sobere momenten, zoals bij de Olympische Spelen van 1972 in München toen Palestijnse terroristen de Israëlische ploeg uitmoordde. De andere en bekendere Theo Koomen was een emotioneel vat vol explosiegevaar als hij op de ijspistes en in grote wielerkoersen zijn vak van entertainer uitoefende. Iedere sportliefhebber die ouder is dan ... 
... 40 jaar hoort in herinnering zijn stem bij de vaderlandse hoogtepunten uit de jaren zestig, zeventig en tachtig van Ard Schenk, Kees Verkerk, Jan Janssen, Joop Zoetemelk, Hennie Kuiper, Jan Raas, Gerrie Knetemann en nog vele andere topsporters van Nederlandse makelij. Hij schreeuwde en gilde het uit en je moest wel van alle gevoel gespeend zijn, wilde je je niet laten meeslepen door Theo Toomenloos, zoals karikaturist Dik Bruynestein hem opvoerde in zijn strip van Appie Happie.
Natuurlijk zijn er ook zuurpruimen die hem een schande voor de journalistiek vonden, vanwege zijn overdrijving, zijn nationalisme, zijn betrokkenheid, maar ze vergeten dat het Koomen was die Radio Tour de France in alle huiskamers, tuinen, fabriekshallen, kantoorruimten en op campings deed schallen. Natuurlijk overdreef hij, natuurlijk was hij chauvinistisch, natuurlijk verloor hij zich te vaak in emotie en natuurlijk mocht hij geen ontsnappingen, demarrages, tunnels, regenbuien en wat dies meer zij verzinnen als die er niet waren, maar wat hebben we genoten van die man.
Nico Scheepmaker, een van de beste journalisten die ons land heeft gekend, huilde niet mee in die verontwaardiging, maar schreef vier jaar voor zijn eigen dood een mooi boek over de mens en vakman Theo Koomen. Met al zijn ijdelheid, exuberantie, roomse pijnpunten en onzekerheid wordt de gesjeesde priester in dit boek neergezet als een warm mens die bezeten van zijn vak was, geil werd van de aandacht die hij kreeg en de sport ziels lief had.
Aan het eind van het boek onthult Scheepmaker – lang voor alle andere journalisten - het geheim van Koomen over zijn dochter die niet bij zijn eigen vrouw Riet was verwekt, maar bij zijn schoonzus Jannie.
Theo Koomen was iemand van mijn generatie en ik voel medelijden met alle volgende generaties, omdat een man als Koomen niet meer kan. Zijn beeld van de koers was het beeld van een jongensdroom met strijd van de eerste tot de laatste kilometer. Dat was toen al niet zo, maar nu nog minder. Wedstrijden worden nu beslist in de laatste kilometers. Dat heet het nieuwe wielrennen en dat zou Koomen niet gewaardeerd hebben. Hij zou er zijn eigen waarheid en ideaalbeeld van gemaakt hebben en prompt ontslagen zijn. TV-beelden en alle smartphones en tablets zouden hem direct hebben gecorrigeerd. 
Hoewel veel jongeren het niet met me eens zullen zijn is er met de komst van al die verworvenheden een enorme verarming gekomen. We zijn beroofd van onze jongensdromen, die Theo Koomen ons voortoverde. "Luisteraars, het is niet te geloven, met nog drie cols te gaan rijdt Zoetemelk van iedereen weg. Als een komeet gaat hij er vandoor, hij pakt één minuut, drie minuten, TIEN!!! Dit is gekkenwerk, mensen, hoe is het mogelijk?  Moedertje, moedertje, het bloed druipt uit zijn ogen. Fantastieeeesss!!! Wat zie ik? Hinault gaat er achteraan, niet te gelooffe. Dat gaat nog wat worden, vandaag."
Je zat op het puntje van je stoel van de spanning, ook al wist je dat Zoetemelk en Hinault nog gewoon in het peloton zaten. Droom en werkelijkheid, Theo had er geen boodschap aan. En dan schalde de tune van Radio Tour de France er voor en achteraan. De tune hebben we nog, maar Theo is er al dertig jaar aan het hemelen.

  

Door Fred van Slogteren, 30 oktober 2014 10:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web