ad ad ad ad

Gegokt en …


“In mijn wielercarrière springt het jaar 1966 er torenhoog uit. Nooit was ik succesvoller. Een topseizoen is het gevolg van een combinatie van factoren. Je mentale en fysieke gezondheid zijn optimaal, je blijft maar in vorm en je hebt over geluk niet te klagen. Er leek dan ook geen einde te komen aan de zegereeks die al vroeg in het seizoen begon met een zege in de Ster van Zwolle. Er was wel degelijk concurrentie, want 1966 was ook een topjaar in de carrières van mannen als Eddy Beugels, Harry Steevens, Eef Dolman, Leo Duyndam, Rini Wagtmans en niet te vergeten André van Middelkoop (foto). Van hen allen had ik echter het meeste geluk, of was het méér dan geluk? Het jaar ervoor was ik ook al redelijk succesvol geweest en winnen werkt verslavend. Je wil altijd eerste worden en dat is niet in alle gevallen verstandig. ‘Het is gebruikelijk ook eens een ander de zege te gunnen’, had Eef Dolman mij tijdens de Ronde van Gelderland toegesist. Zijn opmerking was bedoeld om de altijd sterk rijdende, maar zelden winnende André van Middelkoop aan de zege te helpen. We zaten met z’n drieën voorop en ik wist dat Eef gelijk had. Maar het ging hier wel om een klassieker en die geef je niet zomaar weg. Dus weigerde ik in eerste instantie aan het plannetje van de twee  ...

... Rotterdammers mee te werken. De reactie van Eeffie omvatte vijf korte woorden, die ik bij het overnemen opving: ‘dan win jij ook niet!’ De twee kwamen vervolgens niet meer op kop en onze voorsprong op de achtervolgende groep slonk zienderogen. Ik had geen keus en in arrenmoede besloot ik toe te staan dat André weg mocht rijden. Koortsachtig beoordeelde ik de mogelijkheden alsnog te kunnen winnen, maar ik besloot het aan het koersverloop over te laten. Eef en ik lieten ons terugzakken in de achtervolgende groep in de wetenschap dat als André niets overkwam hij het in zijn eentje wel zou klaren. Hij was immers een van de beste rouleurs in die tijd. Er lag vlak voor de finish nog wel een beruchte grindstrook in het parcours en dat was het zogeheten Vredesteinpad. Ik hoopte vurig dat André daar lek zou rijden en ik wellicht toch nog zou kunnen winnen, want ik was zeker de snelste van de groep achtervolgers. Iedereen kwam echter ongeschonden over dit stukje ellende heen en André kreeg loon naar werken. En ik? Ik had gegokt en verloren. Een jaar later tijdens de finale van het kampioenschap van Nederland op het circuit van Zandvoort leek zich een herhaling voor te doen toen André en ik eendrachtig samenwerkend op kop de laatste ronde ingingen. De overwinning zou mij deze keer niet ontgaan, want in de sprint had ik van het Rotterdamse strijkijzer weinig te duchten. Wat niet wegnam dat ook hij wilde winnen, want daar ben je sportman voor. In de laatste ronde keken we elkaar bij het kop overnemen even aan. Er werd geen woord gewisseld, maar zijn ogen vroegen JA en mijn hoofd schudde van NEE. Toen was voor André de lol eraf en hij kwam niet meer op kop. De snee was eruit en die kwam er bij de groep achtervolgers weer in toen ze bemerkten dat hun achterstand minder werd. Onder aanvoering van Leo Duyndam transformeerde de groep in een meute jachthonden dat bloed rook en diep in de beugel in een strak lint rijdend vloog het tempo omhoog. Wat moest ik doen? Het geld pakken en genoegen nemen met de tweede plaats? In een flits besloot ik zogenaamd aan zijn kampioenschap mee te werken, terwijl ik een heel ander plannetje had. Ik beet hem toe dat ik akkoord was en André nam weer kop over en begon als een bezetene te sleuren, terwijl ik mijn beurten tot het minimum beperkte omdat ik zogenaamd kapot zat. Het was mijn opzet om teruggepakt te worden want dan ontstond er een nieuwe situatie, waarin ik bovendien niet van woordbreuk kon worden beticht. Zo reed ik - kostbare krachten sparend - in het wiel van de allesgevende André, terwijl de groep achter mij met zestig in het uur snel naderbij kwam. Dat ik bezig was die aardige jongen te flikken was op dat moment van minder belang. IK WILDE WINNEN! Daar ging het om. Nerveus als een renpaard zag ik in de laatste bocht de groep van Leo aansluiten en op het moment dat ik zijn voorwiel naast me zag, explodeerde ik. Alle mij nog resterende krachten werden op de pedalen overgebracht en met vijf verschrikkelijke duwen sloeg ik een gat van twintig, dertig meter. Ze hadden allemaal het nakijken, inclusief André, en de tweede plaats was voor hen het hoogst bereikbare. Euforie nam bezit van mij en met beide handen in de lucht passeerde ik barstend van geluk de eindstreep. Het kampioenschap, het rood-wit-blauw, de kussen van de miss, de gouden medaille, de toespraak van de voorzitter, het gejuich van het publiek en de gedragen tonen van het Wilhelmus, waren ALLEMAAL voor mij. Ik had wederom gegokt, maar nu glansrijk gewonnen!

Tot volgende week!”

Jan van der Horst

DOE OP 26 JUNI MEE AAN DE S.P.A.A.K. CYCLING CLASSIC! (klik hier)

Door Fred van Slogteren, 27 maart 2011 12:00

Die Jan van der Horst kan verdomd leuk schrijven!
Hij is zijn roeping misgelopen. Ga door Jan!

Geplaatst door Ton van Wieringen, 31 maart 2011 20:49:36

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web