Rooie Breure zoals ze hem allemaal noemden, vanwege zijn vurige haardos, is een echte Rotterdammer. Een vrolijke man die als 70 plusser nog helemaal gek is van het wielrennen, de sport die hij in de jaren zestig om den brode beoefende, nadat hij zich in 1962 in de kijker had gereden met overwinningen in de Acht van Chaam en het kampioenschap van Zuid-Holland. Prof bij Caballero in de jaren dat daar nog geen gulden mee te verdienen was. Een fiets, een trui en een broek en een stapeltje publiciteitsfoto’s waren de uiterlijke kenmerken van zijn pover profbestaan. Maarten woonde op Zuid, zoals de Rotterdammers het stadsdeel waar De Kuip ligt, noemen en om de hoek bij hem op de Beyerlandselaan had Ton Vissers een winkel in woninginrichting. Net op het moment dat Maarten er aan dacht een baassie te gaan zoeken om van die eeuwige armoede af te komen, belde Vissers op een dag bij hem aan. ‘Maarten, ik ga een wielerploeg beginnen voor Willem II sigaren, heb je zin om er als prof bij te komen?’ Maarten hoefde geen moment na te denken, want voor het eerst in zijn wielerleven werd er ...
... over een salaris gesproken. Veel minder dan hij bij een baas kon verdienen, maar dat kon hem toen niet zoveel schelen. In het eerste jaar zat er maar één bekende renner in de ploeg en dat was Michel Stolker. Ton Vissers had wat connecties in Frankrijk en daardoor kon de ploeg daar wat semi-klassiekers rijden en ook aan Parijs-Tours deelnemen. Verder was het alle weken kermiskoersen in België en criteriums in Nederland rijden. De Willem II-Gazelle-ploeg kon je in 1966 vergelijken met een continentale ploeg van nu. Ton Vissers had een fantastische babbel en hij kreeg alles voor elkaar. Zo slaagde hij er het tweede jaar in om grote coureurs als Rik Van Looy, Peter Post en Jo de Roo te contracteren en Maarten voelde zich gelijk een stuk opgewaardeerd. ‘Met Van Looy in één ploeg rijden is net zo iets als met Cruyff in één team voetballen’, vergelijkt hij. Met die mannen erbij werden we voor alle grote koersen uitgenodigd en voor een jaarsalaris van drieënhalfduizend gulden voelde Maarten zich voor het eerst in zijn wielercarrière een echte beroepsrenner. Voor de klassiekers en de grote etappekoersen kwam hij meestal niet in aanmerking, want dan werd de ploeg rond Van Looy gebouwd met veel Belgen erin. Zijn wielerleven speelde zich hoofdzakelijk af in de kermiskoersen. Hij had het hartstikke naar zijn zin, maar in 1969 was het afgelopen. Maarten vond als havenwerker werk bij ECT, de grootste containerterminal ter wereld. Wat hij als wielrenner te weinig had beleefd – de eerste en de beste te zijn – bereikte hij wel op de containerterminal waar hij als eerste met een trekker rondreed met een vracht van vier grote zeecontainers met een lengte van 52 meter achter zich. Dat had toen nog niemand gepresteerd. Hij heeft er 25 jaar gewerkt en toen mocht hij op 55-jarige leeftijd in de VUT. Vanaf dat moment werd de fiets weer heel belangrijk voor hem. Aan Rik Van Looy, de Keizer van Herentals, denkt hij nog wel eens terug en hij zegt nog steeds met overtuiging: ‘Als coureur was het een etterbak, maar als mens een toffe gozer!’ (Foto: archief Wim van Eyle)
De andere op 26 januari geborenen zijn:
ADEMA, Barry (1951, Nederland)
BAKKER, Maarten den (1969, Nederland)
BALDINI, Ercole (1933, Italië)
BERG, Wout van den (1934, Nederland)
BOCKLANT, Willy (1941, overleden 06.06.1985, België)
CHTIOUI, Rafaa (1986, Tunesië)
COLLAERS, Cédric (1987, België)
COUPÉ, Geoffrey (1981, België)
COUTOULY, Cédric (1980, Frankrijk)
DEGRAEVE, Aloïs (18986, overleden 02.07.1970, België)
FABER, François (1887, overleden 09.05.1915, Luxemburg)
GLORIEUX, Raphael (1929, België)
HAEDO, Juan José (1981, Argentinië)
HURET, Constant (1870, overleden 18.09.1951, Frankrijk)
OTAÑO, Luis (1934, Spanje)
REPINSKI, Tomasz (1987, Polen)
SAGAN, Peter (1990, Slowakije)
SERCU, Albert (1918, overleden 24.08.1978, België)
TROFIMOV, Yury (1984, Rusland)
URAN URAN, Rigoberto (1987, Colombia)
ZAREBSKI, Jaroslav (1979, Polen)
Steun onze actie!
WAAROM PIETER WEL EN JAN EN JOOP NIET?



