ad ad ad ad

Uit de beeldentuin van Jac …

“In de Tour de France van 1910, dit jaar dus precies honderd jaar geleden, werden de renners voor het eerst door de Pyreneeën gestuurd. De wegen waren meestal nog niet veel meer dan karrensporen en organisator Henri Desgrange schreef in zijn voorbeschouwing dat er nog hongerige wolven huisden. Het was een plan van de Luxemburger Alphonse Steines, een medewerker van Desgrange, die er vervolgens door zijn baas op werd uitgestuurd om het terrein te verkennen en uit te vinden of er wel berijdbare wegen waren. Die waren er eigenlijk nauwelijks, maar voor een bedrag van …

… 5.000 francs wilde de lokale wegbeheerder wel een bestaand paadje verharden, ook al vond hij dat ze daar in Parijs blijkbaar gek geworden waren. Na een avontuurlijke tocht over de Aubisque en de Tourmalet, die hij wegens autopech en een sneeuwstorm maar ternauwernood overleefde, berichtte Steines aan Desgrange dat het geen enkel probleem was om de Pyreneeën in het parcours op te nemen. Toch was de Tourbaas niet zo enthousiast over het plan, maar om publicitaire redenen ging hij overstag. Dat Desgrange er niet gerust op was blijkt uit het feit dat het de eerste Tour was waarin de bezemwagen zijn intrede deed en de mededeling dat het verloop ‘geheel onder verantwoordelijkheid van de heer Steines’ zou plaats vinden. Sindsdien zijn de Tourmalet, de Aubisque, de Aspin en de Peyresourde bekend als legendarische Tour-cols.

Op een parkeerplaats langs de autoroute A64, tussen Pau en Tarbes, is er een expositie met onder meer deze sculptuur die de geschiedenis van de Tour de France in de Pyreneeën uitbeeldt. Het 18 meter hoge bouwwerk, waarin 30.000 ton aan staal en aluminium is verwerkt, is gemaakt door Jean-Bernard Métais en het is er in 1994 geplaatst. Het toont acht gestileerde renners waarvan de voorste getooid is met de gele trui, terwijl hij de handen in triomf in de lucht heeft gestoken. Aan de voet belichten tableaus twaalf historische gebeurtenissen uit de geschiedenis van de Tour die in de Pyreneeën plaats vonden, zoals de overwinning van Octave Lapize in 1910 in de eerste Pyreneeën-etappe; het klimwerk van Bahamontes; het misfortuin van Poulidor; de solo van Eddy Merckx; de val van Luis Ocaña in 1971 in de afdaling van de Col de Menté en de dramatische val en dood van Fabio Casartelli in 1995 in de afdaling van de Col de Portet-d’Aspet.

Tot over veertien dagen!”

Jac Zwart

Steun onze actie!

WAAROM PIETER WEL EN JAN EN JOOP NIET?

Door Fred van Slogteren, 30 oktober 2010 10:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web