ad ad ad ad

Uit de ordners van Jan …

“De 13e jaargang nr. 35 van Sport 70 toont op de cover een juichende Jan Raas, die eind augustus 1979 in Valkenburg wereldkampioen werd. Sport 70 was een Belgisch sportblad waarin naast voetbal en atletiek ook de wielersport een voorname plaats in nam. Daarom zijn de pagina’s 8 tot en met 21 gevuld met een uitgebreide nabeschouwing van de strijd om de wereldtitels op de weg 1979, gezien door een Belgische bril. Over de geschiedenis, het ontstaan en de ondergang van dit blad weet ik ...

... niet veel. Volgens mij bestaat het niet meer, want ik heb er op internet niets over kunnen vinden, behalve dat er oude jaargangen op het Belgische equivalent van marktplaats.nl worden aangeboden.

‘Windmolens op de achtergrond, een formidabele sfeer bij de duizenden toeschouwers langs de weg, maar een wereldkampioenschap dat toch slechts in de eindfase enig animo kende.’ Zo omschreef Sport 70 de indrukken van de wereldtitelstrijd voor beroepsrenners. Jan Raas was, volgens het blad, vooraf de grootste favoriet voor de zege en de gebrilde Zeeuw maakte die verwachting ook waar. ‘Valkenburg leek wel een uitgelopen gekkenhuis met tienduizenden dolgedraaide Nederlanders, die kennelijk hun spreekwoordelijke nuchterheid thuis hadden gelaten. Orkanen van applaus, spandoeken, vlaggen. Er was natuurlijk wel enige reden tot homerische feestvreugde. Na Hennie Kuiper en Gerrie Knetemann, veroverde Nederland met Jan Raas al zijn derde regenboogtrui in vier jaar tijd. Het resultaat van individueel talent en gebundelde mankracht. Terwijl de nieuwe wereldkampioen tijdens de protocolaire ceremonie zijn ontroering probeerde te verbergen en Dietrich Thurau met Duitse Gründlichkeit de zilveren medaille temidden van zijn solar plexus hing, streden in het Belgische kamp verslagenheid en teleurstelling om voorrang. Voor het eerst sedert jaren had de verstandhouding in de Belgische ploeg niets te wensen overgelaten. Vooraf was onder impuls van ploegleider Lomme Driessens, een niet-aanvalspact ondertekend. Afgesproken was dat Daniel Willems, Roger De Vlaeminck, eventueel Fons De Wolf, Marc Demeyer en Michel Pollentier hun eigen kans zouden gaan, maar dat het koersverloop de te volgen strategie zou bepalen. Die afspraak werd nageleefd en bracht Daniël Willems in een uitstekende positie om zijn eerste profseizoen met de regenboogtrui om de schouders af te sluiten. Helaas, in de zenuwknoop van de race, op 1 kilometer van de eindstreep, reed de Noor Knudsen tegen het wiel van de zenuwachtig zwenkende Battaglin en Willems, die toch al last had van een leeglopende achterband, knalde pardoes op hem in. Willems moest met een sleutelbeenbreuk de strijd staken. Ter aankomst zat hij er moedeloos bij, toen hij zei: “Raas reed beslist niet sterker dan ik. De Cauberg had ik zonder veel moeite verteerd. Ik voelde me heel fris. De finish was echt een kolfje naar mijn hand met dat laatste stuk bergop.” Dame Fortuna liet echter verstek gaan en schonk haar gunsten aan de Oranjerijders, die aan de race op het thuisfront de genoegdoening van een wereldtitel en elk nog pakweg 5000 gulden overhielden.’

‘De val van Knudsen en Willems’, gaat het blad verder, ‘was de inleiding van de hypernerveuze laatste twee kilometer. Jan Raas had die val op het laatste nippertje kunnen ontwijken. Nog maar pas herademde hij na deze spanning, of daar werd hij opnieuw voor een erg nijpend probleem gesteld. Battaglin, ook eerst wat gehinderd om op de Cauberg nog zelf de uiterste demarrage te plaatsen, deed het bij de top. De Franse outsider Chalmel counterde de Italiaan, maar ging, tot verrassing van al de toprijders in de frontlijn, plots tot een vermetele aanval over. Niemand had zulks van Chalmel verwacht. Raas: “Ik ook niet, maar ik liet me door deze vernuftige zet van de Fransman niet van mijn stuk brengen. Zoals die man tevoren voor Bernard Hinault gewerkt had, kon hij zijn inspanning onmogelijk tot het einde doorzetten, flitste door mijn hoofd. Ik reageerde niet. Ik bleef afwachten. Chalmel nam nochtans verschillende decameters voorsprong. Ik zette door mijn houding Dietrich Thurau tussen hamer en aambeeld. De Duitser werd nerveus. Hij luidde de eindsprint in. Hij manoeuvreerde van de ene naar de andere kant van de weg. Hij kreeg mij echter niet uit zijn spoor. Toen Thurau met al zijn krachten achter Chalmel aanging, wist ik dat ik gewonnen partij was tegen hem.”

In de eindsprint kwam Battaglin, in het spoor van Raas, ten val. Er werd door de Italiaanse kolonie een klacht tegen de Nederlander ingediend. Waarom? Raas: “Thurau lanceerde de sprint, grotendeels langs de linkerkant van de weg. Hij kwam ineens op zijn volle inspanning naar rechts wellicht met het doel de opening tussen de afsluitingen en hem zo klein mogelijk te maken. Ik zat in zijn spoor. Ik werd gedwongen zijn uitwijking te volgen. Anders had ik bots tegen hem aangereden. Door mijn uitwijking om die val te vermijden, werd de opening achter mij nog kleiner voor Battaglin, die me volgde. Dit was fataal voor de Italiaan. Voor hem had het vooral anders verlopen, mocht Thurau meer in rechte lijn gesprint hebben.” De uiteenzetting van Jan Raas was logisch en voor die fout kon hij onmogelijk door de jury gestraft worden. Dat gebeurde dan ook niet.   

Tot volgende week!”
   
Jan Houterman

Steun onze actie!

WAAROM PIETER WEL EN JAN EN JOOP NIET?

Door Fred van Slogteren, 30 augustus 2010 10:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web