Doelstelling
www.wielersport.slogblog.nl is een digitale stamtafel waar echte wielerliefhebbers van gedachten kunnen wisselen over het verleden, het heden en de toekomst van de wielersport. Iedere oprechte wielerliefhebber is welkom aan te schuiven. Het liefst onder eigen naam en met respect voor andermans mening.
Colofon
Editor



T&T Tekst & Traffic - Zeist

Redactie:
Fred van Slogteren
fred@slogblog.nl

Medewerkers:
Otto Beaujon, Wim van Eyle, Jan van der Horst, Jan Houterman, Jos van Nierop, Peter Ravensbergen, Henk Theuns, Jac Zwart.

Meewerkende fotografen:
Guus de Jong, Philip van der Ploeg, Henk Theuns, Cor Vos.

Archieven:
Wim van Eyle, T&T Tekst & Traffic
www.dewielersite.net
Piet Kessels
e.a.
Zoeken

« Vorige | Home | Volgende»

“Vorige week heb ik jullie beloofd het verhaal te vertellen van het bronzen wandbord, de gewonnen trofee die me het dierbaarst is van alle onderscheidingen die ik in mijn wielercarrière heb gewonnen. In 1965 werd ik met een andere renner uitgenodigd om in het Duitse Wuppertal aan een koers deel te nemen. Met het vooruitzicht op een riante reisvergoeding en gratis logies bij particulieren hoefden we niet lang na te denken en gaven we ons jawoord. We werden ondergebracht bij een kunstenaar. Toen we voor zijn hek stonden waren we echt onder de indruk. Op een flinke lap grond stond een ...

... kapitale villa, met bijgebouwen voor de auto’s en een atelier. Hij was kennelijk een kunstenaar die het gemaakt had, want de paar kunstenmakers die ik kende leefden van de steun en waren zo arm als een kerkrat. Nadat we ons hadden geïnstalleerd nam Herr Künstler ons mee naar zijn atelier, alwaar hij ons de bronzen gietsels liet zien waar hij op dat moment aan werkte. Een van zijn opdrachten, vertelde hij, was afkomstig van de organisatie van Olympia’s Tour door Nederland, en trots liet hij ons het ontwerp zien voor het wandbord dat hij voor de winnaar moest maken. Uit beleefdheid riepen we dat we het prachtig vonden en ik beloofde de man dat ik als deelnemer aan Olympia’s Tour mijn uiterste best zou doen om dat prachtige bord te winnen. Ik was het voorval al lang vergeten toen ik een jaar later als winnaar op het erepodium van de oudste Nederlandse etappekoers een bronzen bord kreeg uitgereikt. Het hangt nog steeds bij me thuis aan de muur en nog nooit heeft iemand gezegd: ‘Gut Jan, wat heb je daar voor iets moois hangen.’ Vanwege de schoonheid heb ik het dan ook niet bewaard, maar wel vanwege de herinnering en een bijzonder toeval.
In mijn vorige stukje heb ik beschreven hoe de jeugd uit de buurt van mijn netjes ingepakte dozen met trofeeën een enorme puinhoop had gemaakt. Omdat je in de straat niet als een aso te boek wil staan, heb ik het netjes opgeruimd en de dozen wederom aan de stoeprand gezet en vanachter het raam een uurtje de wacht gehouden tot de vuilniswagen zou voorkomen, die mijn bekers en bekertjes, vaantjes en medailles tot moes zou vermalen. Toen de wagen voorstond en de vuilnisman de inhoud van de dozen inspecteerde, verwachtte ik dat we eindelijk verlost zouden worden van die rommel en ging ik er vanuit dat mijn wacht erop zat. Tot de bel klonk. Op de stoep stond de vuilnisman die mij met verwonderde blik vroeg of al dat kostbaars wel in de vermorzelaar moest? Ik knikte, waarop hij een heel verhaal hield over dierbare herinneringen en dat ik er spijt van zou krijgen, de kinderen of later de kleinkinderen het misschien wel wilden hebben, enzovoort. De man had beter verkoper kunnen worden, want toen de vuilniswagen de straat uit reed, droegen Ria en ik de dozen braaf weer naar zolder.
Een paar dagen later vertelde ik het verhaal tijdens een trainingsrit aan een maat van me, die een karige boterham verdiende als beeldend kunstenaar. Ik besloot met de conclusie dat een mens maar moeilijk van z’n oud ijzer af kon komen. Daarop zei hij: ‘Kom maar op met die troep, dat kan ik wel gebruiken’, waarna hij snuivend de kop overnam. Nog diezelfde dag bracht ik de dozen bij hem en was er op zolder eindelijk plaats voor de kerstspullen. ‘Gelukkig’, verzuchte Ria, ‘opgeruimd staat netjes!’
Een week voor kerst in datzelfde jaar belde mijn kunstenmakende wielervriend op met de vraag of we nog een kerstboom nodig hadden. Hij had namelijk een heel bijzonder exemplaar voor ons en of we even kwamen kijken. Alles wat metaal was had hij uit mijn dozen gevist en met las- en soldeerapparatuur in een kunstwerk veranderd. Knap gedaan, maar ik zag die ijzeren kerstboom nog niet met ballen en lichtjes in mijn kamer staan. ‘Zelfs een brandstapel kan dit monster niet vernietigen’, siste Ria me toe toen de artistieke wielrenner even naar de WC was. Onderweg naar huis, verzoende ik me met het voldongen feit dat we nooit van ons leven van mijn trofeeën, in welke gedaante dan ook, zouden afkomen en ik droeg het ding berustend naar zolder. Een jaar later ging ik op verzoek van Ria wederom de zoldertrap op om de kerstspullen naar beneden te dragen. Bovengekomen dacht ik aan de ijzeren kerstboom, maar die was nergens te bekennen. Beneden gekomen vroeg ik haar nieuwsgierig waar het ding was gebleven. ‘Oh, die heb ik direct met de vuilnisman meegegeven’, antwoordde ze. ‘Opgeruimd staat netjes!’

Tot volgende week!”

Jan van der Horst

Steun onze actie!

WAAROM PIETER WEL EN JAN EN JOOP NIET?

0 Reacties op "De ijzeren kerstboom …"
Voeg reactie toe
Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web
Neem het nummer over: authimage