André de KORVER (1915, overleden 25.02.1990, Nederland)
De wielerloopbaan van deze Rotterdammer werd ruw in tweeën gedeeld door de Tweede Wereldoorlog. Daardoor is hij samen met Albert van Schendel de enige Nederlandse wielrenner die zowel voor als na die oorlog in de Tour de France is gestart. In 1939 was hij voor het eerst van de partij en hij deed het lang niet slecht. Hij reed zeven keer prijs bij de eerste tien in een etappe en hij kwam als 28ste in het eindklassement in Parijs aan. Een behoorlijke prestatie die met vierhonderd gulden prijzengeld maar matig beloond werd, zelfs als je de levensstandaard van toen in aanmerking neemt. De prestatie is nog indrukwekkender als je bedenkt dat De Korver rondreed met een gezwel ter grootte van een citroen op zijn achterwerk. Een hoogst ongelukkige plaats voor een wielrenner. Goede raad was duur. De dokter adviseerde erin te snijden, maar dat zou zeker opgave hebben betekend en dat wilde het slachtoffer niet want er moest geld verdiend worden. De ploeg draaide goed, vooral dankzij ...
... de gebroeders Van Schendel en de jonge Limburger Jan Lambrichs, die in de bergen met de besten mee kon. Het alternatief was een vondst van De Korver zelf. Hij pakte een vlijmscherp mes en sneed een gat in zijn leren zadel waar het lastige gezwel met enig mikken precies in paste. Echt pijnloos zal het niet geweest zijn, maar het was te harden en zo haalde hij de eindstreep in Parijs. Na de oorlog kwam hij nog twee keer naar de Tour terug. Zonder succes, want in 1947 hield hij het al na drie dagen voor gezien en twee jaar later vond hij het na de vijfde etappe welletjes. Dat lijkt wat watjes-achtig na zijn heldenprestatie in 1939, maar het was in die eerste naoorlogse jaren voor de Nederlanders zo slecht geregeld qua materiaal en verzorging dat er altijd maar een of twee renners, of soms helemaal geen, Parijs haalde. Nadat hij voor eigen publiek in Rotterdam nog een koers achter derny’s had gewonnen, nam hij in 1950 afscheid van de wielersport. Hij werd koppensneller in de bouw en dat is de benaming voor iemand die met een pneumatische hamer de koppen van een in de grond geslagen betonnen heipaal afjekkert om er de fundering van een gebouw op te kunnen plaatsen. Dat is afzien, maar als oud-wielrenner had hij daar geen moeite mee. Na zijn pensionering bracht hij zijn dagen in de zomermaanden door op een camping in Brabant. (Foto: archief T&T Tekst & Traffic)
De andere op 20 juni geborenen zijn:
BALLESTER MARTIN, Vincente (1980, Spanje)
HAAN, Sierk-Jan de (1981, Nederland)
VANTHOURENHOUT, Dieter (1985, België)
WEGMANN, Fabian (1980, Duitsland)
Steun onze actie!



