Jos Schipper (1951)
Ik heb Jos Schipper nooit gesproken, maar zijn carrière altijd met
belangstelling gevolgd. Hij was een familielid van een aangetrouwd familielid van mij, vandaar. Ik vond hem een renner die veel in zijn mars had, maar die nooit de erkenning heeft gekregen die hem toekwam. Hij was een jongen die vaak de koers openbrak en ik herinner me dat hij de aanstichter was van de beroemd geworden finale van de Amstel Gold Race 1977. Het was de eerste overwinning van Jan Raas. De Zeeuw, in Frisol-shirt, rekende op imponerende wijze af met het Raleigh-duo Knetemann-Kuiper. Schipper bleef in hun spoor en werd vierde in het shirt van Ebo-Superia, een van die kleine ploegjes waar hij voor gereden heeft. Jos Schipper was een en al temperament en hij smeet vaak met zijn krachten omdat hij niet kon wachten. In een goede ploeg met een vakman als ploegleider die echt in zijn renners was geïnteresseerd, had er veel meer in gezeten. Hij had de klasse om klassiekers te winnen, maar niet het geduld. Jos werkt nu al weer vele jaren als vertegenwoordiger in de horeca. Geboren in Baarn is hij door de wielersport een Zeeuw geworden. Helaas is hij als coureur nooit zûnig met zijn krachten omgesprongen. (© T&T Tekst & Traffic)
Wat staat er nog meer in het geboorteregister?
Bram Kool (1937, overleden 11.06.1990)
Er is een tijd geweest dat de ploegleiding moest zoeken om een voltallig contingent Nederlandse wielrenners bij elkaar te brengen om een Tourploeg te vormen. Zo kwamen er nog wel eens renners naar Frankrijk die totaal niets in de Tour te zoeken hadden. Het waren geen koekenbakkers, maar ze waren meer geschikt voor andere onderdelen van de wielersport. Zo was Bram Kool een renner die goed op het vlakke uit de voeten kon en een goed criterium kon rijden. Maar een Tour rijden is andere koek. Zijn tweede plaats in het Nederlands kampioenschap gaf de doorslag en de kleine Bram werd door de KNWU geselecteerd. Hij was nog niet eens prof, maar onafhankelijke. Maar Bram was verguld over zijn uitverkiezing in de Nelux-ploeg van 1959 met Charly Gaul als kopman. Bovendien is er in Frankrijk een grote klankverwantschap tussen de namen Gaul en Kool en dat geeft moraal. Bram deed het lang niet slecht in het begin en hij begon zowaar het idee te krijgen dat hij in Parijs kon aankomen. Na de dertiende etappe, een dag voor ze de Alpen in zouden gaan, haalde Jan Cottaar hem voor de micro. “En Kool, haal je Parijs?” vroeg de beroemde verslaggever. “Meneer Cottaar, al moet ik er op m’n knieën naar toe kruipeh!”, antwoordde Bram in plat Haags. De veertiende rit beëindigde de kleine man huilend en uitgeput in de bezemwagen.
Harry Beurskes (1945)
Twee jaar koerste deze Limburger uit Tegelen bij de profs en zijn palmares is bescheiden. Een dertiende en een negentiende plaats in het Nederlands kampioenschap van respectievelijk 1973 en 1974 zijn de belangrijkste wapenfeiten. Plus nog wat prijsjes in criteriums. Het maakt niet uit, hij zal er waarschijnlijk met plezier aan terugdenken en daar gaat het om. Je hoeft geen Zoetemelk te heten om van je sport te houden.
Luc Rotman (1956)
Deze in België geboren coureur was in 1980 één jaar beroepsrenner. Solahart-Hercka heette het ploegje dat hem onder zijn hoede nam. Ik heb er nooit van gehoord, net zo min als van het plaatsje Blaasveld, waar Luc dat jaar tweede werd. Zijn beste prestatie. Als iemand meer weet, dan graag een reactie.
Mario van Vlimmeren (1958)
Als je naar de palmares van deze renner uit Hoeven kijkt, dan heb je hetzelfde gevoel als bij Jos Schipper. Die jongen had talent, maar is gewoon niet aan de bak gekomen bij een behoorlijke ploeg met een goede (bege)leiding. Hij koerste zes seizoenen bij de profs en hij behaalde twee overwinningen en vele ereplaatsen. Zoals een tweede plaats in de Ronde van Blaasveld in 1981, een jaar na Luc Rotman.
Lex Nederlof (1966)
Als je als bijna veertigjarige nog aan de slag gaat in de Cepa Tour in het verre Shanghai en je wordt tweede in het eindklassement dan moet je een enorme wielergek zijn. Je doet dat niet meer om op te vallen, zoals Maarten Tjallingii dat jarenlang in dat soort uitheemse koersen heeft gedaan en Thomas Rabou dat nu doet. En nog een aantal anderen. Ik weet niet veel van Lex Nederlof, ik weet alleen dat die familienaam in het verleden door wel een handvol renners is gedragen. Ze kwamen allemaal uit Gouda. Is Lex daar een nazaat van? En wat zijn z’n ambities? Als iemand het weet hoor ik het graag.
Vincent van der Kooij (1977)
Hij was in 2003 een leuke coureur in de ploeg van de BankGiroLoterij, toen op 10 september van dat jaar bekend werd gemaakt dat de renner uit Leiderdorp lymfklierkanker had, de zogeheten ziekte van Hodgkins. Er werd direct gesteld dat dit het einde van zijn carrière betekende, maar daar was Vincent het niet mee eens. In het verleden waren meer sportmensen door die ziekte getroffen, maar die hadden ook teruggeknokt om eerste de ziekte te overwinnen en vervolgens weer op hoog niveau aan hun sport te doen. Bovendien was er het grote en inspirerende voorbeeld van Lance Armstrong. Acht maanden na de diagnose maakte Vincent zijn comeback in een kermiskoers in België. Ondanks fanatiek proberen lukte het hem niet op zijn oude niveau terug te komen. Bovendien hield BankGiroLoterij op te bestaan. Het laatste bericht dat ik over Vincent kan vinden is dat hij eind 2004 getrouwd is en op zoek was naar een goede baan in het bedrijfsleven. Ik zou graag willen weten hoe het Vincent is vergaan. Er is vast wel iemand die dat weet. Misschien reageert hij zelf wel. (© Bert Spits)



