ad ad ad ad

Uit de ordners van Jan …

“Op 31 mei 1958 vertrokken 58 renners uit Goes voor de vijfde etappe van Olympia’s Tour op weg naar Rotterdam. Drie renners hadden een startverbod gekregen, omdat de Belg Mintjes en de Nederlanders Beers en Bravenboer de vorige dag kilometers lang achter een vrachtwagen hadden gestayerd. De militaire ploeg testte die dag herhaaldelijk de krachten van de leider van het algemeen klassement Piet Rentmeester en het leidende team van de Drie Hoefijzers. Zo demarreerde militair Teunisse en die kreeg Snijder en Steuten mee. Snijder viel snel terug en voor hem in de plaats kwamen Timmermans en De Vries de kopgroep versterken. Daar bleef het niet bij, want ook Solaro, Steenvoorden en Van Egmond sloten aan. In Rijsoord, met nog 17 kilometer voor de boeg, hadden de ontsnapte mannen 3’23” op twee achtervolgers en 3’50” op het peloton. Voor Rentmeester was de strijd beslist, maar voor de mannen in de kopgroep stond er nog van alles op het spel en waren de bonificaties van groot belang. Aan de finish in Rotterdam greep Steenvoorden de bloemen, voor Teunisse en Van Egmond. De drie eersten van de ...

... etappe waren ook de drie bestgeplaatsten in het algemeen klassement geworden, zij het in omgekeerde volgorde. Een dag later zou Piet Rentmeester de slotrit naar Amsterdam winnen, maar het klassement bleef ongewijzigd en de Hagenaar Ab van Egmond (foto: archief Wim van Eyle) won de vierde naoorlogse uitgave van Olympia’s Tour door Nederland.

Exact een jaar later vond op zondag 31 mei de slotetappe plaats van de vijfde editie van Olympia’s Tour. Deze keer was de winnaar de 20-jarige Huub Zilverberg (foto: archief Wim van Eyle) uit Goirle. Deze stijlvolle jonge renner had al naam gemaakt in zware Belgische koersen, maar in Nederland was hij nog vrij onbekend. Nadat hij met een reusachtige lauwerkrans en een enorme beker in de hand zijn ereronde in het Olympisch Stadion had gereden, wist iedere wielerliefhebber echter wie Huub Zilverberg was: een klasbak en een grote belofte. Op de laatste dag, toen de karavaan nog 110 kilometer van de finish verwijderd was, voerde Zilverberg het tempo zo hoog op, dat geen tegenstander ook maar een kans kreeg er tussenuit te knijpen. De attente Joop van der Putten greep de ritzege. Dat had hij goed berekend want deze triomf bracht hem, dank zij een minuut bonificatie, de tweede plaats in de eindrangschikking.

Op dinsdag 31 mei 1966 werd er in Krommenie een wielerdag gehouden, waar vrouwen, aspiranten, nieuwelingen, amateurs en ook beroepsrenners aan de start verschenen. De profs bestreden elkaar in een koers over 115 kilometer. De glorieuze winnaar werd de sterke Jos van der Vleuten (foto: © Guus de Jong). De koers was al een uur op weg toen een groep van tien de beslissende afscheiding bewerkstelligde. Dat waren Van der Vleuten, Zilverberg, Van Dongen, Wouters, Harings, Van Amsterdam, Schuuring, Van Smirren, alsmede de Belg Van Tongerloo en de Engelsman Hitchen. De tien werden ondanks de inspanningen van vooral Bart Zoet en Gerben Karstens niet meer teruggezien. Van der Vleuten begeerde meer dan een ereplaats en met snelle mannen in de kopgroep begreep hij dat hij moest zien weg te komen. Met nog zeven ronden te rijden ging hij er alleen vandoor en met 15 seconden voorsprong won hij aldus de Ronde van Krommenie. Tweede werd Albert Hitchen en derde Rik Wouters. Bij de amateurs won de streekfavoriet Piet de Wit voor Piet Hoekstra en mijn slogblog-collega Jan van der Horst.

Als je door oude jaargangen van het blad Wielersport bladert, kom je regelmatig in kleine berichtjes rennersnamen tegen die enkele jaren later met grote koppen in de dagbladen zouden staan. Zo won ene Cees Priem (foto: © Guus de Jong) op 31 mei 1966 als aspirant de Ronde van IJzendijke en ene Gerrie Knetemann als amateur op 31 mei 1971 de Ronde van Andijk. Op diezelfde dag won nieuweling Adri van Houwelingen de Ronde van Hank en werd nieuweling Henk Lubberding tweede in Arnhem, beide onbekend met het feit dat de amateur Hennie Kuiper tweede werd in de Ronde van Enter. Die vijf hebben toen waarschijnlijk niet vermoed dat ze het nog ver gingen brengen en wij wisten ook nog niet welke mooie jaren wij tegemoet gingen.

‘De Leren Zool’ in het Brabantse Rijen was jarenlang een vooraanstaand criterium op de nationale wielerkalender voor beroepsrenners. Die naam dankte die wielerronde aan het feit dat telkenjare de regionale leerindustrie de beurs trok om het evenement financieel mogelijk te maken. Op zondag 31 mei 1970 zagen vele duizenden toeschouwers de jonge belofte René Pijnen (foto:© Cor Vos) uit Woensdrecht deze ronde winnen. Nog maar nauwelijks gestart, was het vooral Rini Wagtmans, die de eerste stoot gaf voor een bijzonder enerverende strijd. De jonge Brabander nam met Jos van Beers, Henk Benjamins, Matje Gerrits, Johnny Brouwer, Gé van der Winden, Herman Hoogzaad en de Duitsers Wolf en Wilde afstand van het peloton. Er werd behoorlijk aan getrokken en de groep Wagtmans bereikte een voorsprong van 1’50”. Toen vond Pijnen het welletjes en ging hij in de achtervolging. Samen met Daan Holst, Harm Ottenbros en de Duitser Winfried Bölke achterhaalde hij na een felle jacht de koplopers. De beslissing viel vervolgens door een verrassende uitval van Brouwer, Bölke, Van Beers en Pijnen. Wetend dat zijn ploeggenoot Pijnen in de finale de beste papieren zou hebben, liet Wagtmans het erbij zitten en hij kreeg gelijk. Met een flitsende demarrage in de slotkilometers liet de latere zesdaagsevedette zijn gezellen achter zich.

Een jaar later reden 34 beroepsrenners, waarvan twaalf van de Goudsmit-Hoff-ploeg, een criterium in het Zeeuwse Hansweert.  Met die overmacht lag een zege voor een van de behangselmannen voor de hand. Dat gebeurde ook, want Jan van Katwijk (foto: archief Wim van Eyle) sprong op drie kilometer voor de finish weg en behaalde zijn eerste seizoenzege. Op 24 seconden volgden Wim Bravenboer, Tino Tabak, de Belg Hendrik Marian, de Colombiaan Giovanni Jimenez, Leo Duyndam, Wim Schepers, Ger Harings, Gerben Karstens en Jan Krekels. De dameskoers werd, zoals wel vaker in die tijd, gewonnen door Keetie Hage voor Willy Kwantes. Mini Brinkhoff werd zesde en Greetje Donker, de latere mevrouw Knetemann, eindigde als negende.

Hemelvaartsdag 1973 viel op 31 mei en op die midweekse feestdag werd en wordt er traditioneel veel gekoerst in Nederland. Dries van Wijhe, die een maand later verrassend nationaal amateurkampioen op de weg zou worden, won de Sterrenbergrit in Beek bij Nijmegen. In Dinther waren de kus van de miss en de bloemen voor André Gevers; in Koewacht won Toine van de Bunder; in Maartensdijk nieuweling Leo van Vliet; in Mijdrecht (jawel, terug bij de amateurs) Jan van der Horst; in Nijverdal Henk Poppe en in zijn laatste jaar bij de amateurs won Gerrie Knetemann die dag de Ronde van Raamsdonkveer, met in zijn  spoor toppers als Frits Schür, Ad Prinsen en Theo Smit. Een jaar later zou Poppe een Touretappe winnen, terwijl neoprof Gerrie Knetemann verrassend de Amstel Gold Race op zijn naam schreef.

Vrijdag 31 mei 1974 won een 18-jarige kantoorbediende uit Honselersdijk na een felle spurt de Ronde van Midden-Nederland voor junioren. Zijn naam luidde Leo van Vliet en er ging een levendige strijd aan die sprint vooraf. Vrijwel direct na de start vlogen de 122 junioren er in. Bij Achterdijk lukte het drie renners zich los te maken, maar ze werden snel teruggepakt. Ook andere pogingen mislukten tot vlak voor Amerongen Havik, Kramer, Knippenberg, Brummelaar, Van Kessel (jawel Egon senior), Bosch, Hus en De Rooij wat ruimte kregen. Het tempo lag echter te hoog om die voorsprong vast te houden en zo maakte een groep van ongeveer vijftig man zich op voor de eindsprint in Utrecht, waar de latere directeur van de Amstel Gold Race iedereen te snel af was.

In het weekend van 31 mei en 1 juni 1975 werd overal in het land gestreden om de provinciale titels. In willekeurige volgorde hier een overzicht van de winnaars. Drenthe kreeg Roelof Groen (foto: archief Wim van Eyle) als nieuwe kampioen voor Gerrit Brokelman en Jans Vlot; in Utrecht zegevierde Wim Pater bij de amateurs en Theo de Rooij bij de junioren. In Friesland werd ene Lolkema kampioen; in Gelderland Gerrit Möhlman en in Limburg Huub Neven met de latere Tourvedette Jo Maas als derde. Kampioenen van Noord Brabant werden Hans Koot (amateurs), Bart van Est (junioren) en Hans Plugers (nieuwelingen). Ko Hoogendoorn werd kampioen van Noord Holland; Toine van de Bunder van Zeeland; Ad Versluis van Zuid Holland en Bert Scheuneman van Groningen. Tenslotte mocht Overijssel Herman Snoeijink als kampioen bij de amateurs huldigen, terwijl Jos Lammertink daar bij de junioren zegevierde.

Hierboven schreef ik over Leo van Vliet die als 18-jarige junior al succes had. ‘Wat goed is komt snel’, schreef Joris van den Bergh al en twee jaar later was dit talent dan ook heer en meester in Olympia’s Tour. Hij veroverde op maandag 31 mei 1976 de oranje leiderstrui om het kleinood niet meer af te staan. Zelfs niet aan de absolute favoriet, zijn ploeggenoot Arie Hassink. De etappe over 142 kilometer tussen Ulestraten en Bladel, werd gewonnen door Gijs Nederlof voor Gerrie van Gerwen en Hassink.

In de Ronde van Italië won de Spanjaard Antonio Menendez de elfde rit. Hij had 12’47” voorsprong op het peloton waarvan Rik Van Linden de spurt won. Felice Gimondi behield de roze leiderstrui. Cees Bal hoorde die dag dat hij in de Giro betrapt was op dopinggebruik. Hij hoefde niet uit koers, maar kreeg wel direct zijn straf opgelegd. Die bestond uit een boete van 150.000 lire (ongeveer 500 gulden) en 10 minuten straftijd in het algemeen klassement. Die goeie ouwe tijd!

In de Dauphiné Libéré was er succes voor Gerard Vianen. Hij won er de negende en laatste etappe door in een spurt à deux Patrick Perret te kloppen. Bernard Thevenet werd de uiteindelijke winnaar met ruime voorsprong op Vicente Lopez-Carill en Raymond Delisle. Joop Zoetemelk werd achtste op 6’45”.

De overige Nederlandse beroepsrenners waren diezelfde dag te vinden in Bladel. De paar duizend toeschouwers, die na de aankomst van de vijfde etappe van Olympia's Tour in het Kempendorp waren blijven hangen, zagen niet veel strijd. André Gevers (foto: archief Wim van Eyle) was er al na enkele ronden alleen vandoor gegaan en zonder slag of stoot nam hij een halve minuut voorsprong. Hij werd in zijn poging de kloof zo groot mogelijk te maken nog even gesteund door twee renners, die door pech op een ronde achterstand waren geraakt. Cees Priem en Aad van den Hoek waren direct bereid Gevers te steunen. Dat mocht uiteraard niet van de jury, waardoor ze uit de strijd werden gehaald. Ongeveer halfkoers had Gevers precies een minuut voorsprong en toen zorgden Jan Raas en Jan Krekels eindelijk voor wat voor leven in de brouwerij. Zij begonnen aan een felle achtervolging en de voorsprong van Gevers slonk als sneeuw voor de zon. De achtervolgers hadden maar tien kilometer nodig om de kloof dicht te rijden. Met z’n drieën ging het verder, maar twee ronden voor het einde bleek Gevers hersteld van de vermoeienissen en ging hij er andermaal alleen vandoor. Raas en Krekels waren beide betere sprinters dan de Brabander, maar de felle achtervolging had zijn tol geëist. De slotfase werd een ware triomftocht voor de renner uit Schijndel, die negen maanden daarvoor wereldkampioen bij de amateurs was geworden. Hij zegevierde onbedreigd en uit handen van de voorzitter van de organiserende vereniging kreeg hij de bloementuil voor de overwinnaar. Het paard dat de haver verdiende, had die ook daadwerkelijk gekregen.

Eddy Merckx won op 31 mei 1975 de profronde van Woerden. Rond half vier werden 69 beroepsrenners weggeschoten. De erkende premievechters Theo Smit, Jan Aling, Wicher Vlot en Frans Van Looy waren onmiddellijk attent. Na 12 kilometer was er een plaagstootje van Walter Godefroot en een ronde verder testte Wilfried David even de krachten van de rest. In het verdere verloop van de koers gaf maestro Eddy Merckx echter doorlopend de toon aan. Nadat Leo Duyndam een superpremie van 575 gulden had gewonnen, viel de beslissing uiteindelijk, op 8 kilometer voor de finish. Merckx demarreerde uit het peloton, maar kreeg drie Zeeuwen, Jan Raas, Cees Bal en Cees Priem, en de Limburger Jo Vrancken mee. Met enkele lengtes verschil ging de wereldkampioen onder luid applaus als eerste over de finish. De uitslag was: 1. Eddy Merckx, 2. Jan Raas, 3. Cees Priem, 4. Jo Vrancken, 5. Cees Bal, 6. Bennie Groen, 7. Harm Ottenbros, 8. Jan van Katwijk, 9. André Dierickx en 10. Ben Janbroers. Op de foto van Cor Vos rijdt Merckx op kop voor Knetemann, Godefroot, Pollentier en Vrancken.

Tot volgende week!”

Jan Houterman

WAAROM PIETER WEL EN JAN EN JOOP NIET?

Door Fred van Slogteren, 31 mei 2010 10:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web